De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een reformatorische kerk?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een reformatorische kerk?

5 minuten leestijd

Wat betekent eigenlijk reformatorisch? Het woord reformatorisch wordt meer en meer gebruikelijk onder degenen, die daartegen vroeger bezwaar zouden hebben gehad.

Reformatorisch is niet hetzelfde als gereformeerd, want de Luthersen zijn ook reformatorisch. In zoverre is reformatorisch een ruimer begrip dan gereformeerd.

Zonder twijfel heeft dr. Emmen het ook zo bedoeld in zijn artikel: „De Nieuwe Kerkorde aanvaard". (Weekblad voor de Herv. Kerk d.d. 16 Dec. '50). Hij schrijft: „deze kerkorde tracht de orde en de bewerktuiging aan te geven voor een reformatorische Kerk in het heden".

Dat is derhalve het voorgesteld ideaal: „Een reformatorische Kerk in het heden".

Wat moeten wij daaronder verstaan? Mogelijk zoiets als een kerk, die niet bepaaldelijk Gereformeerd en ook niet zonder meer Luthers is, maar, indien mogelijk tegelijk Luthersch en Gereformeerd.

En dat „in het heden"!

Als resultaat kan moeilijk wat anders verwacht worden als een mengeling van negentiende-eeuws Lutheranisme en een nieuw soort gereformeerdheid, welke gesierd wordt met de namen Gereformeerd — of Hervormd-Katholiek. Katholiek wel te verstaan niet in de zin van Rooms — hoewel ook dit niet ganselijk afwezig is —, maar men bedoelt gereformeerd of hervormd in algemene, in oecumenische zin.

Reformatorisch wil men dus niet bepaald hebben in zijn oorspronkelijke, betekenis, d.w.z. van uit de innerlijke werkelijkheid der reformatie, welke in Lutheraan en Gereformeerde dezelfde was: „Hoe vind ik een genadige God in de hemel? " waarbij het ging om de persoonlijkheid, om het zaligmakend geloof en om de zekerheid des geloofs.

Toch beweren wij, dat juist in deze echt reformatorische vragen en het waarachtig geloof, hetwelk daaraan beantwoordt, het echt katholieke, de gemeenschap met de ene heilige, algemene, Christelijke Kerk gelegen is.

Men wil echter met het begrip reformatorisch een ideaal voor het heden uitdrukken.

„Welbewust", zo schrijft dr. E., „is de weg afgewezen om te vluchten in een organisatievorm van drie eeuwen geleden, bijv. de Dordtse Kerkorde". Hij noemt dit een terugval in de geschiedenis, die zonder meer miskenning zou betekenen „van de taken van de Kerk in een ontkerstende wereld, miskenning ook van de gebrekkigheid der toenmalige orde, en van de kerkelijke situatie van het ogenblik".

Wij laten deze uitspraak voor rekening van dr. E. en stellen daarnaast, wat hij verder opmerkt omtrent de Dordtse Kerkorde: n.l. dat zij „een krachtig opkomen voor de heiligheid der Kerk" betekende, „maar zonder dat aan de apostolicïteit en vooral ook aan de Katholiciteit een duidelijke plaats werd ingeruimd". Wellicht kan men dit nemen als verklaring van de zo even genoemde gebrekkigheid der Dordtse Kerkorde.

Naar het schijnt, behoren heiligheid, apostoliciteit en katholiciteit onderstreept te worden, zijnde drie aspecten, die niet gemist kunnen worden, zoals in, de volgende zinsnede wordt opgemerkt.

Aannemende, dat voor datgene, wat dr. E. verstaan wil hebben onder apostoliciteit en katholiciteit, in de Dordtse Kerkorde geen duidelijke plaats werd ingeruimd, stellen wij de vraag, of de Woudschotense Kerkorde genoegzame ruimte biedt voor het krachtig opkomen voor de heiligheid der kerk.

Men mag echter, volgens dr. E., uit zijn critiek op de Dordtse Kerkorde volstrekt niet concluderen dat hij en zijn medestanders „niet meer presbyteriaal en niet meer gereformeerd denken". Het principiële uitgangspunt is ook voor hen gelegen in de reformatie, en nader die van Genève, zo verzekert hij. Hij zegt ook, dat het presbyteriale beginsel in de nieuwe kerkorde fundamenteel is. Het is echter op een bijzondere wijze verbreed en verdiept. Daarom is de nieuwe kerkorde gereformeerd van karakter.

Deze verbreding en verdieping ziet, naar wij vermoeden, op de „bewerktuiging" voor de nieuwe taken, welke intussen eer episcopaals dan presbyteriaans moet worden genoemd.

Het presbyteriaans beginsel zou hebben medegebracht, dat men aan kerkeraden, classes en provinciale synoden meer vrijheid en initiatief had gelaten.

Het gereformeerd karakter der nieuwe kerkorde wordt door dr. E. nader geïllustreerd met de opmerking, dat „de Schrift is de enige rechtsgrond, de norma normans, de maatstaf, waaraan het gehele belijden en leven gemeten moet "worden". Daaraan wordt toegevoegd, dat „de belijdenis in de actualiteit van de aanvechting der Kerk een bepaald en bepaald-gericht antwoord op het Woord Gods" is, „maar nooit een uitputtend antwoord!" „Gereformeerd is niet, de Belijdenis te zien als een uitputtend antwoord".

In feite blijkt een en ander een vriendelijk polemiekje te zijn tegen een „sectarische" opvatting.

Nu kan men vrij veilig beweren, dat geen belijdenis uitputtend is. Dat zal niemand ernstig weerspreken. Het is echter wel gewaagd dit zozeer te onderstrepen, als het gaat over de belijdenis der Reformatie, om de eenvoudige reden, dat haar bepaald en bepaald-gericht zijn geenszins een bijkomstig, maar een centraal karakter draagt. Tenzij dan ook het tegendeel is aangetoond, zal zij, als zijnde in overeenstemming met Gods Woord, een blijvend karakter dragen en de grondslag vormen voor iedere verdere reformatie.

De Reformatie toch was „bepaald" en „bepaald-gericht" door het Schriftgeloof. Verdere reformatie, staande in de gemeenschap met de belijdenis der Vaderen, zal derhalve in dezelfde bepaaldheid en bepaald-gerichtheid blijven belijden.

Het niet-uitputtende van de belijdenis staat daaraan niet in de weg en kan er ook weinig aan veranderen, omdat men de vragen des tijds vanuit datzelfde Schriftgeloof onder het oog kan nemen.

Men krijgt echter de indruk, dat dr. E. de gerichtheid naar zijn apostolisch-katholiek kerkideaal gericht wil hebben en dat zijn Begrip reformatorisch zich op bedenkelijke wijze dreigt te verwijderen van de reformatoren. Het schijnt hem ook te ontgaan, dat er tussen een historische betrekkelijkheid van de waarde der belijdenis, welke hij verdedigt, en de „verabsolutering", die hij bij de „sectariërs" meent te zien en welke hij veroordeelt, nog een blijvende door het Schriftgeloof der Reformatie bepaalde waardering der belijdenis is, welke haar actueel karakter door alle tijden heen behoudt.

De verwijzing naar „apostolaat" en „visitatie", welke mogelijk „klemmend zullen komen herinneren" op welke vragen van belijden een antwoord wordt verwacht, doet de vraag rijzen in welke bepaalde-gerichtheid apostolaat en visitatie dat zullen zoeken, n.l. in de hier voorgestelde reformatorische gerichtheid of in de gerichtheid van het ge­loof der Vaderen.

S.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 december 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Een reformatorische kerk?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 december 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's