De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Heiligmaking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Heiligmaking

8 minuten leestijd

II. (Slot).

Iemand heeft eens gezegd: „Voortgaande heiligmaking leidt tot steeds dieper verootmoediging en doet meerder genade deelachtig worden”. Inderdaad een gezegde, om over na te denken en de practijk van ons christelijk leven aan te toetsen.

Voortgaande heiligmaking.

Steeds dieper verootmoediging.

Meerder genade deelachtig worden.

Wanneer het in het leven van een christen wèl gesteld is, dan zullen deze drie zaken niet gemist worden. Dit alles behoort immers maar niet tot de theorie, die buiten de levenspractijk om zou gaan, doch is onlosmakelijk verbonden aan het nieuwe leven, dat door Gods Geest in de harten van Gods kinderen verwekt wordt.

Het is zeker geen teken van geestelijke bloei, wanneer er zo weinig bespeurd wordt van deze vruchten van geloof en bekering. Want al zijn het ontegenzeggelijk vruchten die vooral in de binnenkamer rijpen, het kan niet uitblijven dat ze dan ook naar buiten openbaar zullen worden. Zou het niet in woorden zijn, dan zeer zeker in de levenswandel. Want het is onmogelijk dat degenen, die in Christus Jezus door een waar geloof zijn ingeplant, deze vruchten niet zouden voortbrengen.

Heiligmaking is geen verdienstelijk werk. Het kan nooit een grond zijn waarop we kunnen staan. Heiligmaking drijft tot Christus, tot Hem, van Wie Gods gemeente belijdt: „Christus is ons geworden tot wijsheid van God en rechtvaardigheid en heiligmaking en verlossing”. Heiligmaking is een daad Gods. Hij rekent uit genade aan de Zijnen de heiligheid van Christus toe, hen aanziende in de Borg.

Waar de heiligmaking gevonden wordt, daar komt ook de strijd tegen de zonde, tegen de oude mens. Dit is een voortdurende strijd, die een Paulus deed klagen : „Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen van dit lichaam des doods”, doch die er ook aan mocht toevoegen: „Ik danke God, door Jezus Christus onze Heere”.

Calvijn merkt in dit verband op, dat de strijd die Paulus beschrijft, niet eerder gevonden wordt, dan wanneer de mens de gave des Geestes heeft ontvangen. De mens, die aan zijn natuur wordt overgelaten, kent die strijd niet. De haat tegen de zonde wordt in het vlees niet gevonden.

De voortgaande heiligmaking openbaart zich hierin, dat er een jagen is naar het doel om de prijs der roeping Gods. die van boven is in Christus Jezus. Niet, dat ik het reeds zou verkregen hebben of reeds volmaakt zou zijn, — zo belijdt Paulus — maar ik jaag er naar, of ik het ook grijpen mocht, waartoe ik ook van Jezus Christus gegrepen ben.

Gegrepen door Jezus Christus. Diens Hand alleen dwingt ons Sodom te verlaten en ons te spoeden naar het Zoar des behouds. Nooit zal daarom iemand kunnen zeggen: Mijn hand heeft mij verlost. Het is Christus' Hand, die vastgrijpt en ook vast­ houdt op de weg der heiligmaking. Die struikelenden weer opricht en het oog op Hem gevestigd doet houden. Op Hem, Die gezegd heeft: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven.

Laten we nooit vergeten dat achter de heiligmaking Gods genadige verkiezing ligt. Dat is de vaste troost voor allen die hun voeten op de weg der heiligmaking mogen zetten. Vandaar dat ze al hun hoop en vertrouwen alleen kunnen stellen op Gods souvereine genade en nooit op iets, dat in of aan hen gevonden wordt. Ook niet op hun heiligmaking. Trouwens die daarin het meest gevorderd is, zal zich het meest mishagen.

De heiligmaking komt dus ook niet in de plaats van het leven des geloofs. Want we worden niet door de heiligmaking gerechtvaardigd, doch door het geloof in Christus. Dat is de scharnier, waarom alles draait. Het gehele leven der heiligmaking in struikelen en opstaan, is op het geloof betrokken.

De reformatoren kwamen met de belijdenis van de rechtvaardigmaking des zondaars door het geloof alleen. Het sola fide was het fundament van wat in de tijd der reformatie genoemd werd de nieuwe gehoorzaamheid. Daarom is een heihgmaking, die niet uit het levend geloof opkomt, geen Schriftuurlijke heiligmaking, doch veeleer een wettische vroomheid.

Luther heeft gezegd: „Zie, zo heb ik het geloof te allen tijde geprezen en alle werken, die zonder geloof geschieden, verworpen, om daardoor de mens van de valse, pharizese, ongelovige, schijn-goede werken, waarvan nu alle kloosters, kerken, godshuizen, lage en hoge standen boordevol zijn, te leiden tot de rechte, gelovige, echt-goede werken”.

Ook Calvijn bepleit klemmend de heiligmaking des levens, echter nooit om er op te leren rusten, maar verwijst daartoe steeds weer naar de rechtvaardigmaking door het geloof alleen.

Daarom moeten we ons altijd voor vereenzijdiging hoeden.

Rechtvaardigmaking en heiligmaking staan niet los naast elkander. Want God rechtvaardigt niemand, die Hij niet tevens heiligt. Wanneer de Heere iemand met Christus' gerechtigheid bekleedt, dan blijft 't bij zulk een mens onder dat kleed niet alles bij het oude. Er komt dan een nieuwe gehoorzaamheid. Gods Geest maakt gewillig en bereid Gode te leven. Men krijgt deel aan de zalving van Christus en in het leven komt iets tot openbaring van het profetisch, priesterlijk en koninklijk ambt.

