De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kerknieuws

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerknieuws

12 minuten leestijd

Beroepen:

te Groot Ammers W. Vroegindeweij te Bleiswijk — te Sliedrecht (3e pr. pl.) W. Brinkman te Asperen — te Maarssen (vac. P. Moerenhout) N. den Oudsten te Alkmaar — te Assen F. Oort te Naarden — te Kielwindeweer V. E. Schæfer, voorheen pred. bij de Prot. Kerk in Indonesië, thans hulppr. te Amersfoort — te Meerkerk G. Willemsen te Hierden — te Midwolda (toez.) A. Mol te Wons — te Schiedam M. M. de Jong te Nieuw Vennep — te Brugge (België) Y. van der Schoot, cand. te Zutphen — te Elburg (2e pred. pl.) J. T. Doornenbal te Oene — te Krimpen a/d Lek H. G. Abma te Rotterdam-Delfshaven.

Aangenomen:

naar Mensingeweer W. Vos, cand. te Groningen — naar Vreeland H. Huting, cand. te Amsterdam — naar Winsum P. N. Vellekoop te Terwispel.

Bedankt:

voor Bodegraven (vac. H. Roelofsen) J. W. van der Linden te Kamerik — voor Bovensmilde H. Huting, cand. te Amsterdam — voor Nieuwland W. L. Mulder te Maartensdijk — voor St. Annaland J. J. de Heer te Benthuizen — voor Kampen J. Zwijnenburg te Huizen (N. H.) — voor Makkinga P. N. Vellekoop te Terwispel — voor De Meern (toez.) P. Six Dijkstra te Vriezenveen.


Afscheid te Kesteren.

Na een verblijf van bijna vier jaren nam Zondag 24 Sept. j.l. ds. J. van Wier afscheid van zijn eerste gemeente, Kesteren. Ondanks de grote regenval, was de noodkerk tot de laatste plaats toe bezet. Als afscheidswoord had ds. Van Wier gekozen Fil. 1 vers 27. In zijn prediking wees hij de gemeente allereerst op het grote voorrecht, het Evangelie van Christus te mogen prediken en te mogen beluisteren. Juist in onze dagen moet het ons tot ootmoedige dankbaarheid stemmen, dat God in Zijn gunst ons het Woord der verzoening nog laat verkondigen. Maar dat Woord wijst ons ook op de grote verantwoordelijkheid, ons van Godswege opgelegd, om waardiglijk dat Evangelie te wandelen. Om niet alleen hoorders, maar ook daders des Woords te zijn. En dat geschiedt, indien de gemeente in éen geest, met één gemoed, gezamenlijk staat, strijdend voor en door het geloof des Evangelies.

Eén van de grote zonden van Gods Kerk is in onze dagen juist de verdeeldheid en verbrokkeling, terwijl het grote gebod van de Koning der Kerk geldt: Ik wil dat zij één zijn!

Na de prediking volgden de gebruikelijke toespraken tot de verschillende personen en colleges, die door vijf sprekers beantwoord werden. De consulent, ds. D. van der Ent Braat, te Opheusden, verzocht de gemeente haar scheidende leraar toe te zingen Psalm 84 vers 3.

Na afloop van de dienst maakten zeer velen gebruik van de gelegenheid om ds. en merv. Van Wier voor de laatste maal de hand te drukken.

Moge de Koning der Kerk weer spoedig een nieuwe herder en leraar aan de gemeente Kesteren schenken!


Intrede Bergambacht.

Zondag 15 October j.l. verbond ds. J. Lekkerkerker, overgekomen van Westbroek, zich aan de gemeente Bergambacht, na des morgens bevestigd te zijn door ds. J. J. Timmer van Nieuwerkerk a/d IJssel.

De tekst van de bevestiger was Ezechiël 37 vs. 1-13.

Ds. Lekkerkerker sprak over de woorden uit Joh. 15: „Ik ben de Goede Herde”. Na de gebruikelijke toespraken werd ds. Lekkerkerker toegesproken door ds. Lans van Willige Langerak namens de gemeente en namens de ring en in zijn kwaliteit van consulent. Voorts door een ouderling uit Westbroek en door de burgemeester van Bergambacht.

