Sions Verlosser
En daar zal een Verlosser te Sion komen, namelijk voor degenen, die zich toekeren van de overtreding in Jacob, spreekt de Heere. Jesaja 59 vers 20.
Dit is een blijde, vreugdevolle tijding voor gebondenen. Deze heerlijke boodschap komt tot een volk, dat in een noodtoestand verkeert. Dat ligt niet aan de Heere, dat de nood groot is, maar aan het volk zelf. De ongerechtigheden van Juda maken een scheiding tussen God en het volk. De zonden zijn gruwelijk. Er wordt gesproken van moord en doodslag, van valse aanklachten en leugen, en van wat al niet meer.
Wat is het echter een voorrecht, als de schuld schuld wordt. Ken dan uw ongerechtigheid, dat gij tegen de Heere gezondigd hebt. Er waren er, die liggend onder het oordeel, hun schuld leerden belijden. Want vele zijn onze overtredingen voor U, en onze zonden getuigen tegen ons. Verbrokenen van hart veracht de Heere niet. Toen er niemand was, die voor het schuldige volk tussenbeide kon treden, om de schuld weg te nemen, heeft Zijn arm zelf heil beschikt. Deze Adventstijd predikt het ons, dat de Heere gedachten des vredes gekoesterd heeft.
Er zou geen Verlosser uit nood en dood zijn, als de Heere er zelf niet voor gezorgd had. De Heere komt, om gericht te houden over de goddelozen, die in onbekeerlijkheid voortleven. Maar tot degenen, die zich bekeren, ontdekt, geleid en geleerd door de Heilige Geest, komt Hij in Christus als Verlosser. En daar zal een Verlosser te Sion komen. Dit is het Evangelie van Gods liefde en ontferming tot een verloren volk. Tot Sion komt een Verlosser. De Heere gaat in Jezus Christus uit tot een ellendig volk. Nooit zou er iemand naar verlossing en naar de Verlosser gevraagd hebben, als de Heere geen Verlosser tot Sion deed komen.
De Verlosser is naar de eigenlijke betekenis van het woord de Losser. Onder Israël was de losser de naaste bloedverwant. Was iemand door schuld genoodzaakt zijn bezit te verkopen, dan had de losser het recht en de plicht het vervreemde goed weer terug te kopen en terug te geven aan de oorspronkelijke eigenaar. Zo nu is Christus de Losser van Zijn Kerk.
Hoe ellendig is de toestand van de zondaar van nature. Hij heeft schuld, niets dan schuld. Rijk heeft de Heere ons geschapen. Rechtvaardig en heilig. Arm is hij geworden. Vreemden heersen over hem. Hij is een dienstknecht van de vorst der duisternis. Onder Israël bestond ook wel de mogelijkheid, dat iemand door schuld slaaf werd. Dan kon hij alleen vrij worden, als een ander de schuld betaalde. De Heere heeft naar Zijn eeuwig voornemen een Losser tot Sion doen komen. In de volheid des tijds is Hij gekomen. Hij is ons het meest nabestaande. Zeker, Hij is de eeuwige Zoon van God. Zijn uitgangen zijn vanouds, van de dagen der eeuwigheid. Maar: Overmits dan de kinderen des vleses en bloeds deelachtig zijn, zo is Hij ook desgelijks derzelve deelachtig geworden, opdat Hij door de dood zou teniet doen degene, die het geweld des doods had, dat is de duivel, en verlossen zou al degenen, die met vreze des doods door al hun leven der dienstbaarheid onderworpen waren. (Hebr. 2 vers 14 en 15). Hij komt Zijn Sion te verlossen met Zijn bloed. Dat straatarme, dat doodarme volk, moet worden vrijgekocht. Anders kan de ellende niet worden teniet gedaan.
Er zal een Verlosser te Sion komen. Hij is gekomen tot een volk in slavernij, in banden der zonde, beladen met schuld. Vrijwillig, om de losprijs te betalen. Hij is Borg geworden. Het behaagt de Heere in deze Borg schatten van genade te openbaren. Gerechtigheid en eeuwig leven, vergeving van zonden, uitdelging van schuld, zaligheid en blijdschap, vrede met God. Met deze weldaden komt Hij tot Sion.
Weet gij, lezer(es), dat gij alles kwijt geraakt zijt, wat ons ware geluk uitmaakte? Hebt gij uzelf als een schuldenaar en schuldenares voor God leren kennen? Misschien zijt gij rijk met uw armoede. Hoe nodig is het niet, dat wij onze ellende en armoede recht kennen! Zonder Losser zijt gij diep ongelukkig. Als gij vreest als een schuldig, ellendig, arm en naakt zondaar te moeten sterven, hoort het dan, dat een Losser tot Sion gekomen is, die in de nood van ellendigen is afgedaald. Hij kwam, om alles te betalen, wat tot verlossing nodig was. Als gij, ziende op uzelve, wanhoopt, omdat de schuld zo groot is en de boeien zo zwaar, dan zegt de Heere u: Let eens op die Losser, die tot Sion gekomen is, en zoekt het heil en de zaligheid niet buiten Hem. Hij heeft met Zijn bloed de losprijs betaald. Door Zijn Woord en Geest maakt Hij armen en ellendigen tot deelgenoten van Zijn Lossing.
