Wat wil die Gereformeerde Bond toch?
Ds. Jonker schrijft over de Gereformeerde Bond:
De redactie van het landelijk maandblad van de Jonge Kerk wenste voor haar leden voorlichting van Geref. Bondszijde over de arbeid en het streven van de Bond en verzocht ds. Jonker een artikel te schrijven in haar blad. In het Septembernummer van „De Jonge Kerk" verscheen het volgende artikel met bovenstaande titel.
Gaarne voldoen wij aan het verzoek van de redactie van „De Jonge Kerk” om een artikel te schrijven over de Geref. Bond in de Ned. Herv. Kerk, te meer ook omdat over de arbeid en het streven van deze Bond veel misverstand heerst.
Wij moeten beknopt zijn en kunnen dus op alle punten niet ingaan.
Kerkelijk standpunt.
Wij zien de Ned. Herv. Kerk als Openbaring van het Lichaam van Christus. Omstreeks 700 werd door Gods Genade en door middel van de Evangelieprediking van Willebrordus e.a. in Utrecht de Christelijke Kerk gevestigd, sindsdien breidde zij zich uit over de „lage landen aan de zee”. In de loop der Middeleeuwen werd door vele menselijke instellingen: hiërarchie, moralisme, sacramentsmagie etc. het Evangelie in de Chr. Kerk verduisterd.
De Reformatie is de greep terug naar het Woord Gods en de belijdenis van de eerste Chr. gemeenten.
De Reformatie stichtte geen nieuwe of andere Kerk — in tegenstelling tot de latere afscheidingen — maar „reformeerde”, „hervormde” de Kerk en leidde haar terug naar de oude schriftuurlijke vorm. Door een wonder Gods gingen gemeenten over tot de „nije leere”, hun kerkgebouwen werden behouden en gereinigd. Op het Koorhek van de Oude Kerk te Amsterdam staat de volgende spreuk:
„'t Misbruuyck in Godes kerk allengskens ingebracht
Is hier weer afgedaen in 't jaer zeventich acht” (1578),
Deze gezuiverde Kerk moest toentertijd de Waarheid Gods verdedigen tegen de oude dwaalleer (in de R.K. Kerk) en de reeds opkomende nieuwe dwaalleer (Remonstrantisme) en zo werden de belijdenisgeschriften als vertolkingen van Gods Waarheid opgesteld, te weten: de drie Formulieren van Enigheid, verdedigingsbolwerken tegen de aanvallen van dwaalleer en ketterij.
Sindsdien heeft onze Kerk weer blootgestaan aan invloeden van de philisophie en door de philosophie bepaalde theologie van buiten af, vooral uit Frankrijk en Duitsland (Cartesianisme, Rationalisme, Kantianisme, Idealisme).
De Evangelieprediking werd door deze wijsgerige stelsels veranderd in een wijsgerige toespraak, het Woord Gods ging te loor, het Schriftgeloof werd verlaten en het geestelijk leven verkommerde: zo verviel wederom de Kerk.
Daarbij kwam dat in 1816 door de regering wederrechtelijk een Synode op de Kerk werd gelegd, het z.g.n. „Synodale juk”, een Synode, die er op uit was rust en vrede in de Kerk te bevorderen, maar die zich als administratief bestuur incompetent achtte een oordeel uit te spreken over de prediking in en over de leer van de Kerk. Gevolg: wildste leervrijheid met verduistering van het Evangelie.
Soms ontstonden scherpe conflicten, zodat deze aanleiding werden tot afscheiding 1833 (H. de Cock) en doleantie 1886 (A. Kuyper).
Vele Gereformeerde belijders verlieten de Kerk, maar ook velen bleven achter, omdat zij van oordeel waren dat desertie de Hervormde Kerk niet tot nieuw leven zou brengen en dat afscheiding en doleantie zeker geen oplossing van het kerkelijk vraagstuk in het algemeen zouden geven, wat in de loop der geschiedenis is gebleken.
