De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Richting of expressie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Richting of expressie

5 minuten leestijd

Het gesprek in de Synode over de belijdenis en haar functie kenmerkte zich door een zekere gespletenheid. Aan de ene zijde kwam men op voor de zg.n. actualiteit der belijdenis, die telkens omschreven werd als hernieuwde oproep tot gehoorzaam luisteren naar het Woord Gods, terwijl de andere zijde, t. w. degenen die opkwamen voor Schrift en belijdenis, een starheid van houding en een wettische belijdenisopvatting werd verweten.
   Zo werd dan telkens dit dilemma gesteld : óf mee te doen met de bewegende, dynamische gang der Kerk met de belijdenis als oproep tot hernieuwde bezinning, of aan de kant te staan met het document, het statuut, de wet. Of te leven in de ,, bevindelijke " gemeenschap met de belijdenis der Vaderen, óf buiten dit leven te staan met de ,, verstandelijke " overeenstemming naar de letter der wet.
   Het komt ons voor — we willen dit ook na de beslissing met klem opmerken — dat dit dilemma, in de Synode telkens opgeroepen, verkeerd is gesteld.
   Het is onbillijk, te laten voorkomen, alsof de Gereformeerde tegenstemmers alleen maar wensen op te komen voor de ,, verstandelijke " overeenkomstformule ; zij bedoelden zeker meer dan dit.
   Het is niet juist de levende, bewegende geloofsgang der Kerk te argumenteren met de mededeling, dat de belijdenis alleen maar mag zijn norma normata (door de Schrift genormeerde maatstaf) en dat het Woord Gods blijft norma normans (normerende maatstaf), dit laatste bedoelt meer dan de formule van artikel 10.
Zo eenvoudig liggen de standpunten aangaande de belijdenis niet.
   Immers, ook de Gereformeerde afgevaardigden zien de functie der belijdenis als norma normata met de Schrift als hoogste regel des geloofs, ook zij wensen de actualiteit (actus=werking), de doorwerking van de belijdenis der Kerk, terwijl anderzijds de vraag gesteld mag worden, of na de aanvaarding van artikel 10 de belijdenis nog norma is !
   Volgens de verslagen is in de Synode toch opgemerkt, dat men niet alles voor zijn rekening behoeft te nemen, dat men een distantie tegenover de belijdenis mag aannemen ? Werd het richting gevende, het heenwijzende naar het Woord niet als de belangrijkste functie van de belijdenis gezien ? Ging het in wezen niet over geheel andere zaken, dan de tegenstellingen : dynamische --statische opvatting, levende—verstandelijke opvatting ? Ons inziens werd zo het dilemma verkeerd gesteld en heeft men dit in de Synode rustig zo gelaten. Zo stonden de groeperingen tegenover elkaar achter deze schijn-grenswallen.
   Uit de verslagen is ons niet gebleken of men afgedaald is naar een diepere oorzaak van scheiding.
   De vraag naar de zin en de waarde van het woord der belijdenis, de vraag naar de verhouding tussen Gods Woord en het woord der belijdenis, had beantwoord moeten worden.
   Ongetwijfeld werden in de Synode woorden gesproken in deze richting, maar men is er niet op ingegaan.
   Zeker is de belijdenis niet maar louter een menselijke vertolking van het Woord Gods, een vertolking, waarover men kan verschillen in mening, de belijdenis is meer dan dat, ze is de expressie (uitdrukking) van het geloofsleven der Kerk naar het Woord Gods. Immers, de Kerk belijdt, niet de mensheid of de wetenschap, dit moeten wij niet vergeten. De waarheid van de geloofsuitdrukking van onze Gereformeerde vaderen lag hun zó diep, dat ze deze geloofsuitdrukking met hun bloed konden bezegelen.
   Dit heeft in de Reformatietijd met starheid, wettischheid en statuut niets te maken gehad, dit was levend geloof en de belijdenis was de uitdrukking van dat levende geloof, een uitdrukking, waarvoor ze brandstapels trotseerden.
   De kwestie waarover het eigenlijk gaat is deze : Wat is de waarde van het woord der belijdenis.
   Door de nieuwere theologie is het menselijk woord, als uitdrukking van de goddelijke waarheid, door de transcendentering van het goddelijk Woord gedevalueerd. Heden ten dage is de waardevermindering van het menselijk woord een algemene tendens, ook op het kerkelijk terrein merken we hetzelfde streven op : men komt op voor het goddelijk Woord en neemt de mense­lijke vertolking minder ernstig. Wij vragen ons alleen af : heeft God Zich anders geopenbaard dan in menselijke woorden ? Ook hier raken we weer aan het verschil in openbaringsbeschouwing tussen Barth en Calvijn.
   De vraag dient dus gesteld te worden : Hoe ziet men het woord van de belijdenis ? Welke waarde kent men aan het woord in het algemeen toe ?
Is het woord der belijdenis expressie van het geloofsleven der Kerk naar het Woord Gods, of slechts een eerste commentaar, waarnaar men eerbiedig moet luisteren — Barth —, om daarna zijn eigen weg te gaan, dus een richting van theologisch denken, waarvan men zo nodig kan afwijken ?
   Is de belijdenis expressie of richting ?
   Ons inziens zou het verschil van gevoelen in de Synode beter met deze woorden uitgedrukt kunnen worden.
   De belijdenis als richting heeft orthodoxen en vrijzinnigen demate bekoord, dat op grond van die basis (art. 10) de kerkorde werd aanvaard.
   Men bedenke, dat onze vaderen tegenover de Remonstranten de belijdenis niet als ,, een vuurbaken in zee ", maar als expressie van het geloofsleven en als accoord van geloofsgemeenschap hebben beschouwd.
Uit de verslagen is op te maken, dat de Gereformeerde Synodeleden de belijdenis eerder hebben beschouwd als expressie van het geloofsleven der Kerk in zijn actualiteit en dynamische kracht, maar ook in zijn rijkdom, waaraan men niet tekort wilde doen, dan als een verstandelijke wet of een star statuut.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 januari 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Richting of expressie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 januari 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's