De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een domine vertelt

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een domine vertelt

VIIa DE BESLISSING INZAKE EEN BEROEP

4 minuten leestijd

Ook het uitlokken van beroepen is af te keuren. Er wordt al wat gedaan uit ijdelheid of ook: door wispelturigheid gedreven.

Er zijn van die leraren, die als op vleugelen wegvliegen van de ene naar de andere Gemeente. Is dat alles roeping van boven, of is het wellicht, omdat het prekenstapeltje weer eens moest worden omgekeerd?

Wanneer een predikant gewild is, dan vindt de Gemeente het wel aangenaam, dat haar domine nog al eens genoemd wordt.

Want van de weeromstuit krijgt zij meteen een stukje van de pluim op de hoed.

En domine? Och, niet minder! Het is toch aangenamer, een begeerd, dan een niet begeerd man te zijn. Jubileert hij dan later, dan wordt elk beroep, dat hij ontving, in de bladen als een soort decoratie er bij vermeld.

Hier liggen tal van gevaren. Er is misschien geen ambtsdrager, die zozeer gevaar loopt, over het paardje gebeurd te worden, als een domine, en dan blijkt het, dat het ook maar mensen zijn.

Thans kom ik nog even terug op dat bovengenoemde gezegde: „de Bijbel is geen toverboek.”

Men wil daar eigenlijk dit mee zeggen, dat Gods Woord niet zo maar een antwoord geeft op al mijn moeilijkheden. Dat de teksten in deze maar niet klaar liggen. Dat dus de Bijbel nooit met deze vooropgezette bedoeling mag worden gelezen.

Nu, wie zal dit ontkennen? Het zou zeer zeker verkeerd zijn, wanneer mensen aldus redeneerden: ik zal eens zien, waar de Bijbel open valt en van hetgeen daar staat, laat ik afhangen, wat ik doen moet. Dat zou niets minder wezen dan een teken vragen, dus: God de Heere willen dwingen, om mij aldus Zijn wil te openbaren.

Laat niemand nu evenwel menen, dat deze zaak hiermee is afgedaan. Alsof het Woord Gods er buiten zou moeten blijven. Want als het nu toch eens gebeurde, dat de Heere door middel van Zijn Woord licht gaf?

Of kennen wij soms alle wegen en alle middelen Gods?

Zal een ander mens mij vertellen hoe God mij onderwijzen kan?

Wanneer ik dat zelf ondervond, dan weet ik dat toch zelf ook het beste. Laat schrijver dezes hier iets mogen meedelen uit zijn eigen leven. Jaren geleden stond hij eens voor een moeilijke beslissing inzake een beroep. Hij wist niet, wat te doen. Hij wilde wel gaan en ook wel blijven.

Alles bleef duister. Daar ineens verlangde zijn ziel naar versterking. Eigen verlegenheid werd gevoeld. De bede kwam op: „Heere, wil mijn ziel versterken door uw Woord, want ik ben radeloos”.

Gods Woord werd opgenomen, niet om een tekst te vinden inzake een beroep, maar om opgebeurd te worden.

Even kwam de vraag op: „Wat zal ik lezen?” Maar meteen de vaste overtuiging er over heen: „het gehele Woord is goed”.

Het Bijbeltje viel open.

Ik mag u niet vertellen, wat hij daar vond en las, want hij zou het gevoel hebben, door dit te doen, een teer geheim te schenden. Maar dit mag gezegd: daar stond nu het antwoord op zijn moeilijkheden.

Hij kon zijn ogen als 't ware niet geloven en zag voor de tweede maal, maar thans las hij ook duidelijk de twee woorden, die aan het bovenbedoelde voorafgingen en die het antwoord nog versterkten. Dat Woord greep zó precies in op zijn eigen zielsgedachten en overleggingen, dat hij meteen gevoelde, hoe de Heere hem recht in het hart had gezien.

Ineens wist hij, wat hij doen moest, zonder aarzeling.

Wie schetst zijn ontroering, toen hij de koster der kerk de volgende dag ontmoette, die tot hem zeide : „de domine gaat heen, want ik ben bepaald bij ........”, en meteen noemde hij het Woord en de plaats, waar het voorkwam. Het was hetzelfde!

Wanneer ik dit vertel, ben ik mij hiervan wel bewust: Wat voor mij groot is, dat is het nog voor een ander niet. Daarom worden de bijzonderheden dan ook verzwegen.

Ik vertel het slechts daarom, omdat ik het wel onderschrijf, dat de Bijbel geen toverboek is, maar daarmee wil ik niet beweerd hebben, dat het biddend lezen van het Woord er buiten moet blijven, want dat moet het niet.

Het Woord Gods dient niet om onze raadseltjes naar believen op te lossen, en wie het daarvoor toch gebruikt, zondigt in het lezen.

Maar wie er naar verlangt en verder alles in 's Heeren handen geeft, die wordt naar de ziel versterkt. En die verneemt ook veel meer dan dat, waarop hij had gerekend.

En zo blijft dan dit Woord toch de enige vraagbaak voor Candidaten en Dominees en trouwens ook voor ieder mens in al zijn moeilijkheden.

K.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Een domine vertelt

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's