De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Grenzen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Grenzen

8 minuten leestijd

Hoeveel ketterijen kan iemand aanhangen en toch nog een Christen zijn?

Alvorens een antwoord te zoeken, nog een andere vraag: Hoe vroom kan iemand wel zijn en hoeveel kennis van de Heilige Schrift en van de theologie kan iemand hebben en toch het waarachtig geloof derven?

Het is niet zo heel gemakkelijk deze vragen te beantwoorden, om de eenvoudige reden, dat wij geen harte-kenners zijn. Nochtans zijn er grenzen aan ketterijen, welke iemand er op na kan houden en toch nog een Christen zijn. En al kan een vals geloof naar buiten als twee druppels water gelijken op het waarachtig geloof, het ene is echt en het andere mist het echte.

Hoe nu het echte van het onechte te onderscheiden? Dat doen wij toch in de practijk! Wij spreken van Christenen en heidenen, van goede, echte Christenen en naam-Christenen. Welke scherpe oordelen kan men soms vernemen en hoe liefdeloos kan men zijn naaste veroordelen! Aan de vrucht kent men immers de boom! Een goede boom brengt goede vruchten voort en een kwade boom kan geen goede vruchten voortbrengen.

Inderdaad is de Heilige Schrift niet onduidelijk in de aanwijzing van de goede en de kwade vruchten. Denk maar eens aan hetgeen de apostel Paulus schrijft aan de Galaten; als hij handelt over de werken des Geestes en de werken des vleses. (Galaten 5 vs. 16 v.v.).

Hoewel ons het oordeel niet is gegeven en zelfs verboden, is er toch een openbaring van de levende kracht des geloofs, die ook naar buiten onderscheid maakt tussen geloof en ongeloof. Deze dingen worden ons ongetwijfeld door de Heilige Schrift geleerd, opdat wij vóor alles onszelven onderzoeken. Want dit is zeker waar, dat wij bij onszelven niet in het onzekere behoeven te verkeren omtrent de werken van de Geest en die van het vlees.

Indien toch de Heilige Geest het licht des Woords deed opgaan in onze harten, kunnen wij niet vreemd blijven aan de strijd van Geest en vlees, omdat het vlees begeert tegen de Geest. Dan ook wordt het verstaan, dat de apostel Paulus deze dingen niet allereerst heeft geschreven, opdat wij anderen zouden beoordelen en nog minder veroordelen naar wat o.i. werken des vleses en des Geestes zijn. Neen, veeleer hebben wij onszelf te toetsen aan het Woord om ontdekt te worden tot zelfkennis en verootmoediging. Ook de apostel zou deze dingen niet hebben kunnen schrijven en anderen onderwijzen, als hij in eigen hart een vreemdeling ware gebleven van het werk Gods. Maar hij schrijft uit hetgeen hij geleerd heeft van de hemelse Leermeester, uit geloof tot geloof, opdat ook anderen tot zelfonderzoek vermaand en tot kennis van de genade in Christus geroepen mogen worden. Niet om elkander te veroordelen, schreef hij.

Helaas, is een mens daartoe zozeer geneigd, dat ook de gelovige niet vrij blijft van dit kwaad. Immers de Geest begeert tegen het vlees.

Zelfs de allerheiligste, zolang hij in dit leven is, heeft nog slechts een klein beginsel van die nieuwe gehoorzaamheid, zegt de Catechismus.

Dat betekent dus, dat een gemeenschap van allerheiligste Christenen nog een toneel zou zijn van de strijd van de Geest tegen het vlees.

Een gemeenschap van allerheiligste Christenen! Waar zal men die vinden? En dan toch nog strijd van de Geest tegen het vlees!

Dan is het toch weer niet zo'n wonder, dat het kerkelijk leven zoveel verwarring, twist en strijd kan vertonen, hoewel dat geen teken is van groot geloof.

Hoe anders was dat in de oudste gemeente! Ziet, hoe lief zij elkander hebben! Het trok de opmerkzaamheid dergenen, die buiten waren.

En toch ook daar waren Ananias en Saffira, met hun bedriegelijk geloof. Zij werden echter openbaar gemaakt door de Heilige Geest, tegen Wien zij gelogen hadden. God zelf waakt over Zijn heiligdom.

Daarom is er iets wonders in de strijd van de Geest en het vlees, hetwelk altijd de wereld buiten en binnen de kerk moet treffen. Zij levert daarvan een bewijs in haar critiek op de Christenen; niet zelden gepaard gaande met hoon en spot; zij zeggen, maar zij doen niet. Zij zijn zedeprekers, maar overtreden in vele dingen.

Enerzijds veroordeelt de spotter zichzelf en maakt zich schuldig aan Godslastering, maar anderdeels verraadt hij, dat de strijd van de Geest tegen het vlees in het leven van de Christenen, hem niet ontgaat, al blijft hij van de genade vervreemd. Dat is het, wat hem niet verontschuldigen kan in het gericht. De wereld heeft vaak een groot woord, als het over Christenen gaat en weet zo scherp te zeggen, wat een Christen betaamt of niet, hoewel zij zelf onverschillig is jegens God en Zijn gebod.

