Wereldgelijkvormigheid
Ik ontving een vriendelijk schrijven van een belangstellende lezer uit Rotterdam. Ik kreeg uit zijn schrijven de indruk, dat hij het van harte eens is met de gereformeerde belijdenis. Maar hij zat met de vraag, of we toch niet al te zeer een afwijzende houding aannemen tegenover allerlei werk, dat door de groepen van jongeren in onze Hervormde Kerk wordt gedaan. „Zouden we ons niet teveel isoleren?" — was zijn vraag.
Gaarne wil ik een antwoord geven op dit schrijven. En ik heb aan het verzoek willen voldoen, om het maar in De Waarheidsvriend te doen, opdat ook anderen het onder de ogen zullen krijgen.
Ik begin met te erkennen, dat er in sommige gemeenten te weinig nota van de jeugd genomen is en misschien nog wel te weinig genomen wordt. We hebben inderdaad te luisteren naar Gods Woord, dat ons telkens vermaant het onze kinderen te zeggen.
Dat jeugdwerk moet onze aandacht hebben. Ongetwijfeld !
Maar nu gaat het onmiddellijk om de vraag, hoe dat werk moet worden aangepakt. En dan ligt er onmiddellijk een groot gevaar, dat de schreden worden gericht op de weg van wereldgelijkvormigheid.
Wat heb ik anders aan de jongeren te prediken dan het kruisevangelie, het evangelie van een Koning, die stierf aan een kruis, handen en voeten doornageld en met doornen gekroond?
Ik hoor Jesaja getuigen van de Man van smarten: Hij had geen gedaante, noch heerlijkheid; als we Hem aanzagen, zo was er geen gestalte, dat we Hem zouden hebben begeerd.
Neen, neen, voor het natuurlijk oog is er niets begeerlijks in dat kruis. Het zijn strakke lijnen: een balk omhoog en een balk dwars. Tegenover die strakke lijnen van het kruis staat de sierlijke, weelderige lijn van de wereld. Nu roept de dienst des Heeren alle jongeren toe, om de wuftheid te mijden. Niet op Zondag reizen. Natuurlijk niet op Zondag naar het voetbalveld. Ge zoekt uw afleiding niet in het kaartspel. Ge komt niet op de kermis en natuurlijk ook in geen cabaretten en danszalen. Ge rekent met Gods dag en ge zijt kuis in uw woorden.
Doch ik houd op. Ik heb genoeg gezegd.
Dat alles is in overeenstemming met de beide strakke lijnen van de kruisbalken.
Ik meen er nog even ook aan te moeten toevoegen, dat we schijnbaar het eens kunnen zijn met de strakke lijnen van het kruis en toch nog een vijand zijn van het kruisevangelie. Denk maar aan de Farizeën uit de dagen van de omwandeling van de Heere Jezus.
Voorts kan ik mij indenken, dat menigeen dit alles veel te strak vindt. De gevaren van wereldgelijkvormigheid hebben altijd de kerk Gods bedreigd. Dat is al het geval geweest van het begin van de kerk.
Men komt er dan gemakkelijk toe om wat minder de nadruk te leggen op de leer en wat meer op het leven, zoals men dan zegt.
O, wat zou ik gaarne meedoen met dat synodale jeugdwerk!
Helaas, ik kan niet. Ik zie daar orthodoxen en vrijzinnigen broederlijk samenwerken. De lectuur van die kant is van dien aard, dat men elkander spaart. Men wil geen bittere dingen aan elkaars adres zeggen. Het moeten tamme orthodoxe en tamme vrijzinnige artikelen zijn. Hoe zullen we echter gezond van leven kunnen zijn, als we niet vasthouden aan de gezonde leer, die naar de godzaligheid is?
Gevolg van het verlaten van de gezonde leer moet ook leiden tot critiek op de strakke lijnen van het kruis. Men slaat zelfs reeds de weg in van de volksdansen, om de jeugd te winnen. Het blijft voor mij een contradictie: volksdansen en het kruis van de Heiland. Als dat niet meer gevoeld wordt, zijn we al een heel eindje gevorderd op de weg der wereldgelijkvormigheid.
Neen, ik zie een gans andere weg. Men predike aan de jeugd, dat ze de wereld verlate en zich tot de Heere bekere!
Van dat evangelie weet ik wel, dat het niet naar de mens is. De volksdans gaat er gemakkelijker in.
Ik heb bij ervaring gezien, dat ook die ernstige boodschap van bekering, beslag legt op jeugdige harten. In mijn eigen gemeente komen 's morgens, maar ook 's avonds weer heel veel jonge mensen naar de kerk en naar de catechisatie, ondanks het feit, dat ik mijn toevlucht niet in jeugddiensten en volksdansen heb gezocht.
(Let wèl, dat het mijn bedoeling niet is om jeugddiensten en volksdansen, al noem ik ze hier achter elkaar, op één lijn te stellen).
Laten we het alleen verwachten van de werking van Gods Woord en Geest. En dan weet ik wel, dat velen de schouders over ons zullen ophalen. Men vindt ons ouderwets. We gaan niet genoeg mee met onze tijd.
Maar wat voor verandering men ook begeren mag, de strakke lijnen van het kruis veranderen niet; ook niet door wereldgelijkvormigheid van de kerk.
TIMMER.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 december 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 december 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's