Nog eens de samenwerking van Hervormden en Gereformeerden
De lezers zullen zich herinneren, dat ik enige tijd geleden hierover heb geschreven in De Waarheidsvriend. Op dat artikel is nogal reactie gekomen van de zijde der Gereformeerden. Ik bepaal mij in dit schrijven tot het verweer van iemand uit Bunschoten, onder letters R. A. v. G. in de Provinciale Kerkbode van de Gereformeerde Kerken van Bunschoten-Spakenburg, Eemdijk, Soest enz. enz., in de nummers van 9 en 16 Sept. 1950.
Het hoofdbezwaar, tegen mijn schrijven ingebracht, is dit, dat ik die samenwerking alleen maar bezie uit het standpunt van de machtskwestie, en voorts, dat ik geen rekening hield met de historie van het Christelijk Onderwijs, maar alleen met het nominale aantal ingeschrevenen in de registers van de Ned. Hervormde Kerk.
De schrijver beweert o.a. :
„ds. T. laboreert zelf aan de gebreken, die hij bij de gereformeerden meent te hebben ontdekt. Het is jammer, dat ds. T. de vraag over de samenwerking niet op wat hoger plan heeft geplaatst. Hij heeft deze zaak niet bekeken vanaf principieel standpunt, maar alleen vanuit het standpunt van de utiliteit”.
Gaarne wil ik daarop een en ander antwoorden. Ik begin met te erkennen, dat de gereformeerden verreweg het leeuwendeel hebben aan de stichting van Christelijke Scholen. Ook op het terrein van het werk der barmhartigheid waren de gereformeerden de voortrekkers. Dat er iets pijnlijks voor hen in zit, om nu in de besturen van scholen en stichtingen van barmhartigheid ook gerereformeerden uit de Hervormde Kerk op te nemen, begrijp ik óok wel.
Maar nu de andere kant van de zaak. Toen in 1886 een groot deel gereformeerden de Hervormde kerk verlaten had, bleven er slechts weinigen in die kerk over, die nog gereformeerd waren. Sinds die tijd heeft de Gereformeerde Bond er weer velen om zich verzameld. Ook de Confessionele Vereniging telt in den lande vele aanhangers.
Is het nu enkel maar een machtskwestie om in de besturen van scholen en stichtingen enige zeggenschap te hebben?
Ik was negentien jaar lang woonachtig in Ermelo. Daar had men de bekende Stichting Veldwijk, voor verpleging van krankzinnigen en zenuwlijders. Het heette geen gereformeerde Stichting. Wel stond ze op de grondslag van de Drie Formulieren. Alle doktoren en directeuren, die ik er gekend heb, waren van de Gereformeerde kerk. Eén Hervormd lid werd destijds in het bestuur opgenomen.
De Stichtingen voor de verzorging van idiote kinderen 's Heerenloo, Lozenoord en Groot Emaus, waren eveneens in gereformeerde handen. Alle directeuren en doktoren behoorden tot de Gereformeerde kerken.
Ik heb destijds de gereformeerden gewezen op het feit, dat men de bakens moet verzetten, als het getij veranderd is.
Het is helemaal geen machtskwestie voor mij geweest, maar de behoefte aan medezeggingschap in zulk gewichtig werk.
Men kan wel blijven zeggen: Wij hebben het opgericht en jullie, Hervormden, hebben er nooit wat voor gedaan en daarom willen we het in eigen handen houden. Is dat geen machtskwestie bij de gereformeerden?
Het gevolg is geweest, dat de Hervormden de hoofden bij elkaar hebben gestoken en zich hebben afgevraagd of het niet mogelijk was om ook een Hervormde Stichting ter verpleging van krankzinnigen in het leven te roepen. Het resultaat was dit, dat er Gestichten verrezen in Amersfoort, Assen en Leidschendam.
Toen kon men van gereformeerde zijde de beschuldiging horen van gebrek aan de wil tot samenwerking.
De Stichtingsbesturen van Veldwijk en Bloemendaal hebben echter ingezien, dat men toch van koers diende te veranderen. Er werden meerdere Hervormden in de besturen gekozen. Er werd ook een Hervormde tot geestelijk verzorger benoemd.
Helaas, waarom heeft men dat niet eerder gedaan?