Beide malen, maar inzonderheid 's avonds, was de kerk overvol.


Bevestiging en intrede te Putten.

Het was Zondag een blijde dag voor de Ned. Herv. gemeente te Putten, daar deze na een vacature van precies een jaar, weer een nieuwe herder en leraar mocht ontvangen door de overkomst van ds. J. van Wier uit Kesteren.

In de morgendienst werd deze bevestigd door zijn vriend, ds. H. A. van Slooten, te Wierden, die als tekst gekozen had 2 Tim. 2 vers 8. De bevestiger wees ds. Van Wier en de gemeente er op, dat deze tekst een woord van rijke vertroosting, maar tevens een woord van ernstig vermaan inhield. Alleen de opstanding van Jezus Christus kan en mag de bron en de troost der prediking zijn.

Na de bevestiging zong de gemeente haar nieuwe predikant toe Psalm 119 vers 9.

In de namiddagdienst verbond de nieuwe predikant zich aan zijn gemeente met de prediking over Openb. 7 vers 17. In zijn inleidend woord zei ds. Van Wier, dat hij met een gevoel van grote ontroering deze kansel betreden had. In de eerste plaats, als hij denkt aan de gemeente Kesteren en het afscheid daarvan. En dan nu door het feit, dat het juist deze dag 6 jaar geleden is dat ruim 600 mannen uit dit bedehuis werden weggevoerd, om nooit weer terug te komen.

Bovendien zijn er vele dingen, die ons hart met vrees vervullen. Oorlogen en geruchten van oorlogen. Vijandige machten van communisme en Rome. De Kerk heeft geen beslag meer op de massa van ons volk. Duizenden gaan aan de prediking van Gods Woord voorbij. God zal echter Zijn Kerk in stand houden. Het is de roeping der predikers te verkondigen, dat de Kerk Gods, ondanks alle verdrukkingen zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen. Wij hebben dan ook alleen bij de Koning te schuilen. Hij wil onze Leidsman zijn en zal straks alle tranen van de ogen afwissen.'

Spreker wees in zijn prediking op de rijkdom van Jezus Christus voor Zijn Kerk. Wij hebben op niets te vertrouwen dan alleen op het Lam Gods, dat Zijn Kerk weiden zal. Alleen die gekruisigde Christus hebben wij te verkondigen, die als een Lam ter slachting geleid werd ter verlossing van Zijn Kerk, maar die thans als de verhoogde Middelaar staat in het midden van de troon Gods. En het is dat Lam alleen, dat daar in volkomenheid, maar hier reeds in beginsel Zijn volk weidt en tot Leidsman is naar de levende fonteinen.

Dan zal God ook alle tranen van hun ogen afwissen. Dat is het vooruitzicht voor Gods Kerk, die hier nog strijden en lijden moet om Christus' wil.

Na de prediking volgden de gebruikelijke toespraken, die beantwoord werden door de plaatselijke predikant ds. L. Kievit, die een hartelijk welkomstwoord sprak en de nieuwe herder en leraar toe liet zingen de zegenbede uit Psalm 20 vers 1.

Ds. C. J. van der Graaf te Nijkerk sprak tenslotte nog namens de Ring en de Classis.


Bevestiging en intrede ds. I. Schipper.
Ede telt thans vier Hervormde predikanten.

Zondag 15 October was voor de Ned. Hervormde gemeente van Ede een heuglijke dag, want ds. I. Schipper, gekomen van Voorthuizen, deed, na des morgens in de Nieuwe Kerk bevestigd te zijn door ds. J. van Sliedregt, in de middagdienst in de Oude Kerk zijn intrede als vierde predikant ter plaatse.

Bij de bevestiging las ds. van Sliedregt uit Jesaja 40:1—11 om daarna in aansluiting op dit schriftgedeelte tot onderwerp zijner predikatie te kiezen Joh. 1 vers 23, waar geschreven staat: „Hij zeide: Ik ben de stem des roependen in de woestijn, maak de weg des Heeren recht, gelijk Jesaja, de profeet, gesproken heeft”.

De bevestiger verdeelde zijn onderwerp in drie delen, t.w.:

Wie is hij?
Welke opdracht heeft hij?
Wie is zijn lastgever?

