Het gebed in de Kerkeraadskamer voor de predikatie
Het is een oude gewoonte, dat de dienstdoende ouderling de Dienaar des Woords in den gebede gedenkt, eer deze de kansel zal bestijgen. Ik zou niet gaarne willen, dat dit nagelaten werd. Er schuilt een uitnemende gedachte in. Ik herinner mij nog beurten, die ik heb vervuld, waar men deze gewoonte niet had. Toen ik vroeg, wie mij aan de troon der genade zou opdragen, luidde het bedeesde antwoord van de broeder ouderling, dat ik zelf dat gebed maar moest doen, omdat hij er geen vrijmoedigheid toe had. In die gemeente is men er later toch mee begonnen om het te doen.
Nu is er echter aan deze gewoonte een schaduwzijde verbonden. In één van de gemeenten, die ik heb gediend, is 't wel eens gebeurd dat er zó lang gebeden werd in de kerkeraadskamer, dat we bijna 10 minuten te laat in de kerk kwamen. De mensen zaten met ongeduld te wachten. Er waren er, die dachten, dat er in de kerkeraadskamer iets aan de hand was.
Ik herinner mij het verhaal van een ouderling op de Veluwe, die zó lang bad, dat de Dienaar des Woords na het beëindigen van het gebed tot hem zeide: Lieve broeder, de gebeden van David, de zoon van Isaï, hadden een einde, maar aan uw gebed kwam vanmorgen haast geen einde.
Afgezien van de vraag of dat nu de juiste methode is geweest, welke door die predikant werd toegepast, menen we toch te moeten opmerken, dat wij allen, niet alleen de ouderlingen, maar óok de predikanten, hebben te bedenken dat we het niet moeten zoeken in de veelheid van woorden. Het Onze Vader, het allervolmaaktste gebed, is maar een kort gebed. Op het gebed van Salomo na, munten alle gebeden uit door kortheid. Maar de broeders ouderlingen, die de Bedienaar des Woords hebben op te dragen aan de troon van Gods genade, hebben zich daarbij het doel voor ogen te stellen, waartoe ze geroepen worden: de zegen Gods over de Dienst des Woords afsmeken.
Ik heb wel eens ouderlingen horen bidden voor heel veel dingen belangende het Koninkrijk Gods, maar zij vergaten de Dienaar op te dragen.
Ik blijf verder van dat gebed af. Het gebed is een tedere zaak. Daar mag niet mee gespot worden, maar toch is het jammer, wanneer in zulk een gebed voor alles en nog wat gebeden wordt, terwijl men de zaak, waar het om gaat, blijkbaar geheel uit het oog heeft verloren.
Ik schrijf deze dingen niet om onaangenaam te zijn, nog veel minder om Godvrezende mannen, die voor ons bidden, in een bespottelijk daglicht te stellen, maar alleen om de ouderlingen op te wekken om toch de bedoeling van het gebed niet uit het oog te verliezen.
TIMMER.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's