De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Bij mensen onmogelijk, maar mogelijk bij God

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bij mensen onmogelijk, maar mogelijk bij God

10 minuten leestijd

Zijn discipelen nu dit horende, werden zeer verslagen, zeggende: „Wie kan dan zalig worden? En Jezus hen aanziende, zeide tot hen: Bij de mensen is dat onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk". Matth. 19 : 25, 26

Velen hebben wel betrekking op de zalige gunst en gemeenschap des Heeren, maar willen uit de werken der wet gezaligd worden. Van nature blijven wij bezig in het oude werkverbond, evenals de rijke jongeling die tot de Heere Jezus kwam met de vraag:

„Goede Meester, wat zal ik goeds doen, opdat ik het eeuwige leven hebbe?"

Met dit woord tekende de rijke jongeling zich geheel. Het was hem te doen om het eeuwige leven. Niet om dat eeuwige leven, zoals het ons in de Schrift getekend wordt met de woorden: „Dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige en waarachtige God, en Jezus Christus, dien Gij gezonden hebt"; niet om dat leven, zoals het in een ander Schriftwoord staat uitgedrukt: „Die in de Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven!" Want dat door de Heilige Schrift bedoelde eeuwige leven is de gemeenschap met God, is een wandelen met God, is de bewustheid, dat onze zonden zijn uitgedelgd door het bloed van Jezus Christus, is een geleid worden door de Heilige Geest. In deze dingen leeft! Gods wedergeboren kind en hierin is het leven zijner ziel. Maar dat eeuwige leven zocht de rijke jongeling niet! Hij dacht alleen aan de plaats hiernamaals, waar men gelukzalig zal zijn. Door opvoeding en ook door het lezen der Schrift had hij het gehoord, dat er eens een dag des oordeels komen zou. Dan zou hij gesteld worden voor de vierschaar Gods. En o, nu moest hij hier eens overvloed hebben, maar hiernamaals ongelukkig zijn. Daarom moest hij nu nog pogingen doen om ook hiernamaals niet ongelukkig te zijn. En dit zocht hij in de weg van het werkverbond: „Wat moet ik goeds doen, opdat ik het eeuwige leven hebbe?" Daarom onderhield hij voor het uitwendige de geboden Gods. Hij gaf zeker tienden van alles, en was naar het uitwendige onberispelijk. Maar toch vond hij nog niet de begeerde rust. Anders had hij niet zijn schreden tot de Heere Jezus gericht.

Die onrust was nog de gemene werking van Gods Geest, waarmede Hij ons nog waarschuwt, dat wij met al onze eigen gerechtigheid voor God niet kunnen bestaan.

En nu weet gij, mijn lezer, hoe de Heere met deze jongeling handelde. Hij stond in het werkverbond, welnu, de Heere zou hem daarop ontmoeten. Hij zou hem doen gevoelen, dat de wet, uitwendig zo licht, o zo zwaar is, ja, niet te volbrengen voor de in de geestelijke dood weggezonken mens. Daarom zeide de Heere tot hem: „Zo gij wilt volmaakt zijn, ga henen, verkoop wat gij hebt, en geef het de armen, en gij zult een schat hebben in de hemel; en kom herwaarts, volg Mij!" En dat was te machtig voor die rijke jongeling. Toen eerst gevoelde hij, hoe zwaar de wet is! Bedroefd ging hij heen! Die prijs was te duur! Als een arme achter Jezus te wandelen, onmogelijk! En toen sprak de Heere tot Zijn discipelen 't woord: „Voorwaar, Ik zeg u, dat een rijke bezwaarlijk in het Koninkrijk der hemelen zal ingaan. En wederom zeg Ik u, het is lichter, dat een kemel ga door het oog van een naald, dan dat een rijke inga in het Koninkrijk Gods". En de discipelen antwoordden verslagen: „Wie kan dan zalig worden?"