Zoals Johannes de Dooper zichzelf wegcijferde en zich uitsluitend noemde „een stem des roependen”, zo is de taak van de herder en leraar te zijn een roepende stem tot allen, een roepende stem tot arm en rijk, hoog en laag. Zoals Johannes de Dooper degene was die de paden moest recht maken voor de Heere, zo moet de nieuwe leraar zijn een wegbereider voor Christus in de harten der gemeenteleden.

Hierin heeft hij slechts te luisteren naar één lastgever, namelijk Jezus Christus. Alleen Zijn Woord is de opdracht.

Nadat het bevestigingsformulier was voorgelezen en door ds. Schipper beantwoord, sprak ds. Van Sliedregt nog enkele woorden als vriend en collega en verder uit naam van kerkeraad en gemeente, waarna ds. Schipper de bede uit Psalm 20 vers 1 werd toegezongen.

De Intrede.

Onder de zeer talrijke aanwezigen, die des middags in de Oude Kerk de intrede van Ede's vierde Hervormde predikant bijwoonden, merkten wij naast de drie predikantencollega's op burgemeester J. J. G. Boot, de wethouders O. C. van Hemessen en M. Wiegeraadt, alsmede ds. J. H. van der Wal, uit Wageningen, namens de Ring.

Na votum en zegen liet ds. Schipper zingen Psalm 122 vers 2, waarna gelezen werd 1 Corinthe 3 vanaf vers 9.

Gemeente van Ede — aldus ds. Schipper — wij zijn hier tegenwoordig om te horen, wat ons van God geboden wordt. Zeker een treffend samenzijn: tegenwoordig te zijn voor God. Om wat reden hebt gij mij ontboden? Spreker gaat hier breder op in en zegt: God Zelf heeft Zijn instrumenten in Zijn hand. Hij vraagt het gebed van de gemeente op zijn arbeid.

Medearbeider Gods.

Als tekst neemt Z.Eerw. 1 Cor. 3 vers 9 : „Want wij zijn Gods medearbeiders, Gods akkerwerk. Gods gebouw zijt gij”.

Naar aanleiding van deze woorden gaat spreker eerst in op de woorden medearbeider. Gods medearbeider is de mooiste naam, die een dienaar kan ontvangen, geen helper van mensen, maar medearbeider Gods, dat is de grootste erenaam. Arbeiden onder de mensen is de dienende taak van Paulus. Dienen van God en de mensen. Het was voor Paulus geen beletsel God groot te maken. Deze arbeider moet belijden, dat hij klein is in zichzelf. Smaadheid heeft Paulus gehad. Ds. Schipper tekent Paulus op zijn weg naar Damascus. Hij, van zijn voetstuk neergeworpen, weet dat er in een mens geen goed woont. Paulus moest door zijn eigen naam een streep halen. Spreker gaat in op de ontbranding van het vlees van Paulus en de ware medearbeider.

Gemeente van Ede — aldus ds. Schipper — het zal u wèl gaan, wanneer er iets gevonden wordt, wat er in Paulus aanwezig was. Want God stelt arbeiders in Zijn wijngaard om Zijn Woord uit te strooien. Zo wordt de gemeente gebouwd als een wijngaard.

Samen een éénheid.

Gods medearbeider, dat ziet op een eenheid. Zo richt spr. zich tot zijn collega's; hij hoopt dat door hun gezamenlijke arbeid Gods Koninkrijk gebouwd zal worden.

Medearbeiders. Paulus is in eigen kracht niets. God werkt. Ook de dienaar werkt niet. God werkt. Het is een werk der verzoening, dat de eeuwen door staande blijft. Het is een werk, dat aan de wereld in het Paradijs is geopenbaard. Spr. gaat op de arbeid van de medearbeider dieper in. Hij moet o.a. ook de mensen onttronen, opdat zij neerzinken zullen en hun blik leren slaan op het Kruis, om dan uit te roepen „het is alles volbracht”.

Zie, als zó Christus gezien mag worden door de prediker èn door de gemeente, dan wordt het: „Ziet, Hij komt, huppelende over de bergen en springende over de heuvelen”.

Gods akkerwerk.

