De Puritein van de Hertenpolder
81
Als Janus en de jongen in de keuken komen, heeft Mia de lamp aangestoken.
Piet heeft zijn haar keurig achterover gekamd.
— Zoek jij je vaste plek maar op. Piet, zegt Janus.
Dan praten ze over het nieuws uit het dorp.
Mia heeft gehoord, dat Jan Stavel een kerkje achter z'n huis wil bouwen.
Janus heeft het ook horen vertellen, maar is vergeten er thuis wat van te zeggen.
— Karke bouwen is een goed waark, zegt hij, zo as ze 't vrogger dee-je. Alle man holp mee. In 't kleinste daarp een massief, degeluk bedehuus. Mer dit is klungele.
— Jan Stavel is een vreemdeling uit Langedaal en van een andere soort. Dominee Greenveld is een stumper, zegt hij, die brengt maar een halve Waarheid.
Enkele mensen heeft hij al in de wacht gesleept. Aaltje van Ditting en haar twee dochters. Jan Snel uit de Wilde Wetering.
— En Geert van Stoete mit z'n huushouwe, vult Janus aan.
— Een arm gedoe, meent Moeder Wiedeling, mensen, die vervuld zijn van een secte-geest.
— Lot zo'n Jan Staovel naor een daarp trekke, waor een vriezinnige dominee staot en daor een kark bouwe van z'n cente, da was veul wiezer. Wezeluk zal hie hier in Ringelberge de zaok Gods nie diene, mer wel schaoij doen. Grote schaoij. Nie, dat ie enkele minse ons onttrekt, mer de wrevel en spotterie die 't wekt. Dominee Greenveld brengt een veurwarpelukke-onderwarpelijke prediking en bouwt en sticht de gemeente van de levende God. Daorum hoeft ie niet te knaarpe en te puusten, of dat dat Gereformeerd is. Of z'n preken te spekken mit alle meugelukke ofgezaogde gezegdens.
Jan Staovel vurbreekt de eenheid van Christus kark en helpt mee de liefde te vurkere in haot. De gruwel der vurdeeldheid is en wordt meer hemeltergend. Nooit is daor heil in gelege. 't Gaot um wat groots, 't gaot um „ons" en „ons karkje", .dat is 't ongeluk. Veertig jaar is hij ouderling geweest en zolang als hij de scepter zwaaide was de kerk de enige en nu hij met ds. Greenveld woorden gehad heeft, nu is 't niet goed meer.
Janus zwijgt dan.
Het is inderdaad verwijdering stichten, al meer, terwijl wij het tezamen mit rooms en libertijn verzondigd hebben. Wij zijn toch allen grote zondaars voor de Heere!
— Zo is 't, Mia ; werd dit meer gezien en gevoeld. Dan zouden wij de zonde van 't kerkjes bouwen ook zien.
Dan denk ik aan de smartwegen van het protestantisme in de dagen der vervolging onder Roomse inkwisitie. In dit licht bezien valt ons ook de ijdelheid van de verdeeldheid op. Wat verdeelt de mensen? Hoogmoed en ijdelheid! Wat vereent hen? Nederigheid en levensernst, zonde-kennis. Deze laatste zijn werkingen van de Heilige Geest. Geen werk van mensen.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 januari 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 januari 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's