De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een rijk getuigenis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een rijk getuigenis

7 minuten leestijd

De Heere is goed. Hij is ter sterkte in de dag der benauwdheid en Hij kent degenen, die op Hem betrouwen. Nahum 1 vers 7.

Wat een rijkdom ligt er toch in de Heilige Schrift! Zij regelt alle levensverhoudingen, waardoor het leven nog veel schoons kan bieden. Zij is een licht op het pad van Gods kind, waardoor hij voor struikelen bewaard wordt.

Zij is het troostboek voor alle aangevochten en bestreden zielen, die het ervaren mogen dat Gods Woord afdaalt in de diepte hunner ellende.

Gods Woord is zo rijk, omdat het getuigenis aflegt van Hem, die een onuitputtelijke volheid is voor een ontledigd zondaar.

Zulk een getuigenis staat hierboven afgedrukt.

Nahums woord meldt ons de rijkdom van Gods goedheid voor arme zondaren.

Van Nahums persoon en omstandigheden weten wij weinig. Zij liggen vrijwel in het duister.

Zijn profetie echter meldt ons het doel van zijn optreden. Hij verheft zijn stem tegen Ninevé, de hoofdstad van het machtige Assyrische rijk. In die stad lagen de schatten, van de omliggende volken geroofd, opgestapeld.

Assur, de grote wereldmacht, was de verdrukker geworden van Gods volk.

Daarom voorspelt hij de ondergang van het machtige rijk, dat door de opdringende vijanden vernietigd zal voorden.

In hoofdstuk 1 spreekt hij over God, die vreselijk is in Zijn oordelen en geweldig in Zijn tuchtigingen.

Maar te midden van Gods oordelen mag hij getuigen van de goedheid des Heeren, die de Zijnen bijstaat in het midden hunner verdrukking.

„De Heere is goed”. In dit korte woord schuilt een rijkdom van gedachten. Dit getuigenis van Nahum is de overdenking dan ook zeer waard. Wellicht zijn er weinig woorden der Schrift zozeer bestreden als dit.

Zeer velen willen niet weten van de goedheid des Heeren.

Immers — zo zegt men — het bestuur Gods in deze wereld is daarmede ten eenenmale in strijd.

Hoeveel rampen worden niet telkens in de natuur aanschouwd? Hoeveel onrechtvaardigheden worden niet opgemerkt in het menselijk leven? Goddelozen blijven gespaard en maatschappelijk braven worden weggerukt. De goddelozen gaat het voor de wind; degene, die anders leeft, vindt iedere dag zijn verdrukking.

En toch: Nahum, en met hem alle kinderen Gods. getuigt van de goedheid des Heeren. God is nooit te rechtvaardigen voor de rechtbank van onze beperkte en bedorven rede. Hoe kunnen wij in de kleine tijd, die wij doorleven, het bestuur Gods, dat eeuwen omvat, doorzien? Hoe zou ooit leem tot de pottenbakker kunnen zeggen: „Wat doet gij?”

Het getuigenis van Nahum wordt geleerd op de leerschool des Heiligen Geestes. Pas na kruisiging van eigen wijsheid, wil en gevoel, is er sprake van het belijden van des Heeren goedheid.

Pas, als wij ontdekt hebben onze goddeloosheid, die groot is, zullen wij kunnen uitspreken: „De Heere is goed”.

Wanneer wij zó geleid worden, liggen gapende diepten in Nahums belijdenis.

De Heere is goed, omdat Hij ons opzocht te midden onzer zonden.

De Heere is goed, omdat Hij, ondanks onze ontrouw, getrouw bleef.

De Heere is goed, omdat Hij, ondanks al onze tekortkomingen en onwaardigheid, ons dagelijks overlaadt met Zijn gunstbewijzen.

De Heere is goed. Dat geldt van de Vader, die het hoogste wat Hij bezit, afstond ten bate Zijner vijanden.

De Heere is goed. Dat geldt van de Zoon, die niet heeft geaarzeld om de drinkbeker des lijdens te drinken, opdat wij uit de beker des heils verkwikt zouden worden.

De Heere is goed. Dat geldt van de Heilige Geest, die woont in een zondaarsziel, om deze te reinigen, om daaruit te verdrijven al het murmureren en tegenstaan.

De Heere is goed. Zo jubelt het kind Gods, dat in dit leven 's Heeren gemeenschap, het allerhoogste goed mag smaken.

De Heere is goed. Zo wordt beleden, als Gods kind levendig verkeren mag onder de zaligende prediking der beloften Gods.

De Heere is goed. Zo kan wel eens getuigd worden aan de Avondmaalstafel, als Gods kind de voorsmaak der hemelse geneugten proeven mag.

Gelukkig, die dit geloofsgetuigenis mag leren!

O, wij bezingen vaak zo oppervlakkig des Heeren goedheid in het lied, dat wij meezingen in de samenkomsten der gemeente.