Wie Hem vindt, vindt het Leven. Hij vordert allen op, voor wie Hij de losprijs betaald heeft. Wie tot deze Losser de toevlucht neemt, wordt niet ledig heengezonden. Denkt aan Ruth, die tot Boaz kwam. Die tot Hem gaat, werpt Hij niet uit. Hij is de meerdere Boaz.
De losser was onder Israël ook de bloedwreker. Op de bloedwreker rustte de plicht het bloed van de verslagene te wreken. Hij moest het aangedane onrecht straffen. De Heere gedenkt in de Losser Christus het bloed Zijns volks. Hun bloed, hun tranen en hun lijden, zijn dierbaar in Zijn oog. De Losser twist de twistzaak der Zijnen. Ik leef en gij zult leven.
Wat heeft de Kerk Gods, die in Christus de zaligheid en vrede met God vond, van de kant van duivel en wereld geen druk en smaad te verduren. Het is Sion, zeggen zij, niemand vraagt naar haar. Niemand? Ja, daar zal een Verlosser tot Sion komen. Hij wreekt het bloed van Zijn gunstgenoten, als hun geweld en list bestrijden. De goddelozen zullen niet meer zijn. Hij breidt de vleugelen van Zijn goedertierenheid uit over allen, die in het geloof schuiling zochten bij deze Losser. Hij wil een arm en ellendig volk redden. Wij kunnen onszelf niet lossen. Wij kunnen de prijs der ziele, dat rantsoen aan God in tijd, noch eeuwigheid voldoen. De Heere heeft hulp besteld. Tot Sion komt de Verlosser.
Sion, zo noemt de Heere Zijn Kerk, tot wie Hij komt. Op de berg Sion heeft de Heere willen wonen. Hij is de God van Sion, die woont temidden van Zijn volk. Door eigen schuld leeft het volk des Verbonds veraf van de Sion. Maar de Heere brengt een schuldig volk weder. De Goël, de Verlosser komt tot Sion. Weer wil de Heere wonen temidden van Zijn volk. Hij wil, om Christus' wil, met een schuldig volk te doen hebben.
* *
Er zal een Verlosser tot Sion komen, n.l. voor degenen, die zich bekeren van de overtreding in Jacob, spreekt de Heere.
Hier vernemen wij, voor wie Zijn komst van betekenis is. De boodschap van de komende Losser gaat wel uit tot allen, die tot het volk des Verbonds behoren, maar van hoevelen geldt het niet: Het Woord der prediking deed hun geen nut. Het wordt tegenwoordig nog al eens zó gezegd: Gij moet het laten gelden, dat Christus ook voor u gekomen is. Geloof dat nu. Maar zonder waarachtige bekering des harten, vrucht van het werk des Geestes in het hart, is er geen sprake van geloof in Christus. Wie in Christus gelooft, heeft zichzelf leren veroordelen, ziet af van zichzelf, kent zichzelf schuldig voor God en zoekt in Hem de gerechtigheid, die ons in het gericht voor God kan doen bestaan. De Losser is voor hen, die zich in Jacob, d.i. te Sion, bekeren van de afval van God. Bekeert u, want waarom zoudt gij sterven. 't Is dan niet zó, dat de Heere in de komst van de Zoon van Zijn eeuwig welbehagen in deze wereld wat doet, en dat wij ook wat moeten doen als een voorwaarde, om de zaligmakende vrucht van Zijn komst te genieten? Neen. De genade der Verlossing is genade van het begin tot het einde. Maar wèl is het zo, dat de Heere in de weg der bekering van Zijn kinderen, het verlossend werk van Christus verheerlijkt.
Wie mogen en kunnen zich verheugen in Sions Losser? Zij, die zich bekeren van hun overtredingen. Indien iemand de Naam van Christus noemt, hij sta af van ongerechtigheid. Hij is een gepaste Zaligmaker en Losser voor gebondenen, schuldigen, afkerigen, die met droefheid des harten tot de Heere wederkeren.
Hij wil komen tot een slavenvolk, verzonken in ellende, beladen met schuld, dat door Gods genade de zonde leerde haten. Welzalig allen, die als schuldigen hopen op Zijn genade.
Verwacht uw hart Hem?
Indien Hij vertoeft, verbeidt Hem. Hij zal gewisselijk komen en niet achterblijven.
Want Sion is van God begeerd,
't Wordt met Zijn woning hoog vereerd;
„Hier", sprak Hij, die het al beheert,
„Hier zal Ik wonen naar Mijn lust.
Hier is in eeuwigheid Mijn rust".
Oldebroek.
A. WISGERHOF.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's