Intussen wordt door dit alles openbaar, dat de strijd tussen geloof en ongeloof niet besloten blijft binnen het hart van de mens, die met de levende God van doen krijgt. Hoe zou dat kunnen? De werken van het vlees en van de Geest treden naar buiten; zij raken den naaste. En moge nu de vergadering der allerheiligste Christenen nog slechts een klein beginsel van de nieuwe gehoorzaamheid hebben, als vergadering van Christgelovigen onderscheidt zij zich van de wereld door het werk van Woord en Geest, hetwelk de wereld niet kent.

Er is een grens tussen de kerk en de wereld. Die grens is moeilijk van persoon tot persoon aan te wijzen. Of moeilijk? Die is bij God alléén bekend. En die grens is geen dag gelijk, omdat het werk Gods doorgaat en heden tot de gemeente, die zalig wordt, kan worden toegebracht, die gisteren nog zonder God in de wereld was.

Toch heeft de kerk grenzen vanwege de verkiezende genade Gods. Zelfs de leiding der Hervormde Kerk, die op zo goede voet staat met de vrijzinnigheid, zal niet ontkennen dat de kerk grenzen heeft.

Die grens ligt tussen geloof en ongeloof, tussen waarachtig geestelijk leven en geestelijk dood zijn. Want tussen de kerk en de wereld staat het Woord en de levendmakende kracht van de Heilige Geest.

Doch wie zal de schapen van de bokken scheiden dan Christus Jezus, die gezeten is aan de rechterhand des Vaders?

Lees nu nog eens de vraag, waarmede wij aanvingen. Hoeveel ketterijen kan iemand aanhangen en toch nog een Christen zijn?

Worden dan de grenzen der kerk bepaald door de leer, door regelen der orthodoxie misschien, zoals mensen die hebben vastgesteld?

Dan staat de kerk toch voor een moeilijk probleem, als zij vanwege onze onwetendheid en de vrijmachtige genade Gods, niet in staat is de grenzen van rechtzinnig en onrechtzinnig aan te wijzen. Men zou haast gaan aannemen, dat de Zwingli-groep het bij het rechte eind heeft, die blijkens verschillende publicaties in haar orgaan, ten naastenbij alle Christelijke dogmata verwerpt en er slechts één dogma op na schijnt te houden: n.l. alle dogmata zijn verwerpelijk. Tenslotte gaat ook daar de natuur boven de leer, want telkens komt naar voren, dat zij toch nog zoiets als een (vrijblijvend) Jezus-dogma hebben.

En toch heeft de kerk grenzen. Dat wil niet zeggen, dat zij ongelovigen en heidenen uit haar samenkomsten weert, want zij roept goddelozen tot bekering en zij predikt een God, die in Christus goddelozen rechtvaardigt. Het Woord Gods gaat uit tot goddelozen, opdat zij verzameld worden tot de kudde des Heeren als dezulken, die de Heere vrezen en Zijn Naam belijden. Het belijden als geloofsdaad geeft openbaring aan het innerlijk leven, dat verborgen was. Niet maar belijden zonder nadere bepaling, maar het belijden der levende kerk kan alleen als openbaring van haar geloof worden aangemerkt. En zo waarlijk de kerk wordt geboren uit het Woord, wordt ook het belijden geboren uit het Woord, dat als een zaad ontkiemt in het harte. Het belijden is belijdenis van de God des Woords en Zijn genade in Christus Jezus, naar het innerlijk getuigenis des Heiligen Geestes.

Zo is het ook het Woord, dat oordeelt over waarheid en leugen, over geloof en ongeloof, en gelijk de Christus Zijn kerk regeert door Zijn Woord en Geest, wil Hij de kerk in haar aardse openbaring naar die regel geregeerd hebben.

De Heilige Schrift laat ons dan ook niet in het onzekere omtrent de grenzen van waarheid en leugen. Duidelijk spreekt de apostel Johannes zich uit in zijn brieven, om maar een enkel voorbeeld te noemen: „Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, zo verleiden wij onszelven en de waarheid is in ons niet". „Wij maken God tot een leugenaar en Zijn Woord is niet in ons". (1 Joh. 1 vs. 8 en 10). Zie ook hoofdstuk 2 over de antichrist. „Wie is de leugenaar dan die loochent, dat Jezus is de Christus? Deze is de antichrist, die de Vader en de Zoon loochent. Een iegelijk, die de Zoon loochent, heeft ook de Vader niet". (1 Joh. 2 vs. 22 v. En voorts het vierde hoofdstuk: „Hieraan kent gij de Geest van God: alle geest, die belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, die is uit God en alle geest, die niet belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, die is uit God niet, maar dit is de geest van de anti-christ." (1 Joh. 4 vs. 2 en 3).

Dit zijn waarlijk niet de enigste getuigenissen, welke scheiding maken tussen de goede en de valse belijdenis en paal en perk stellen aan allerlei menselijke redeneringen en opvattingen, die zich op het terrein van kerk en theologie laten horen.

Het ware te wensen, dat degenen, die tot het ambt geroepen zijn, meer de duidelijke uitspraak der Schrift volgden bij hun beleid, dan het oor te lenen aan theologische beschouwingen, die over, het Woord willen heersen.

S.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 1950

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Grenzen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 1950

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's