„Wie kan dan zalig worden?" Verwondert dit u niet, mijn lezer, deze uitroep van de discipelen? Zij zelf waren toch niet rijk aan aardse goederen? Behoefden zij dan persoonlijk zich deze woorden aan te trekken? Zouden wij niet veeleer verwachten, dat zij hadden uitgeroepen: „Heere, welke rijke kan dan zalig worden?" En toch doen zij dit niet! Neen, zij verstonden de Heere Jezus. Zij sluiten zichzelf er bij in: „Heere, wie kan dan zalig worden?" Zij verstonden, dat de Heere Jezus niet alleen van alle aardse goederen sprak, maar van alle aardse rijkdom, ook rijkdom van eigengerechtigheid en werken! En van alle aardse rijkdom geldt 's Heeren woord, dat lichter een kameel zal gaan door het oog van een naald, dan dat een rijke ingaat in het Koninkrijk Gods. Daarmede is het ingaan van de rijke een onmogelijkheid, absolute onmogelijkheid geworden van de zijde van de mens!

Wat zijn onze rijkdommen? Is het niet verschrikkelijk, dat wij rijk zijn in overtreding van Gods wet? Zij eist van ons, dat wij de Heere boven alles zullen liefhebben. En ach, integendeel, wij beminnen alles, behalve God. Zó diep zonk de mens, dat hij God een vijand werd! O, Heere, wie kan dan zalig worden? Want Gij zijt die God, die de schuldige geenszins onschuldig houdt.

In zonden zijn wij rijk! Ons hart is een fontein van boosheid. Als wij dieper graven, vinden wij steeds meerdere gruwelen Maar, Heere, wie kan dan zahg worden? Immers in de hemel zal niet ingaan wat leugen spreekt of onrecht doet. In de hemel zal er geen plaats zijn dan voor hetgeen rein en heilig is, zonder smet en rimpel.

Maar niet alleen dat wij rijk zijn in schuld en zonden, maar wij stellen daar ook nog onze rijkdom in! Wij vermeien ons in de ongerechtigheden, die uit ons hart komen, en die ons medevoeren. Maar wie kan dan zalig worden? Want alleen die treuren over de zonden, zullen toch vertroost worden. Alleen wie het leven in de zonde tot een ondragelijke last werd, zal de reddende hand des Heeren ervaren.

Rijk zijn wij in denkbeeldige deugden, ook in vroomheid. Wij achten ons hoger dan die in de gevangenis zitten, meerder dan die als openbare zondaars bekend staan. En dan onze vroomheid! We gaan naar 's Heeren huis; hoevelen doen het niet! We lezen Gods Woord; hoevelen laten het na! We spreken over de Waarheid; hoevelen denken er niet om! We ijveren zelfs voor de Waarheid; hoevelen wenden zich af! Zo worden we rijk in ons kerkgaan, bijbellezen, bidden, in onze ontdekkingen, en, o Heere, staat er niet in Uw Woord, dat wie zich heiliger gevoelen dan hun medemens, een stank in Uw neusgaten zijn?

Bij zoveel schuld en schande, zonde en ellende, bij zoveel onwil en onmacht, armoede en dwaasheid, bij zoveel rijkdom aan eigengerechtigheid en schijndeugden. hoogmoed en denkbeeldige krachten, zal een kameel eerder gaan door het oog van een naald, dan dat een rijke ingaat in het Koninkrijk Gods. Wie kan dan zalig worden? Bij de mens is dat ook onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk!

* *

Waarom mogelijk bij God? Omdat bij de Heere alleen de liefde is om zulk een schuld te vergeven. Hoe groot moet die liefde Gods wel zijn, dat Hij voor zulke ellendigen als al Gods kinderen van nature zijn, nog Zijn Eniggeboren Zoon over heeft. Zulk een losprijs te geven en dat Zelf te geven, en dan voor zoveel kwaad niet alleen, maar ook voor zulke kwaden, daar is liefde voor nodig, groter dan bij enig schepsel gevonden zou kunnen worden. Maar bij God is die liefde, en daarom is de zaligheid van Zijn volk van Zijn zijde mogelijk, waar zij van hun zijde een afgesneden zaak is.;

Wat bij mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God, omdat bij Hem niet alleen de liefde, maar ook de losprijs is! Waar zou een rantsoen kunnen gevonden worden, dat opwoog tegen onze ongerechtigheden, waar zou het offer zijn, dat genoegzaam daarvoor kan voldoen? Dat rantsoen is bij God in het offer van Jezus Christus. Dat bloed is zó kostbaar, dat alle zonden van Gods kinderen, daardoor bedekt liggen. Die gerechtigheid, door Hem aangebracht, is zo overvloedig, dat er niets meer aan behoeft te worden toegedaan. Al de schuld in de ene schaal, en het bloed en de gerechtigheid des Heeren in de andere, en het door Christus aangebrachte goed is zwaarder, dan het door Zijn volk bedreven kwaad. En daarom, wat onmogelijk is bij mensen, is mogelijk bij God.