Nooit echter bezit de heiligmaking rechtvaardigmakende kracht. Het blijft een leven bij en onder het kruis. Het hopen op Christus' gerechtigheid is begin, voortzetting en einde. Want de zonde kan alleen maar vergeven worden en nooit door goede werken, door heiligmaking worden uitgewist. Daarom verliest in het leven der heiligmaking nimmer het woord van Johannes zijn kracht : Zie het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt.

Het heil is in Christus. En het geheiligde volk, dat van 's Heeren trouw mag zingen, zal in een weg van heiligmaking het alleen verwachten van het borgtochtelijk lijden en sterven van de Middelaar Gods en der mensen, van Hem, Die het verworven heil door Zijn Geest toepast aan hun zielen.

Heiligmaking. Zoals aan de vruchten de boom gekend wordt, zo wordt aan de vrucht der heiligmaking het zaligmakend geloof gekend.

Nu wordt er in onze dagen nog wel veel over geloof gesproken en gepredikt, maar waar zijn de vruchten der heiligmaking? Dat deze vraag ons tot bezinning moge roepen! En waar deze vruchten gemist worden (en het zijn vruchten, die alleen uit God gevonden worden), dat er dan een voortdurende bede moge opgaan om dit leven der heiligmaking. Christus heeft beloofd dat de Heere de Geest des geloofs. Die tevens is de Geest der heiligmaking, niet onthouden zal dengenen, die Hem daarom ootmoedig bidden.

Met droefheid moet helaas geconstateerd worden, dat in onze dagen meer vruchten van wereldgelijkvormigheid, al is het dan ook onder een christelijk vernis, te aanschouwen zijn, dan vruchten van heiligmaking en godzaligheid.

Vreemd zouden b.v. onze godzalige voorgangers, die in het verleden in tere godsvrucht de gemeenten voorgingen, hebben opgekeken, wanneer ze in de 's Gravenhaagse Kerkbode onlangs het verslag hadden kunnen lezen over een week-end van de Jonge Kerk. Een week-end, dat stond onder leiding van drie Haagse predikanten. De middag van de dag des Heeren werd volgens dat verslag als volgt doorgebracht:

„Na het middagmaal konden we ons vermaken, zoals we verkozen. Daardoor hebben we fantastische staaltjes van lenigheid kunnen aanschouwen bij het voetballen, handballen, touwtje springen enz., niet alleen van de J.K.-ers, maar ook van onze Pastors”.

Men vraagt zich af: is dit nu hedendaags pastorschap? Zouden deze predikanten nu werkelijk menen dat de vreze des Heeren en een godvruchtige wandel gepaard kunnen gaan met zulk een „sportiviteit” op de aan Gods dienst geweide en geheiligde dag? Men is dan toch wel héél ver verwijderd van de zielsgesteldheid, die de psalmdichter deed zingen: „Ik ben, o Heere, een vreemdeling hier beneên, laat Uw geboôn op reis mij niet ontbreken”. Pelgrimschap en vreemdelingschap, dat zijn de beste waarborgen voor de juiste heiliging van Gods Dag. „En hunne aangezichten waren als reizende naar Jeruzalem”. Dat leest men niet af van aangezichten die op de Dag des Heeren b.v. achter een voetbal aanjagen. Ligt het niet méér in de lijn van pastors, om zich aan de zielszorg te wijden en zich niet te begeven op het terrein der Zondagssport?

Heiligmaking kenmerkt zich o.a. door eerbied voor Gods Naam, Gods Woord, Zijn Dag en Zijn Huis. Een dure roeping ligt hier allereerst voor allen, die in het heilig ambt gesteld zijn, opdat ze door hun godzalige wandel God verheerlijken mogen en de gemeente tot een voorbeeld zijn.

Maar ook de gemeenteleden hebben ernst te maken met de heiligmaking. Want wat zou ons onze godsdienst baten, ook al waren we nóg zo principiëel gereformeerd, doch de vrucht der heiligmaking zou in ons leven niet gevonden worden? Dat zou bewijzen dat we het zaligmakend geloof) misten. En zonder dit geloof is Christus ons niet dierbaar, ook al zouden we dit met de mond beweren. Want niet een iegelijk die zegt Heere, Heere, zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen, maar die daar doet de wil des Vaders, die in de hemelen is. En de wil des Vaders — zo zegt ons de Heilige Schrift — is onze heiligmaking.

Zalig degenen, die iets van het leven der heiligmaking kennen. Over hen valt het licht van Christus' toekomst. Want het is een volgen van Hem, Die hen is voorgegaan, de overste Leidsman en Voleinder des geloofs. Door Hem zullen ze eens tot de voorgestelde volkomenheid na dit leven geraken, om dan God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest eeuwig dank en ere toe te brengen in heerlijkheid.

Gods verborgen omgang vinden.
Zielen, daar Zijn wees in woont,
't Heilgeheim wordt aan Zijn vrinden.
Naar Zijn vreêverbond getoond,
d' Ogen houdt mijn stil gemoed
Opwaarts om op God te letten.
Hij, Die trouw is, zal mijn voet
Voeren uit der bozen netten.

’s Gravenhage
F. Troost

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Heiligmaking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's