De Puritein van de Hertenpolder
71
Het land van Gieson is leeg. Met 1 November heeft hij zijn beesten er uit gehaald.
Janus is er met een schouw vol gier naar toe gevaren. Dat is een hele omhaal, achterom. De wind is westelijk, dus blijft hij aan deze kant. Hij neemt de bocht wijd. Dan stuurt hij de schouw de smalle vaargeul in, langs het land op. Voorzichtig zet hij haar op het zand.
Dan gaat hij de varkensgier uitstrooien. Dit is zijn eerste werk hier. Gieson heeft het, naar hij meent, uitgebuit, maar met varkensgier doe je wonderen. Janus heeft dat gezien bij Altena. Als hij enkele malen de schouw verplaatst heeft, kan hij op de bodem staan. Dat is het laatste werk.
Nu is het klaar.
Hij springt op de kant en steekt de vaarstok in de schouw. Met één duw is de schouw los en Janus stuurt haar vooruit. Licht glijdt het vaartuig over het water. Ginds ligt de hoeve. De witte muren glanzen in de najaarszon.
Janus moet de hoek omhalen van zijn land en dan de Vaartweg langs naar huis. Bij de bocht springt hij in de schouw en stuurt met de vaarstok zich de hoek om. Dan stapt hij op de kant en loopt over de grintweg verder.
Hent Gieson loopt achter 't Elze-walletje. Met lede ogen ziet hij Janus naderen over de Vaartweg met de vaarstok voor zich.
Als Janus hem even voorbij is, tart hij met een smalende stem: — Fijne huichelaar!
Janus is in gepeinzen verzonken. Hij herkent dan Gieson's stem, maar zegt niets.
De haat van Gieson is verdiept. Hij is venijniger geworden. De parade van Aldert heeft alleen, als een speerstoot voor het ogenblik, gegolden. Maar de roem er van heeft de eer behouden en zal als een onvergetelijke historie in geslachten blijven voortleven. Hij, Aldert, is een held geweest, die het recht en de eer van zijn vriend heeft gehandhaafd. Hij heeft gestaan tegenover een leger van vijanden, die verenigd waren in de persoon van Gieson, boer en handelaar in de Hertepolder.
Janus denkt dikwijls aan hem. Ook nu, en het helpt hem, de figuur van Gieson weer kwijt te worden uit zijn gedachtenleven. Zo komt hij gelukkig uit de misère; want 't is een leed, kruis, bij mensen als Gieson en hun beledigingen, lang stil te staan.
Hoeveel genot ligt er in, de woorden en daden van christenen, van mensen met karakter, te bepeinzen. Dan raakt men uit de ellende en uit het verdriet. Daarom heeft Janus ook boeken, die hem zulke kostelijke vrienden geworden zijn.
Als Janus voor de brug komt, geeft hij de schouw een extra duw met de vaarstok. Kaarsrecht schiet de schouw onder de brug door. Dan haalt Janus haar naar zich toe en springt er in. Daar bij de bocht om de hof, kan hij op de kant de vaarstok niet sturen.
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's