Ds. Schipper laat vervolgens zien de grote verantwoordelijkheid van de dienaar en ook van de gemeente. Gij zijt Gods akkerwerk, zegt de Heilige Schrift. Als gij Gods akkerwerk wordt genoemd, wat is dat? Spreker gaat in op de gangen: o.a. smaadheid, verzoening, troost, heimwee. Ook komt de waarschuwdende stem van de prediker: „Gij zijt Gods akkerwerk en gij hebt niet gewild”.

Spreker wijst op de vrucht van dit akker­werk. Hoe vaak geploegd op de heilige wet, maar het is alleen ontdekking aan zijn zonden door Christus Jezus. Gods akkerwerk eist: onder de ploeg en de eg. In dit beeld ligt besloten, wat de gemeente onder de bediening des Woords te doen heeft. Laat u ontdekken, laat u bekeren, laat u bearbeiden, — aldus spr. — opdat meer vruchten der bekering mogen voortkomen. De akker van de mens moet dagelijks bearbeid worden.

Gods gebouw zijt gij.

Dan komt Paulus op een ander beeld : „Gods gebouw zijt gij”. Spreker releveert de uiterste Hoeksteen van dit gebouw, die uit de hemel nederdaalde voor zondaren. De wereld ziet weinig heerlijkheid in dit gebouw, in de Kerk, maar toch: Gods gebouw staat vast. Daar ligt een grote troost in. Daarin ligt ook een taak van de dienaar om te bouwen. Deze tempel bestaat uit losse stenen, die stuk voor stuk op de hoeksteen worden neergelegd. Nu gebruikt God Zijn arbeiders, om die stenen los te maken uit deze wereld, om dan geplant te mogen worden op die uiterste hoeksteen. Spr. hoopt dat de arbeid in zijn nieuwe gemeente niets anders zal bedoelen, dan te bouwen op het vaste fundament Jezus Christus.

Dan heeft God zelf gezegd, dat Zijn licht zal schijnen uit de duisternis en Zijn gerechtigheid zal zegevieren. Spr. hoopt in zijn prediking de rijkdom van Christus Jezus te mogen aanwijzen.

Dan komt de grote Landman over, die Zijn knechten niet in de steek laat, dan gaat Hij voort met de lamp van Zijn Geest, uitbrandende alles wat niet was naar Zijn heilige wil, totdat Hij komt tot de overwinning: Gij zijt mij te sterk geworden. Gij hebt mij overwonnen.

Uw vrucht is uit Mij gevonden, zegt de Heere, om dan tenslotte, verzoend door de gerechtigheid van Christus, te zeggen: „Eén ding heb ik begeerd, dat ik al de dagen vertoeven mag in het huis des Heeren.” Amen.

Toespraken.

Na het zingen van drie verzen van Psalm 87 richtte ds. Schipper zich allereerst tot zijn bevestiger, ds. Van Sliedregt. Spr. was zeer gesterkt door diens woorden. In gevoelvolle woorden richtte hij zich tot zijn collega's, kerkeraad, kerkvoogdij enz. Hij deed een beroep op hun trouw en hoopte in eenheid te mogen arbeiden.

Ook richtte spreker zich tot Zuster Hollebeek, die volgens de nieuwe kerkorde een mededienaresse is, en daarna tot burgemeester Boot, wie hij de taak Overheid en Kerk voorstelde.

Na het Christelijk Onderwijs te hebben herdacht en de arbeid die er ligt, besloot ds. Schipper met een woord tot de gemeente, van wie hij hoopte, dat zij de deuren zal open hebben om bekend te worden gemaakt met het Woord des Heeren. Spreker beval zich der gemeente aan en besloot met deze woorden: Niet omdat mijn naam iets zegt, maar opdat het zaad van de akker tot ontkieming komt en Gods gebouw hier en daar een steen mag dragen, waar niet op voorkomt mijn naam, maar die van de grote Bouwmeester, Christus Jezus.

Spreker eindigde hierna met dankzegging.

Ds. J. H. Cirkel vertolkte de gevoelens van collega's, kerkeraad en gemeente en liet tenslotte staande zingen de zegenbede uit Psalm 134 vers 3.

Hiermede was de plechtigheid geëindigd.

K—ft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Kerknieuws

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's