De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Van heinde en ver

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Van heinde en ver

De vervolging der Protestanten in Columbia

4 minuten leestijd

In het hoofdorgaan van de Noors-Amerikaanse Lutherse kerk, „The Lutheran”, vertelt dr. Syrdal, die een inspectiereis heeft gemaakt in dienst van zijn kerk naar de zendingsposten in Zuid Amerika, een en ander over de toestanden, die op het ogenblik heersen in Columbia. In dit land ontwikkelt de conservatieve partij, die thans aan de macht is, zich meer en meer in dictatoriale richting. Deze partij is geheel en al in de macht van de Roomse kerk. De Katholieke geestelijkheid draagt de voornaamste schuld voor de situatie, die op 't ogenblik in het land heerst, zo zegt dr. Syrdal, en hij gaat verder: De toestand is nu zó, dat de dictatuur zich meer en meer keert tegen de liberalen en de Protestanten. De bedoeling is ongetwijfeld om het Protestantisme buiten het land te houden. Onder deze vervolging is het voor de Protestantse zendelingen onmogelijk geweest, hun arbeid in de meeste kleine steden voort te zetten, maar ze hebben zich moeten terugtrekken in de weinige grote steden in 't land. Vele Protestantse zendingsstations zijn verwoest geworden. Op sommige plaatsen is dit verwoestingswerk uitgevoerd onder leiding van de plaatselijke autoriteiten. En wanneer men zich beklaagde bij de hogere gezagsdragers, werd aan die klachten geen aandacht gewijd.

Dorpen, waar liberalen en Protestanten wonen zijn voortdurend blootgesteld aan aanvallen, en op verschillende plaatsen zijn hun huizen geplunderd en verbrand.

De 15de Maart j.l. werd onze kapel en zendingswoning te Parpa verbrand. De enige kapel van onze zending, die thans nog gebruikt wordt, is die in de stad Tunja, een weinig noordelijk van Bogota. Maar ook deze heeft men getracht te verwoesten.

Toen ik kort geleden Bogota bezocht, vond ik onze zendelingen vol goede moed, ondanks deze gevaarlijke situatie. Wel waren ze wat terneergeslagen als gevolg van de vervolging, maar zij zetten hun werk in de hoofdstad voort, waar in elk geval voor het ogenblik geen openlijke vervolging plaats heeft. Daar Bogota een grote stad is, trekken ze daar niet zozeer de opmerkzaamheid als in de kleine steden. En zij hebben ook niet het plan het land te verlaten, tenzij de toestand werkelijk onhoudbaar zou worden.

Zelf heb ik meerdere inheemse Christenen aangetroffen, die onder grote gevaren Bogota hadden bereikt en die zich verborgen hadden gehouden in de bergen, om marteling en dood te ontgaan. Ik moet hun geloofsmoed bewonderen. Zij beklaagden zich niet over de grote verliezen, die zij en andere gelovigen hadden geleden, en evenmin over de zware beproevingen, die zij hadden moeten doormaken. Maar zij waren diep bedroefd over degenen, die niet sterk genoeg waren geweest om vol te houden onder de beproevingen, doch onder bedreigingen hun geloof hadden afgezworen. Want er zijn er, al zijn het er niet vele, die hebben toegegeven. Zij hebben zich door Roomse priesters in de Moederkerk laten opnemen en hun kinderen laten herdopen.

De vervolging, die nu plaats heeft, is een directe inbreuk op het vriendschapsverdrag, dat in 1846 gesloten werd tussen de V.S. en Nieuw Granada, zoals Columbia toen heette. Op aandrang van de Amerikaanse regering heeft het ministerie van buitenlandse zaken een verklaring uitgezonden, dat „kapellen, particuliere huizen en scholen, plaatsen zijn, waar zendelingen het recht hebben hun gewone werk te doen”. En men zegt, dat de president van het land een schrijven heeft gezonden naar alle provinciën, waarin gezegd wordt dat de autoriteiten moeten toezien dat „Protestanten niet verder lastig gevallen worden”, en dat de provinciale autoriteiten verantwoordelijk worden gehouden voor de bescherming van de Protestanten.

Men vraagt zich werkelijk af, of deze verklaringen eerlijk gemeend zijn, dan wel, of zij uitgevaardigd zijn voor de wereld. In de laatste richting wijst de omstandigheid, dat de vervolging voortgaat en dat het voortdurend moeilijker wordt voor de zendelingen om een reisvergunning te krijgen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Van heinde en ver

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's