Mogelijk bij God, omdat ook bij Hem de kracht is om het verlossingswerk toe te passen aan het hart. De Geest des Heeren is er en die gaat in de harten in en daar wordt het wonderbaarlijke gezien, dat uit een onheilig en verhard vijand van God nog een volgzaam en gewillig kind geboren wordt. Bij God alle dingen mogelijk! Dus Hij kan dat dwaze kind als een vuurbrand redden uit het vuur. Hij grijpt het en het moet luisteren naar Zijn stem. Het kan niet meer gerust voortleven. Het is ontredderd, ontdaan. Het gevoelt zich nu onmogelijk voor het aangezicht des Heeren. Reeds dat is een wonder. De geruste te Sion wordt ontrust. Die geen gevaar zag, ziet zich door de vlammen van Gods recht omgeven. Wie heeft die zorgeloze wakker geschud? Bij mensen was het onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk!

Alle dingen mogelijk! Hij weet ook het oog voor Jezus Christus te openen. Een nieuw wonder. Hoe de ongelovige gaat geloven; die riep: „het is buiten hope", vestigt zijn hope op Jezus. Een verstotene en nochtans biddende: „Zend Heere, Uw licht en Uw waarheid". God ontdekt in die weg de onmisbaarheid en de noodzakelijkheid van Jezus! Zou er nog een weg ter ontkoming zijn? Zo krijgt hij, die nooit naar God zou hebben omgezien, behoefte aan een Verlosser. Dat kan God en God alleen! De bloem krijgt behoefte aan de zon, wordt opgetrokken naar omhoog. En dan gaat God voort met ook de gepastheid van de Heiland aan te tonen. Hij gaat de deugden van Christus voor het zielsoog ontsluiten. Daar ziet zulk een Hem dan als dat gepaste offer, als die gepaste Koning, die ook zijn hart alleen regeren kan, als die gepaste Profeet, die hem van zijn blindheid genezen moet. Maar ook daarbij blijft het niet. God kan meer! De mens wil zo gaarne altijd van het zijne er iets tussen brengen. Dat ontneemt de Heere hem. Alles, alles verdwijnt. Er blijft niets over. Maar dan toont de Heere ook, dat Christus genoegzaam is. Uit Zijn volheid ontvangt dan het verbrijzeld hart genade voor genade. Zo is dan mogelijk bij God, wat bij mensen onmogelijk is.

Hebt gij aan beide kennis? Neen, nu niet weglopen, maar blijven staan! Het is onmogelijk bij mensen wederomgeboren te worden! Het is niet mogelijk, dat de mens zichzelf vanuit de staat des ongeloofs kan stellen in de staat des geloofs! Voor deze onmogelijkheid moeten wij blijven staan! Met de wetenschap, dat wij bekeerd moeten worden, mogen wij de verantwoordelijkheid niet van ons afwerpen. Met de eis des Heeren komen we juist voor de onmogelijkheid om zahg te worden. Ja, het wordt ons een wonder, dat Hij ons opeist, dat Hij nóg met ons te doen wil hebben. En nu te moeten en niet te kunnen! Dat doet ons staan, en blijven staan voor de berg der onmogelijkheden, voor de berg Sinaï, waar gezucht wordt: „Wie kan dan zalig worden!"

Dwars door de onmogelijkheid heen heeft Christus de weg gebaand tot zaligheid; de dood der onmogelijkheid is door Hem verslonden tot overwinning! Door de onmogelijkheid van de vloekdood des kruises, door de onmogelijkheid van Gods volle toorn, is Hij heengegaan om alle dingen, die onmogelijk zijn bij de mensen, mogelijk te maken bij God. Gelijk de weg van Christus om de zaligheid te verdienen, door de dood van deze onmogelijkheid liep, loopt de weg om er deelgenoot van te worden, er ook doorheen. In die weg wordt ervaren tot zaligheid van het hart, dat naar de Heere dorst, het goddelijk antwoord: Bij mensen onmogelijk, maar mogelijk bij God!

Driesum.
W. A. S. LAURENSE.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Bij mensen onmogelijk, maar mogelijk bij God

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's