Oprichting Gereformeerde Bond.
Ondertussen was het met de Hervormde Kerk kerkelijk en geestelijk treurig gesteld. In 1905 schreef dr. Louis Bähler, predikant der Hervormde Kerk, een brochure: „Het Christelijk barbarendom van Europa”, waarin hij, vooral in 't voorwoord, het Christendom naar beneden haalde en het Boeddhisme verheerlijkte. Dit gaf beroering in de gelederen en leidde tot een procedure tot in de hoogste instanties bij de Synode. De Synode achtte zich incompetent en sprak vrij. Dit werd o.m. de aanleiding tot de oprichting van de Gereformeerde Bond in 1906. Let wèl: aanleiding, de oorzaak ligt dieper, n.l. het opkomen voor de Gereformeerde Waarheid in een Kerk, die zich steeds meer van deze Waarheid distantiëerde.
In het begin waren er nogal moeilijkheden ten aanzien van de „vrijmaking” der Kerk van het Synodale juk, totdat in 1909 grondslag en doel als volgt werden omschreven :
Grondslag en doel.
Art. 4 van de Statuten luidt : „De vereniging heeft ten doel, naar uitwijzen der Heilige Schriftuur, opgevat in overeenstemming met de drie Formulieren van Enigheid, laatstelijk vastgesteld op de Nationale Synode te Dordrecht in 1618—1619 gehouden, te arbeiden tot verbreiding en verdediging der Gereformeerde Waarheid in het midden van de Nederlandse Hervormde (Gereformeerde) Kerk, om mede daardoor te komen tot oprichting van de Hervormde Kerk uit haar diepe val, en tot wederverkrijging van haar plaats in het midden van ons volk, haar vanouds door de Heere aangewezen, met vasthouding aan de Dordtse Kerkorde van 1619”.
De Gereformeerde Bond werkt dus mee tot herstel van het oude reformatorische karakter der Hervormde Kerk.
Wat is Hervormd?
In 1816 noemde men Hervormd het supra-naturalisme, in 1850 de Groninger school, in 1870 de moderne school, in 1880 de ethische prediking. En nu? We denken aan „doorbraak”, „nieuwe koers”, „éénwording” van orthodoxie en rechts-vrijzinnigen, Barthiaanse invloeden, etc. Vele van deze „modaliteiten” zijn gekomen en weer verdwenen. Wij achten Hervormd : datgene, wat is naar de belijdenis van de Hervormde Kerk, naar het oorspronkelijk karakter der Kerk, omdat wij overtuigd zijn dat bij alle accentuering (wat iets anders is dan „richting” en „modaliteit”) er een geloofscontinuïteit der belijdenis blijft bestaan. Deze continuïteit is gebleven in onze Kerk en daarbuiten. Het Calvinisme heeft diepe wortels geschoten in ons volksleven, de waardij der Gereformeerde belijdenis geldt niet alleen in 1560—1618, maar ook heden, daar zij o.i. het nauwst aansluit aan de Schrift. De Waarheid blijft tot in eeuwigheid.
Ideaal.
Ons lichtend ideaal is kerkgemeenschap krachtens geloofsgemeenschap, eenheid in onze Kerk van de ganse Gereformeerde gezindheid, die buiten de Kerk zo versplinterd ligt in vele kerken en kerkjes. Aangaande eigen Kerk weigert de Gereformeerde Bond de aanvaarding van een homoeopathisch verdunde belijdenis, hij is van mening, dat daarmee de Kerk geen dienst bewezen, maar een valse eenheid bevorderd wordt.
Nieuwe Kerkorde.