Die latente krachten in de Hervormde kerk zijn tot rijke ontwikkeling gekomen. Ge kunt na ruim 60 jaren, sinds de doleantie, de Hervormden maar niet steeds tot de onmondigen rekenen. Daar moet toch een keer verandering in komen, of hebben enkel maar de gereformeerden het brevet van bekwaamheid op het terrein van school en werken van barmhartigheid?
Nu zal de geachte inzender misschien wel denken, dat aan de machtswellust van ds. Timmer van Nieuwerkerk a/d IJssel voldaan is, omdat er nu tenminste drie Hervormde Krankzinnigengestichten zijn.
Laat ik u mogen mededelen, dat het mij smart dat het zó gegaan is. Op sommige plaatsen hebben we een Hervormde school en daarnaast een Gereformeerde, en daarnaast nog een school van de Geref. Gemeente.
't Zou gans niet te verwonderen zijn, als de Chr. Gereformeerden of de Geref. Gemeenten er ook eens mee begonnen om Stichtingen, als boven genoemd, in het leven te roepen.
Dan zouden we een Hervormd, een Gereformeerd en een Chr. Gereformeerd en een krankzinnigengesticht van de Gereformeerde Gemeenten krijgen.
Neen, neen, geachte schrijver uit Bunschoten, dat begeren we niet!
De gevolgen van. de afscheiding hebben al heel veel narigheden met zich gebracht op het terrein van school en kerk, dat ik geen ogenblik begeer om ook op het terrein van het werk der barmhartigheid het zich zó te zien ontwikkelen.
Maar dan houde men op van gereformeerde zijde om ons te beschuldigen van „machtsmisbruik” en beginne met de erkenning, dat ook de Hervormde groep in zijn rechten en aanspraken dient te worden erkend.
De schrijver beschuldigt mij persoonlijk van het op de spits drijven van de machtskwestie. Laat ik daarop dit mogen antwoorden, dat er in Nieuwerkerk a/d IJssel plm. 300 Gereformeerden zijn en plm. 3400 Hervormden. Mijn opponent zal zeggen, dat dit slechts op papier is. Er komen toch 600 mensen in een Zondagmorgenbeurt ter kerk. We zijn verre in de meerderheid. En toch is de helft van het bestuur Hervormd en de helft Gereformeerd.
In mijn vorige gemeente Harderwijk waren plm. 5500 kerkelijk meelevende Hervormden tegen plm. 2000 mensen uit de gescheiden kerken. In het bestuur over de drie Christelijke Scholen waren de Hervormden in de minderheid.
Zo zou ik kunnen voortgaan en wijzen op Montfoort, waar ik pl.m. 27 jaren geleden was en daar waren toentertijd maar pl.m. 100 gereformeerden, die echter in het bestuur van de Christelijke School vertegenwoordigd waren.
En nu Bunschoten. Daar is een groep van pl.m. 330 Hervormden met een predikant van gereformeerde belijdenis. Die groep is net zo groot als die van de gereformeerden in Nieuwerkerk aan de IJssel.
En nu denkt men misschien, dat ik er weer een machtskwestie van maken wil en dus zal eisen, dat ook in Bunschoten met twee gereformeerde predikanten en twee predikanten van Art. 31 en één Christelijk Geref. predikant het schoolbestuur voor de helft uit Hervormden zou moeten bestaan.
Ik denk er niet aan om het probleem zo te stellen. Maar men houde op om te zeggen, dat de Hervormden geen lid willen worden en niet ter vergadering willen komen, want dan blijven we in een kringetje ronddraaien.
Men kenne de Hervormde groep in Bunschoten en geve haar een haar passende vertegenwoordiging.
Aan woorden over machtsmisbruik hebben we niets. Ik wacht op daden en voeg er nog het waarschuwende woord aan toe, dat de gevolgen van de gereformeerde vasthoudendheid er toe zullen leiden, dat er op meerder terrein meer verwijdering komt.
Dit euvel is niet te verhelpen door aan het werk de naam van kerkelijk gereformeerd te onthouden en er de naam van Christelijk Nationaal aan te geven, waarbij men toch probeert om de posten door kerkelijk gereformeerden te laten bezetten.
Dan vinden we bet eerlijker om ons werk maar Hervormd te noemen en daar ook enkel Hervormde krachten voor te kiezen.
Het is misschien nog tijd om te trachten dat de scheur nog niet groter worde.
Zowel van Gereformeerde als Hervormde zijde is daartoe ernstige bezinning nodig.
Immers de wereld spot met de verdeeldheid van de gereformeerde gezindheid.
TIMMER.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's