Doopkwestie te Nieuwerkerk aan de IJssel
De kerkeraad van Nieuwerkerk a/d IJssel nam het besluit, om de Heilige Doop uit te stellen voor de kinderen van die ouders, die nooit een voet in de kerk zetten. Deze maatregel werkte uitstekend. Door huisbezoek is het gelukt om velen weer tot de kerkgang te bewegen. Er zijn echter óok mensen, die van de dienst des Woords niets meer willen weten. Sommigen belijden openlijk hun ongeloof."
In veel gemeenten is het gewoonte geworden om ook de kinderen van zulke ongelovige ouders toch maar te dopen. Men beroept zich dan op het bekende gezegde: „Doop alles, wat in het doophuis komt!" Men beseft bij het uitspreken van zulk een leuze niet, dat men hierdoor lijnrecht in strijd komt met de gereformeerde doopsbeschouwing. In de 16de eeuw wilden de Libertijnse regenten in ons land, dat alle kinderen zouden gedoopt worden (de Joden uitgezonderd). Op bijna dezelfde manier, zoals Karel de Grote de Saksers heeft gedwongen om zich te laten dopen. Naar het geloof van de ouders mocht niet gevraagd worden.
In de Staatskerkenordening van het jaar 1576 lezen we in het 22ste artikel: Soo menig mael er kinderen gepresenteerd worden, zal de Doop niemand geweigerd worden".
In een land, waar „mengeling van religie bestaat", mocht aan niemand de Doop geweigerd worden, zo meende men.
Ons formulier heeft echter tot opschrift: Formulier om de Heilige Doop te bedienen aan de kleine kinderen der gelovigen.
En in de tweede doopvraag wordt wel terdege gevraagd of gij de leer, die in het Oude en het Nieuwe Testament, en in de Artikelen des Christelijken geloofs begrepen is, en in de Christelijke kerk alhier geleerd wordt, niet bekent, de waarachtige en volkomene leer der zaligheid te wezen?
En ten overvloede lees ik in het antwoord op vraag 74 van de Heidelbergse Catechismus onder meer, „zo moeten zij ook, door de Doop, als door het teken des verbonds, in de Christelijke kerk ingelijfd, en van de kinderen der ongelovigen onderscheiden worden",
U ziet dus, lezers, dat de bekende leuze: Doop alles, wat in het doophuis komt, in lijnrechte strijd is met hetgeen onze vaderen in het Formulier en in de belijdenisgeschriften hebben geleerd.
De kerkeraad van Nieuwerkerk a/d IJssel heeft dan ook gemeend deze ouders niet te mogen toelaten tot de bediening van de Heilige Doop.
Wat is nu echter gebeurd?
In het naburige Moordrecht is kerkeraad en predikant vrijzinnig. Vele ouders uit Nieuwerkerk, die noch orthodox, noch vrijzinnig zijn, maar wie het er alleen maar om gaat hun kind gedoopt te krijgen, gaan nu naar het vrijzinnige Moordrecht en worden daar met open armen ontvangen.
De kerkeraad van Nieuwerkerk a/d IJssel heeft een klacht ingediend bij het Classicaal Bestuur van Gouda tegen deze kerkeraad van Moordrecht wegens deze gang van zaken.
TIMMER.
P.S. De kerkeraad van Capelle a/d IJssel, tot wie sommige ouders zich ook gewend hadden, heeft terecht het verzoek van deze ouders afgewezen. De kerkeraad van Capelle a/d IJssel is orthodox.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's