Het is ook om deze reden en niet uit een querulantisme, dat de Gereformeerde Bond de Kerkorde onaanvaardbaar acht, daar in art. X, het scharnier waar alles om draait, de functie der belijdenis niet genoegzaam verzekerd wordt. De uitdrukking „in gemeenschap met de belijdenis der Vaderen” laat ruimte open voor afwijkingen van deze belijdenis. 't Door de Gereformeerde Bond voorgestelde amendement „in overeenstemming met de belijdenis” werd verworpen. Nochtans is de studiecommissie van de Gereformeerde Bond — een 40-tal predikanten — doorgegaan met ernstige bestudering van de kerkorde en ordinanties en heeft amendement op amendement ingediend bij de Synode.
Volkskerkgedachte.
De volkskerkgedachte (Hoedemaker, Haitjema) van de Confessionele Vereniging verwerpt de Gereformeerde Bond als idée fixe, wat weer niet betekent, dat ze zich onttrekt aan de verantwoordelijkheid over afgedwaalden en dolenden. De Geref. Bond voor Inwendige Zending en andere evangelisatiearbeid bewijzen zulks. Het apostolaat — tegen welk woord wij exegetische bezwaren hebben — willen wij uitgeoefend zien vanuit de belijdenis, en het leven der gemeente, omdat zonder dit uitgangspunt het apostolaat uitloopt op onwerkelijk activisme en uitholling van gemeente en Kerk. Het wezen der Kerk is niet het apostolaat, maar het Lichaam van Christus.
Nieuwe Theologie.
Heden ten dage stelt de Gereformeerde Bond, in 't bijzonder prof. Severijn, zich tegen de beïnvloeding van de Kerk door de z.g.n. Nieuwere Theologie (K. Barth), die in vele punten als onschriftuurlijke afbuiging van de Reformatorische theologie wordt beschouwd. (Openbaringsgdeachte, Schriftbeschouwing, Prædesiinatie, Christologie, Anthropologie, etc).
Bevindelijke prediking.
De prediking wil zijn reformatorisch, naar de belijdenis der Kerk, met een pastorale inslag : de werking van de Heilige Geest en de toepassing van het heil bij de mens krijgen een plaats in de prediking. Zo kan deze prediking als objectief-subjectief, onderwerpelijk-voorwerpelijk of bevindelijk worden gekarakteriseerd. Ten onrechte heeft men dit vaak gezien als een „Christen-prediking”, als een afglijden naar „het vrome wedergeboren subject”. Dit is de tendens der prediking nu juist niet — al zullen deraillementen voorkomen! De heerlijkheid van Christus achten wij het schoonst uitkomen in de toepassing van Zijn heil in het leven van de mens door de Heilige Geest.
Het caricatuur van de „vrome mens”-prediking wijzen wij als een misverstaan van de prediking van de hand. Wij staan naar een levende, Schriftuurlijke Christusprediking, die pastoraal ingaat op de geestelijke levensbehoeften van de gemeente. Wij waarschuwen — óok in eigen gemeenten — zeer tegen schematisering en objectivering van het subjectieve geestelijke leven. Dit is de les, die de Nadere Reformatie ons leerde.
Dat deze prediking tegenover het objectivisme met zijn afwijzing van alle mystiek, ook aandacht schenkt aan de unio mystica met Christus, kan niemand haar euvel duiden, die nog geloofswaarde hecht aan de „verborgen omgang met God” der Psalmen.
Nieuw, welwillend inzicht.
Wij zijn dankbaar, dat bij alle caricaturale beschrijving van deze prediking in de loop der jaren, naast prof. De Vrijer, ook prof. Van Ruler meer inzicht en welwillendheid toont, wanneer hij schrijft in het nieuwe tijdschrift: „Kerk en Theologie”: „In deze Geref. Bondskringen leeft méér dan alleen maar confessionalisme en conservatisme. Het gaat hun niet uitsluitend om het juridisch gezag van de bestaande belijdenis en om de handhaving van het oude. De allerbeste elementen van de Reformatie en van de geestelijke traditie van de Nederlandse kerk leven — zij het vaak wanhopig bedolven onder partijfanatisme, kortzichtigheid, cultuurschuwheid en verwringing van de waarheid — voort in deze gemeenten en groepen. Ik aarzel niet, te zeggen dat onze kerk, menselijkerwijs gesproken, voor een goed deel drijft op deze elementen en ze in de toekomst om haars levens wil niet zal kunnen missen. Alles in de kerk en alles in de theologie zal een bevindelijke gloed en glans moeten hebben”. Aldus prof. Van Ruler.
