De Puritein van de Hertenpolder
74
Die zijn er meer in het land. Maar elk heeft z'n eigen hoedanigheden.
Ieder heeft z'n eigen werk en elk heeft zijn eigen aanleg.
Paul Austerlitz erkent elk eerlijk werker. Maar de brutale wereldgeest der massa heeft hem tegen de borst gestuit. Hij heeft het onrecht gezien en de leugachtigheid der grote hoop. Terwijl hij de spreuk uit z'n jeugdjaren al meer tot z'n levensdevies gesteld heeft. „Wees oprecht en vrees voor niemand”.
Paul trekt z'n kano op de kant en legt hem onderstboven op het land.
— Zo, zegt hij, terwijl hij gaat zitten, en hoe heet jij?
— Mien naom is ontleend an de landbouw in de hogere streken. Veldstroo is mien naom. Janus Veldstroo. Mer onze naomen zeggen nie veul, meneer.
— Zeg maar Paul, dat klinkt mij beter. Het is zo, onze namen zeggen niet veel. Het js slechts een aanduiding. Bijnamen zeggen vaak veel meer. Noem er eens een paar ? Pardon, Janus, ik ben leraar aan de Hogere Burgerschool.
— Noe, ik wor greig geëxamineerd. U bedoelt Frederik de Grote. Filips de Schone en Karel de Stoute......?
Paul Austerltiz lacht.
Een vermakelijke boer, vindt hij.
— Och, over die wereldgeest gesproken.
Waar leeft de mens al niet in? Ik repte daar straks met een woord over. Daar gebeuren op Gods aardbodem dingen, waar je de haren van zouden ten berge rijzen, Veldstroo. Daar kunnen jullie je geen denkbeeld van vormen. De intrige in de hoge kringen en de ongerechtigheid in de lagere kringen. Niet om daar over te praten, maar ik zal je een staaltje vertellen uit de onderwereld. Ik was in Parijs. 't Was op een zomeravond. Ik liep zo wat te wandelen, toen twee elegant geklede dames me aanspraken.
— Meneer, vroeg de één, wilt u zich amuseren?
Ik begreep terstond de situatie. Van jongs af reageerde ik snel op mijn omgeving. En ik heb altijd een overtuigde afkeer van sexuële uitspatting gehad. Niets is er mensonterender.
Terstond was mijn antwoord gereed.
Ik antwoordde kortaf: Doe 't zelf, dan weet je wie 't gedaan heeft. Doch ik had het nauwelijks gezegd, of ik zag me bedreigd door twee heren. Ge zult 't niet geloven, maar ik heb ongeveer twee uren moeten vluchten, eer zij hun achtervolging staakten.
Verbaasd hoort Janus naar dit relaas. Het gordijn wordt hem iets terzijde gelicht. Dit is de wereld der ongerechtigheid.
— Mer kon u gien politie waorschouwen? Paul Austerlitz glimlacht.
— Och, dat kon ik wel doen, maar eerstens red ik liever mezelf en tweedens, wie geeft mij garantie dat de man zelf niet tot de partij behoorde, die me belaagde? Trouwens, ik had de jonge dames beledigd. In ieder geval hun stand......! Begrijp je?
Ik heb in de millioenensteden verkeerd, maar het aantal verschrikkingen, is er legio.
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's