„Tekent dien”
„Maar indien iemand ons woord, door deze brief (geschreven) niet gehoorzaam is, tekent dien...... 2 Thess. 3 vers 14a.
Het is vaak nodig, niet alleen de dwalingen te bestrijden, doch ook de dwaalleraars te noemen, kenbaar te maken; te „tekenen” degenen, die het apostolisch vermaan niet gehoorzaam zijn, die zelfs „bedektelijk verderfelijke ketterijen invoeren”.
„Tekent dien”, eensdeels te hunner beschaming, opdat zij tot inkeer en bekering mogen komen en houdt hen intussen niet als vijanden, maar vermaant hen als broeders; anderdeels opdat hun dwalingen bekend en niet verder verspreid mogen worden, en zij in hun boos voornemen voor zover het niet uit dwaling geschiedt, gestuit mogen worden.
„Tekent dien” geldt ook nu, ook in verband met de mannen van Gemeente-Opbouw en de „Nieuwe Koers”, omdat en voor zover zij onder de schijn van reformatorische kerkvernieuwing, de fundamenten van Schrift en belijdenis omver stoten en in stede van bouwend, brekend werk verrichten.
„Die verderfelijke ketterijen bedektelijk invoeren”. Het kerkbrekend werk van de „Nieuwe Koers” geschiedt ook bedekt.
Het geschiedt bedekt in zijn grondslag, omdat men geen nieuwe koers kan inslaan voordat de oude en de nieuwe koers verkend zijn ; omdat men niet kan bouwen voordat het fundament op deugdelijkheid is onderzocht. En dat heeft de Hervormde Kerk nog niet gedaan en niet kunnen doen : niet kunnen doen, omdat elk vraagt naar eigen koers en bouwt op eigen fundament; en niet gedaan, omdat Gemeente-Opbouw haar daarvoor geen kans heeft gegeven: het kerkvernieuwend werk is al aan de gang, in de nieuwe koers wordt al gevaren, terwijl de kerk zich nog over dat alles moet beraden! Eerst had de Kerk in haar dienaren over haar grondslagen van Schrift en belijdenis moeten spreken en zich diensvolgens over koers en bouw moeten beraden, alvorens een nieuwe koers had mogen worden ingeslagen en Gemeente-Opbouw zulk werk had mogen doen. Slechts zover had de „doorbraak” mogen gaan en was dan gezegend geworden; nu slaat zij met onheilige handen aan het werk en zal daarom niet voorspoedig zijn.
Bedekt geschiedt het ook in zijn leus, die wel bijbels lijkt en machtig veel belooft, doch aan de Schrift getoetst, te licht moet worden bevonden. „God van de hemel. Die zal het ons doen gelukken, en wij, Zijn knechten, zullen ons opmaken en bouwen”, is de leus. Doch wat er in Nehemia 2 vers 20 volgt: „maar gijlieden hebt geen deel, noch gerechtigheid in Jeruzalem”, had niet verdoezeld mogen worden, integendeel mee tot richtsnoer voor koers en opbouw moeten dienen : dan was ook de grondslag gezond geworden. Slechts zij behoren tot de gemeente des Heeren en mogen in en voor haar spreken en werken, die haar taal spreken en haar werk doen, dat is, taal en werk van Schrift en belijdenis! En zelfs wanneer de belijdenis vernieuwd of aangevuld had moeten worden — waarover de kerk zich eerst aan de hand van de Schrift en die belijdenis en niet aan de hand van eigen mening en oordeel over beide had moeten beraden — zou nog vanuit de Schrift en die belijdenis der kerk gehandeld zowel als gesproken hebben moeten worden, waaraan de kerk nog niet toe is.
Het kerkbrekend werk geschiedt nog bedekt in zijn misbruik van Schrift en belijdenis. „Gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift, staande op de bodem der belijdenis-geschriften” heet het richtsnoer van Gemeente-Opbouw, doch hoogstens wil men gehoorzaamheid aan wat men zelf als Gods Woord laat gelden, daar men over het gezag van de Heilige Schrift algemeen in twijfel verkeert. „Daar staat geschreven” heet biblicisme en geldt bij de mannen van de nieuwe koers niet meer; men vraagt slechts wat men zelf van de Heilige Schrift gelooft en verstaat, voor zover men al naar de Bijbel vraagt. En het staan op de bodem der belijdenis-geschriften is een staan op een bodem, die ver over die geschriften uitsteekt, is veeleer een bodemloos staan te noemen, zozeer wijkt men van de belijdenis af.
