De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een domine vertelt

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een domine vertelt

IXa.

5 minuten leestijd

Terwijl de jonge Evangeliedienaar daar ligt neergeknield, legt elk der aanwezige predikanten hem de hand op en spreekt een Woord Gods over hem uit.

Niet, dat in die menselijke hand zelf iets zit, maar het is als een symbool van mededeling der gaven; niet van die mens op zich zelf, maar van de genadegaven des Geestes.

Thans wordt die jonge dienaar als 't ware overdekt, overstelpt met het volle Woord, vóór hij het zelf verkondigt.

Hoezeer heeft hij het nodig, gedekt te worden onder de schaduw van 's Heeren hand. Gesterkt en geleid te worden door Zijn Geest. Want in die ogenblikken kunnen er zo geweldig veel dingen op hem af komen. Zelf nog jong en onervaren, moet hij nu voor allen alles zijn.

Een herder en leraar. Een leidsman, die anderen leidt en voorgaat. Het goede voorhoudt. Die de kudde weidt in de grazige weiden van 's Heeren Woord.

Niet buiten de weide, maar daarin. Hij màg er niet buiten gaan; behoeft er ook niet buiten te gaan, want in de weide is voedsel genoeg.

De Evangeliedienaar make zijn kudde niet onrustig, door er van alles en nog wat bij te halen. Hij blijve bij het oude, beproefde Woord en wachte zich voor allerlei proefnemingen, waaruit een zekere ongeduldigheid of ongedurigheid spreekt.

Men vergete niet, dat proefnemingen in een Kerk gevaarlijk zijn. Bij elke mislukking is immers weer wat ingeboet.

Zal de jonge pastor leidsman worden, dan is daarvoor nodig het rechte beleid. Ook tact en mensenkennis. En waar dat laatste vooral iets is, wat met de jaren moet groeien, daar vrage hij dagelijks de Heere om wijsheid.

Dikwijls heb ik moeten denken aan de Israëlieten, met Jozua incluis, die zich door de Gibeonieten lieten beetnemen, omdat zij niet eerst de mond des Heeren hadden gevraagd.

Daarom moet Psalm 23 niet alleen Davids Psalm blijven; de herder moet ook zelf leren verstaan, wat het is: schaap te zijn van des Heeren kudde.

Welk een dure verantwoordelijkheid ligt er op de jonge dienaar, om te verkondigen het Woord en niets dan het Woord Gods in zijn ontzaggelijke rijkdom. Geen menselijke verzinselen of phantasieën. Geen franjes; geen opsmuk, maar de kern. Geen menselijke wijsheid, die hoog uitgaat boven de bevatting van eenvoudige mensen.

Geen academiegeleerdheid, waaraan niemand wat heeft, maar Gods Evangelie voor de armen van geest.

Niet, zoals gij dat nu weer van anderen hoordet, en in dezelfde terminologie napraat en naspreekt, als stondt gij, jonge man, die pas begint, reeds 25 jaar op de kansel.

Die jong is, moet het niet zo oud, maar ook jong zeggen, opdat hij verantwoorden kan, wat hij zegt.

Wees waar! wees eerlijk van de beginne en neem als 't u belieft, geen spreekwijze van anderen over, om hen, wie weet? in het gevlei te komen.

Kort geleden vroeg iemand mij: „domine, staat dat in de Bijbel: „Je lieve Geest?" Ik antwoordde: „neen !"

Weer een vraag: „Waarom zei die predikant dat dan in zijn gebed?"

Ja, dat moest nu die man weten.

Ik heb eens een eenvoudige grijsaard  — geen predikant — God horen aanspreken met: „Je", en „Jou"!

Een paar jonge heertjes, die gaarne voor beschaafd doorgingen, hadden zich daaraan geërgerd en vroegen mij, hoe ik het vond? Ik heb geantwoord, dat als twee hetzelfde zeggen, het nog niet hetzelfde is. Ik voelde hier bij die oude man een heilige vertrouwelijkheid. Voor hem was dat een waarheidsuiting.

Iets anders ware het geweest, wanneer een predikant dat precies zó gezegd zou hebben. Dan zou ik mij wel geërgerd hebben, omdat dit niet natuurlijk zou zijn geweest voor een bestudeerd man.

Inzonderheid wat het leraarsambt betreft, beginnen voor een jong predikant terstond de moeilijkheden. Als man van de theorie, vol gestampt met academiegeleerdheid, staat hij nu plotseling in de volle practijk.

Hoe zal een jonge ambtsdrager oude, ervaren mensen tot lering zijn? Hij mag wel aan hun voeten gaan zitten, inplaats dat zij naar hem luisteren.

Meer dan eens heb ik mij verwonderd, hoe oudere mensen naar mij luisteren konden en wilden; want het staat wel in de Bijbel: „Niemand verachte uwe jonkheid!", maar dat zou er toch zeker niet staan, als het niet nodig ware.

In geen geval mag de gedachte, dat hij de grondtekst uit het oorspronkelijke leest, de jonge prediker eigenwijs maken, alsof hij het nu wel eens vertellen zal, hoe het zit.

Want de practijk der godzaligheid moet ieder toch van boven ontvangen.

Het Woord moet onderwezen worden in eenvoudigheid. Hoe eerder een jong man van God geleerd wordt, hoe eerder hij anderen tot lering kan zijn. Dan kan de studie hem waarlijk te pas komen en hij moet ze ook te pas brengen en vooral niet overboord werpen; want in dat laatste geval verzaakt hij zijn roeping voor God, al zou hij er bij een bepaald soort mensen door in de gunst kunnen komen.

K.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Een domine vertelt

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's