Een domine vertelt
XI. ZIEKENBEZOEK.
1. Het eerste ziekenbezoek.
Als er één ding was, waarin ik ook heel duidelijk Gods hand heb mogen zien, dan was het wel mijn eerste ziekenbezoek.
Ik werd namelijk al heel spoedig geroepen bij een zieke, die lijdend was aan typhus, in zeer zware graad.
Nu moet gij weten, dat mijn eigen vader indertijd aan typhus was gestorven. Ik was toen een kind van vijf jaar. Nog herinner ik mij dat afscheid. Wij, kinderen, waren, met het oog op besmettingsgevaar, uitbesteed bij familieleden.
Vrienden en buren kwamen buiten aan de deur even vragen naar de toestand van de kranke. Zij durfden niet binnen komen.
Want op de zandstreken, in het Oosten des lands is over het algemeen de angstvoor typhus groter dan in het Westen; misschien ook daarom, omdat de typheuse koortsen, die meer in Holland voorkomen, wel slepend maar in de meeste gevallen niet dodelijk zijn.
Die schrik zat er dan ook bij mij als kind reeds in en had mij enigszins vervolgd, zodat de gedachte ongemerkt had postgevat: „liever niet naar lijders aan besmettelijke ziekten".
Daar werd ik nu plotseling geroepen, om bij een schipper aan boord te komen, die zwaar ziek lag aan bovengenoemde kwaal. Daar zat ik met mijn vrees.
Ik kan mij voorstellen, dat helden hierom glimlachen. Dat anderen onverschillig in het midden brengen: „Nu, nu, men sterft zo gauw toch niet!" Ik kon het daarop niet wagen.
Ook mijn kleine angst moest hier worden overwonnen.
Onmiddellijk ging ik naar de zieke heen. Het schip was maar klein. Een turfschip, zoals er daar zovele lagen. Met een ladder moest men afdalen in het ruim, al was er in gewone omstandigheden wel een andere ingang.
Vandaar door een kleine deur bukkend de kajuit binnenstappen.
De kranke lag in zware koortsen op de legerstede. Hij was bij kennis, zodat ik nog in de gelegenheid was, met hem te kunnen spreken.
Er hing een ondefiniëerbare lucht in het vertrek. De dokter had mij daarop van tevoren al attent gemaakt en uit een en ander gemeend te moeten constateren, dat de kranke sterven zou.
Ik weet niet meer, wat er over en weer gesproken werd. Wij hebben tenslotte samen gebeden. Daarna ging het langs dezelfde weg terug.
Een paar dagen later zat ik bij het sterfbed.
Zó handelt de Heere nu dikwijls met ons. Het gebeurt meer, dat Hij ons juist voor die dingen plaatst, waar wij het allermeest tegen opzien. Wij hadden gedacht en gehoopt, dat wij die moeilijke dingen nog wat konden uitstellen of ontwijken, totdat wij sterker waren of ons althans wat sterker voelden. Maar de Heere legt ons de bezwaren menigmaal direct voor de voeten.
En dan is het parool: hoe eerder hoe beter er doorheen! Maar met Hem! Hij zal het zeggen, wanneer gij paraat moet zijn. Niet gij! Maar Hij zal ook tot dat werk bekwaam maken en toerusten.
Zó heb ik later die vrees dan ook nooit meer gekend. Alleen in de tijd van de „Spaanse griep", (naar ik meen in het jaar 1918) kwam er even nog weer iets van boven, toen er zovelen werden weggerukt in enkele dagen tijds en er ook heel wat predikanten door de ziekte werden aangetast. De volksmond fluisterde, dat er nog een andere ziekte bij kwam.
In zulke dagen wordt het echter ook ondervonden, dat de Heere kracht geeft, wanneer wij ons zelf leren verloochenen om Christus' wil. Dat Hij ons ook verlossen kan uit allerlei grote en kleine angsten.
Dat wij dan echter ook niet alleen anderen moeten prediken: „Zo iemand zijn leven zal zoeken te behouden, die zal het verliezen", maar dat wij dat zelf ook in de eerste plaats in practijk hebben te brengen.
Want zullen de gemeenteleden van ons tenminste enige menselijke steun kunnen ontvangen, dan moeten zij niet te doen hebben met laffe dominees.
(Wordt vervolgd).
K.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 december 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 december 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's