De Puritein van de Hertenpolder
80
— Hij is niet van gisteren, gelooft Mia. Klein, maar dapper.
— En wat moi-je vurdiene, Piet?
— Als ik een geschikte baas krijg en eten als jullie, krek eender, ben ik met tweehonderd gulden tevreden.
Janus ziet zijn vrouw eens aan. Hij voelt er wel voor, hem te houden. Zij knikt.
— Dan zuw-we ur mer een punt achter zetten, Piet. En zegge dat 't goed is.
Bij Piet van Wezel glijdt een glimlach over 't gezicht. Elke nieuwe onderneming maakt hem paraat.
— Ik kan dan wel zo blijven. Is dat goed?
— Uutstekend, Piet, zegt Janus.
Zo gaat Janus als baas en Piet als knecht naar achteren. De vrouwen hebben er hun goedkeuring aan gehecht.
Piet van Wezel is wel een Rooms ding van een jong, maar dat heeft met werken niks te maken. Dus daar spreekt hij niet over. Dat is volgens hem de hoofdzaak niet.
Janus Veldstroo heeft nog nooit een knecht gehuurd. Dit is de eerste maal. Later zal hij met verschillende factoren rekening willen houden, waar hij nu niet over spreekt.
Of een boerenknecht nu rooms is of gereformeerd, zal per slot van rekening geen verschil maken in zijn kwaliteit als werker, maar elk mens schept z'n eigen sfeer. Dat maakt het verschil tussen hen, waarin dus rekening moet worden gehouden.
Als Janus met de kleine knecht de mestpluis naast de schuur vierkant opbouwt, vertelt de laatste nog enkele dingen van z'n laatste baas.
— Met één andijvieplant uit de tuin, maakte de vrouw van de boer een sopje klaar wat onze groente, naast de aardappels, moest uitmaken. Je kunt nagaan, baas, dat viel niet mee! En dan, mijn sauspannetje, apart voor mij alleen!
— Hoe groot was het gezin?
— Man en vader, met een vrouw en vijf kinderen.
— Was die boer mit zo'n kosje tevreje?
— Ja en nee. Z'n gierigheid maakte dat 't altijd goed was. Hij schepte z'n bord rondvol en schikte dan wat terug, zette z'n voeten op de rand van het naaimachinetafeltje en begon dan zelfs op langzame toon een antiek gebed........
— Hoe ging dat? vorst Janus verder uit.
— Dat 't d'n Heere nog behaoge mocht de verbeurde gaove nog te komme en te believe te zegene........
Op 't ongelovig gezicht van Janus, zegt Piet van Wezel: — Ja, wat ik zeg, is nog waar ook ! En mijn sauspannetje stond daar as een getuige.
En toch is de man misschien niet slecht. Hij zit in een strik van gierigheid. Ik hoop dat ie d'r van verlost wordt.
Janus waardeert de opmerking van de kleine knecht. Is 't ernst? 't Is waar, daar zijn wat een strikken, daar zijn wat een doolwegen.
's Avonds melken ze samen de koeien op de stal. Het knechtje hangt z'n kiel aan de spijker.
De melk raast in de emmer.
— Stil toch, bonte, zegt hij, als de koe hem met de staart om de oren slaat. Houw je knuppel bij je!
Als Piet het melken zo gewoon is, mag Janus zich wel haasten, anders gaat de jongen hem de loef nog afsteken.
Dat bevalt de jonge boer.
Op de deel fluistert hij 't Mia in 't oor.
— Prachtig, zegt ze, en rapporteert 't aan Moeder.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 december 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 december 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's