Geen Gezangen.
Waarom momenteel geen gezangen in de dienst des Woords ? De hedendaagse bundel bevat vele liederen, die in strijd zijn met Schrift en Belijdenis en die het reformatorisch karakter onzer Kerk aantasten. De invoering heeft niet „kerkelijk” plaats gevonden, d. w. z. is niet „door de Kerk heengegaan”. Kerkeraden en Classicale Vergaderingen hebben over de bundel niet geconsidereerd. De Synode heeft de nieuwe bundel, samengesteld door een door de Synode benoemde commissie, in 1938 alleen maar aan de Kerk aangeboden, terwijl predikanten en kerkeraden de bundel naar particulier inzicht hebben overgenomen.
De meeste gezangen passen allerminst in het geestelijk klimaat van prediking en leven der Herv. Geref. gemeenten.
Enkelen verdedigden het alleenrecht der Psalmen, allen de prioriteit der Psalmen als geïnspireerd Woord Gods boven de gezangen als min of meer vrije vertolking van en reflectie op het Woord Gods.
Deze kwestie zal in een Synode, die het Gereformeerde geloofsleven aanvoelt, op de hellling moeten komen. 1)
Zakelijke gegevens.
Ongeveer 350 gemeenten, vooral op de Veluwe, Zuid Holland, Tholen, Noord Braband (Noordrand), hier en daar in Overijssel en Friesland enz., kunnen tot de kring van Herv. (Geref.) gemeenten worden gerekend. 2) Een 225 Herv. predikanten achten zich van Gereformeerde beginselen. De Gereformeerde Bond heeft een eigen Studie- en Leerstoelfonds tot financiële ondersteuning en mede opleiding van predikanten. Er is belangstelling voor de jeugd, die zich verenigt in de Herv. meisjes-, kleine meisjes-, jongelings- en knapenbond op Geref. grondslag. Ook is er een Herv. Mannenbond op Geref. grondslag. Elke week verschijnt De Waarheidsvriend als orgaan van de Gereformeerde Bond (uitgave Maassluis).
Ten slotte.
Het doel is niet de Gereformeerde Bond, maar de Kerk, de bevordering van reformatorische prediking en leven des geloofs in onze Kerk; wij zijn diep overtuigd, dat dit belijden vruchtbaar is voor persoonlijk geestelijk leven, opbouwend voor gemeente en Kerk, heilzaam voor volk en overheid, bovenal Godeverheerlijkend.
De Gereformeerde Bond wil slechts zijn een dienend instrument, of, om met wijlen ds. Remme, mijn voorganger in Amsterdam, te spreken, „een werktuig, een spade, zo gij wilt, in Gods handen om de bedding te mogen helpen uitgraven, waarin zich straks de stroom van verjongd en gereinigd kerkelijk leven zal kunnen voortbewegen tussen de oevers onzer vaderlijke erve, die ons lief geworden is, bovenal door het lijden en strijden, door het bloed en de traaen onzer vaderen”. (Rede 7 October 1909).
Amsterdam.
H. JONKER
1) Ik moge verwijzen naar het artikel over de gezangen: „Deze medaille heeft ook nog een keerzijde!” in „De Herv. Kerk” van 12 Augustus j.l. geschreven door Ds. A. A. Koolhaas.
2) Ook in de steden zijn zgn. „Bonds predikants plaatsen”: Rotterdam 6; Utrecht 4; Den Haag 2; Delft 2; Gouda 2; Leiden 2; Amersfoort 2; Hilversum 2; Zeist 2; Amsterdam 1.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 oktober 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 oktober 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's