„Tekent dien”. Niet alleen moet dit verderfelijke werk en moeten deze dwalingen getekend worden, maar moet ook met name aangewezen worden wie in dat spoor leidt.
Zo moet gewezen worden op het Weekblad der Nieuwe Koers, „de Hervormde Kerk” en op het Persbureau en zijn leiding. Zoals eens Kardinaal Newman de Bileamsraad heeft gegeven, de pers te gebruiken om daardoor de natie ongemerkt te verroomsen, maakt Gemeente-Opbouw met man en macht gebruik van de kerkelijke pers, om haar koers daardoor aan te geven en de lezers zo in haar zog mee te slepen. Wie zich aan haar leiding onttrekt, vindt in haar publicaties geen plaats. Ook dit geschiedt bedekt, doch blijft het daarom niet altijd en overal.
Tekent dien, dat is, noem de naam. En daarom noemen wij ditmaal de naam van de heer N. G. J. van Schouwenburg, directeur van het Hervormde Persbureau.
Zijn woord zal daarom wel sterk „in gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift, en staande op de bodem der belijdenis” zijn? Horen wij iets van wat deze Gemeente-Opbouwer schrijft in „De Oogst”, maandblad der Vereniging „Tot Heil des Volks” te Amsterdam (October-nummer 1950):
„De Oogst is gereed”…. „Er staat in de Evangeliën een tekst, die bijna heel de christelijke wereld nog nooit gelezen heeft, ofschoon ze de eerste helft zonder mankeren uit het hoofd kan opzeggen. Deze: „Bidt dan de Heer des oogstes, dat Hij arbeiders uitstote in Zijn….. oogst”. Dat had u niet gedacht! Zonder dat weten, zou niemand bij het Heil zijn of haar werk kunnen doen. Zonder te weten, dat de oogst er is!....... Er is een uitverkiezing gedemonstreerd, waar iedereen bijhoort: Kerstfeest. De wereld en haar mensen zijn gered en ze worden allen tot Hem getrokken. Allen, die gevonden zijn door Hem, naar wie ze niet vroegen. Het heil in Christus Jezus kan het ons nooit anders doen zeggen dan: je behóórt er bij en „daar is géén onderscheid”. Gij zijt oogst....
„Als het anders was, gooide ik vandaag nog mijn Bijbel het raam uit en sprong ik zelf van de derde verdieping op straat…..! Zijn geest zegt aan mijn harte, dat ik eeuwig ben Gods kind! Ik? En anderen niet? Dan zou ik vloeken tegen Gods liefde en barmhartigheid en in elk geval veel te klein van Hem denken…..
„Dan maar niet zaaien? Natuurlijk! Wèl zaaien. Maar niet in ons aangelegd akkertje.... Dat. zaaien van ons kan nooit anders zijn dan het getuigen, dat elk ander tot de oogst behoort…….
En de akker is de wereld en het zaad zijn de kinderen des koninkrijks. Die armen, en die rijken!.......”
De heer Van Schouwenburg verpandt zijn ziel en zaligheid hier wel licht en zeker, want het is anders dan hij voorspiegelt. De akker is wel de wereld, maar alleen het goede zaad zijn kinderen des koninkrijks. En lang niet alles is oogst, want er is zaad, dat zelfs niet kiemt, en allerlei zaad, dat geen vrucht voortbrengt, Matth. 13. Leert de Heilige Schrift niet overal, dat er tweeërlei zaad — tweeërlei mensen —, tweeërlei oogst en tweeërlei voleinding is? Of zei de Heiland soms tegen Nicodemus ook, dat die „oogst” was, Johannes 3?
„Tekent dien: is het niet broodnodig, dergelijke verleiding en verleiders te brandmerken, te tekenen, indien niet tot hun eigen beschaming en behoud, dan toch tot waarschuwing en behoud der gemeente, die van zulke „opbouw” niet gediend is, zoveel God het geeft? De nieuwe koers en hun voorstanders staan zeker niet op de bodem der belijdenis-geschriften en zijn zeker niet gehoorzaam aan de Heilige Schrift en het apostolisch vermaan, en daarom moeten zij getekend worden, al schijnt het reeds te laat: het mocht nog gezegend worden, voor hen, voor de kerk, of voor de uitverkorenen, en dat zijn niet alle mensen!
Minnertsga, 2 October 1950.
Ds. G. TAVERNE.
Naschrift van de Red.:
Wij willen dit stuk van ds. T. gaarne in ons blad opnemen, omdat hij zo terecht protesteert tegen een voorstelling van het Evangelie, welke met het Evangelie in strijd is. (Vgl. Matth. 13).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's