Het is vaak lippentaal, die ons hart koud laat. Maar als het geloof, gewerkt door de Heilige Geest, mag arbeiden en wij onze totale onwaardigheid en verlorenheid aanschouwen, wordt ons getuigen anders. Dan doortrilt de vreugde onze ziel, als wij mogen zingen: „'s Heeren goedheid kent geen palen”.

De Nahums ontbreken zo in onze dagen. Gelukkig zij, die, hoe het ook moog' tegenlopen, gestadig op Zijn goedheid hopen.

Door het geloof wordt God gezien, die door de omstandigheden dezes levens voortgaat aan Zijn volk Zijn heil te verlenen.

***

De profeet ziet de goedheid des Heeren in het feit, dat Hij een sterkte is ten dage der benauwdheid en dat Hij de Zijnen kent.

Gods Kerk beleeft verschillende dagen der benauwdheid. De levensomstandigheden kunnen als zovele benauwende machten optreden. Ik denk aan verliezen der onzen. Hoe moeilijk is de gang naar het graf. Gelukkig, als wij bij het ontvallen onzer dierbaren mogen weten, dat de Heere ons goed is.

Ik denk aan een ziekbed, waarin pijn of benauwdheid ons hinderen. Wat kan het moeilijk zijn op ons ziekbed! Maar de Heere is ter sterkte, als wij bij Hem mogen schuilen, als ons oog geopend wordt voor de Man van Smarten, die is gekomen om onze krankheden op Zich te nemen.

Ik denk aan de dag der zondeontdekking. Hoe benauwd kan het ons worden, als onze schuld en onreinheid gesteld wordt in het licht Gods! Benauwd, als Satan het ons toeroept: „Uw zonde is te groot en te lang gepleegd om vergeven te kunnen worden”. In die dag klagen wij: „Ik werd benauwd van alle zijden”.

Maar de Heere is goed. Hij is ter sterkte in de dag van onze benauwdheid.

Immers Hij komt de rijkdom van Christus' verdiensten ons te tonen, begeerlijk te maken, ja, ons zó te schenken, alsof wij zelf in eigen persoon voor al onze zonden betaald hadden.

O, gelukkig mens, die in de verdiensten van de Middelaar al zijn heil en zaligheid mag vinden! Gelijk het kind zich in tijden van benauwdheid vastklemt aan de sterke hand van zijn ouders, zo klemt zich Gods kind aan de Heere vast. God wordt dan een sterke en veilige toevlucht, een rots, waarin hij schuilt tegen de overmachtige vijand.

***

De Heere is goed. Hij kent toch degenen, die op Hem betrouwen.

Onder de vele dingen, die geleerd worden op de leerschool des Heeren, is zeker het betrouwen op God niet het geringste.

Wat kost het veel om daartoe te komen! Hoeveel betrouwen op onszelf of andere mensen moet worden afgeleerd! Wat een pijn moeten wij lijden, eer dat het daartoe bij ons komt. Wat een wantrouwen tegenover God moet worden overwonnen, voordat wij in de rechte gestalte voor God zijn!

Wat is ons betrouwen, zelfs in onze beste ogenblikken, gebrekkig! Hoe vaak menen wij dat Gods wijsheid gering is, dat Gods macht om ons te verlossen is ingekort.

En toch. God kent degenen, die op Hem betrouwen. Hij kent ze in hun zwakheid, in hun gebrek. En toch verstoot Hij ze niet, want Hij is goed.

Hoe rijk is de troost, gelegen in de gedachte, dat God weet wat van Zijn maaksel is te wachten! Hij kent ons door en door, ook in ons gebrekkig vertrouwen, en nochtans verstoot Hij niet.

Hij kent degenen, die op Hem betrouwen. Hij stelt hun ter beschikking: Zijn liefde, macht en wijsheid.

En nooit zal Hij zich de Zijnen schamen. Petrus heeft in de dag der benauwdheid zijn Meester verloochend door te zeggen: „Ik ken de mens niet!”

God echter schaamt zich niet hun God genaamd te worden. Hij blijft ze kennen, ja, erkennen als Zijn volk, dat Hem toebehoort.

Als dan ook eenmaal de dag der grootste benauwdheid komen zal, als de gerichtsdag der wereld zal aanbreken, zal God de Zijnen kennen en erkennen voor het oog der gehele wereld.

Wie durft het geloven: een Vaderhuis voor een weerspannig kroost! Volzalige heerlijkheid voor diepgezonken zondaren!

De Heere is goed. Gelukkig, die iets van de inhoud van Nahums getuigenis mag leren!

Hij zal ogenblikken in zijn leven leren kennen, dat hij het de profeet nafluistert in de binnenkamer. Hij zal tijden hebben, dat hij in kleiner of groter kring wenst te getuigen wat zijn ziel heeft doorleefd.

Het zijn die levenstijden, waarin de band gelegd wordt tussen heden en toekomst. Wij verstaan dan iets van de toekomstige zaligheid als alle Nahums kunnen en mogen zingen in machtig koor: „ De Heere is goed!”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Een rijk getuigenis

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's