De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Iets over de „Opkomst" van Willem III

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Iets over de „Opkomst" van Willem III

(Overgenomen uit „Polemios" d.d. 18 November 1950)

5 minuten leestijd

I. AFKOMST en JEUGD

In Willem III voor 1672 niet meer te zien dan een kleinzoon van Frederik Hendrik, een weeskind, achteruitgezet door de regenten, somber wantrouwend, jong en zwak, — komt veel voor bij het thans levende geslacht.

Zulks valt te verstaan; wat men niet kent, kan men niet doorzien, wat men niet begrijpt, niet liefhebben. Liefde voor ons land vordert daarom betere kennis van het verleden.' Ook om eigen strijd te verstaan, dient men de krachten te kennen die „anders en eender" werkten in vroeger dagen.

En daarom, meer inzicht is vereist in onze gereformeerde kring, ook bij de niet-historici!

Inderdaad, Willem III was achteruitgezet

txi viijv.^i vc^.cuen van al de ambten van zijn glorieuze vaders. Maar zijn naam bleef een roeping inhouden, zijn familie-relaties waren daarbij niet te onderschatten. Zijn ene oom werd Koning van Engeland, de andere was Keurvorst van Brandenburg. Zijn ene overgrootvader was Hendrik IV, koning van Frankrijk, de andere was Willem de Zwijger. Het gelaatstype van de Prins was door zijn grootmoeder Henriëtte Maria, de vrouw van de onthoofde Karel I, afkomstig van haar moederlijk geslacht, de beroemde Medici van Toscane.

Had Frankrijk reeds aan Frederik Hendrik de titel van Son Altesse gegeven, een titel die alleen prinsen van den bloede toekwam, als vrije Prins van Oranje kwam Willem III dezelfde titel toe. 1) Op tweejarige leeftijd maakte Karel hem Ridder van de Kousenband, en mocht hij de versierselen van de Deense OHfant en de Maltheser Ridders dragen. Willem's grootmoeder, de ambitieuze Amalia van Solms, zal er wel voor. gezorgd hebben dat de Prins reeds heel jong wist welk een „arendsjong" hij was. Tegenover zijn moeder Mary Stuart, zuster van Karel II en Jacobus II, zorgde de grootmoeder er bij de doop voor, dat we een Willem III en geen Karel I van Oranje-Nassau kregen. Zij kwam bij tijden met overtuiging op voor de belangen van haar kleinzoon en beijverde zich de naam van Oranje bekend te doen blijven bij het eenvoudige volk en trachtte ten bate van de jonge Prins de goede relaties met de Staten en Johan de Witt te bewaren. Hoe de opvoeding van Willem

was, Ljiijci. onuer meer wel uit de nieuwjaarsbrief aan Koning Karel II in 1661, dus op tien-jarige leeftijd, waar in hij het gezantschap der Staten-Generaal, dat in Engeland vertoeft, aanbeveelt „als u oudste vrienden, in één religie en godtsdienst van outs gereconsiheert" 2) Het doel van deze vriendschaps-politiek met Engeland moet zijn „om door sulcken bandt ende verknochte vrientschap de gekreuckte commertie en navigatie, den welstandt van beyder landen, die so lange geleden en geperturbeert is gheweest, èn door roovers van alle slagh ènde door eyghen onderdanen zelfs, in eenen gulden wasdom te brengen, ende dat men 't licht van de sahgmaeckende religie niet alleen in den lande behoude, maar propagere ende op op den candelaer stelle in 't midden der heydenen selfs, die veel jaren daernaer ver­ langt hebben ende met grooten yver daernaer doorstende zijn". 3) Ook op geheel andere wijze blijkt hoe vroeg de Prins reeds wist wie hij was ; wanneer hij namelijk dertien jaar is, ontmoet hij voor de Kloosterkerk op 't Voorhout de Franse gezant D'Estrades. Beiden zijn in een rijtuig gezeten. Als gezant van de in opkomst zijnde Zonnekoning wenst de' trotse D'Estrades bij de ontmoeting niet uit te wijken, maar de Prins al evenmin ! Zo staan ze tegenover elkaar, met het volk er omheen. Nog tijdig gewaarschuwd, beveelt Prinses Amalia van Solms de Prins te wijken. Deze stapt echter liever uit en gaat de kermistenten op 't Voorhout binnen (1664).

Inmiddels hielp dit alles weinig om ook maar te verbergen dat de Prins niet in staat was zijn erfelijke rechten in de Republiek uit te oefenen. De liefde voor het Oranjehuis mocht bij het volk en vele edelen levend zijn, men was niet in staat met een vast program eendrachtig naar voren te treden. „Slechts zelden is een politieke partij machtelozer geweest, dam de Oranjepartij in de Nederlandse Republiek na 1650" 4) schrijft Jorissen. Er waren banden, maar slechts het verleden was roemvol ; het volk, hoewel onmondig gehouden door Johan de Witt in zijn verlichte verdraagzaamheid, leefde mee met Oranje, maar was niet in staat het Huis te verlossen uit de ring der regenten!

In Engeland doorzag men op grond van het verleden de betekenisvolle positie van de jonge Prins; Frankrijk, voorgelicht door de ijverige D'Estrades, voorzag zijn betekenis voor de toekomst. Karel II wenste de connecties met Willem III nauwer aan te halen, zonder echter zijn van afkomst koninklijke hand in Republikeins vuur te steken. Frankrijk wachtte af en maande Engeland bij tijden tot voorzichtigheid. Opvallend is, hoe formeel Lodewijk XIV zich van de aanvang houdt, zonder ook maar één keer in openlijke koelheid te vervallen. De bezetting van het Prinsdom Oranje (1660) werd in 1663 weer ingedaan gemaakt.

De gezondheid van de Prins die bij tijden niet overhield, was vaak ook geheel gewoon te noemen. Hij heeft er zich het jaaggenot nimmer door laten ontzeggen.

Reeds op vijfjarige leeftijd kreeg de Prins religie-onderwijs van de Calvinistische Haagse predikant Cornelis Trigland. Vier jaar later vertoeft hij voor studie te Leiden (niet echter aan de universiteit) alwaar Trigland zijn leermeester blijft. Het onderwijs van Trigland moet de grondbeginselen van het Calvinisme onvermurwbaar in zijn jong gemoed gegoten hebben, op zulk een wijze; dat niemand ooit aan zijn gereformeerde overtuiging getwijfeld heeft!


1) De Witt bepaalde officieel, dat in openbare geschriften de titel „Zijne Hoogheid" niet gebruikt mocht worden zonder de toevoeging „den prins van Oranje", een stad in Frankrijk, zodat hieruit geen Nederlandse, pretentie mocht volgen.

2) Rijks Geschiedk. Publ. kleine serie (R.G.P.k.s.) no. 26, pag. 3. : m^§fm&

3) R.G.P.k.s., no., 26, pag. 3.

4) R.G.P.k.s., no. 26, pag. 4.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 1950

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Iets over de „Opkomst" van Willem III

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 1950

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's