En de zee was niet meer
Openbaring 21 vers 1 (slot).
Johannes op Patmos zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Want de eerste hemel en de eerste aarde was voorbijgegaan. En de zee was niet meer.
Dit is het eerste, wat Johannes treft, als hij Gods nieuwe schepping ziet : de zee was niet meer.
Hij ziet geweldige dingen : de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem ; dingen, die een mens schier niet bij machte is uit te spreken.
Maar waarom valt dit Johannes het allereerste op, dat er geen zee meer is ?
Dat is niet zo moeilijk te begrijpen. Johannes zit daar als een eenzame balling op het eiland Patmos, gescheiden van de gemeenten in Klein Azië, gescheiden van hen door de zee.
O, de Heere troost hem bovenmate, door hem te tonen wat met haast geschieden zal. Hij mag dingen zien en horen, die overduidelijk tonen dat het Koninkrijk van God komt, onweerstaanbaar. Maar tóch, hoe graag zou hij naar zijn vrienden gegaan zijn, die nog zuchten temidden der vervolgingen. Hoe graag zou hij hen bemoedigen en zeggen : Blijf geloven en verlies de hóóp niet, want Christus is Overwinnaar ; hoe moeilijk ge het hier ook hebt, het is slechts een verdrukking ,, van tien dagen" en het eindigt in de ongestoorde jubel.
Wat zou Johannes graag dat allemaal gezégd hebben tot de gemeente.
Maar hij kan alleen maar opschrijven wat hij ziet en hoort en bidden, dat God er voor zal zorgen, dat het bij de gemeente komt. Naar zijn vrienden-in-de-benauwdheid toegaan, dat kan hij niet. Dan staat hij altijd weer als een machteloze voor de zee.
De zee, dat is de grote verschrikking van zijn verbanning.
Geen wonder dus, dat hij bij het zien van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, uitroept in blij verbazen : en de zee was niet meer.
Dat betekent dus : daar geen scheiding meer, geen beperking. Niet meer de pijn van het ongestilde verlangen, de smart om een kloof die er is, onoverbrugbaar.
Geen scheiding meer. Wie weet niet van scheiding af ? Herinner u de moeizame scheiding in oorlogstijd van die u lief waren. De scheiding door militaire dienst in Indonesië. De scheiding door emigratie.
Maar feller nog is de pijn van de scheiding van een mens, die soms vlak bij ons leeft, maar wiens innerlijk zich van ons losmaakt in verwijdering.
Ach, en de scheiding die de dood telkens weer brengt, onbarmhartig en voldongen. Het hart rouwt in weemoed en smart om het blijvend gescheiden-zijn. Maar wie zal woorden vinden om te beschrijven de smart die er komt in ons leven, als wij ons als schuldigen gesteld zien voor de kloof tussen God en ons, door onze zonden veroorzaakt, de kloof zonder brug ?
Dan kunnen wij niet buiten God en tóch moeten wij naar recht voor eeuwig van God gescheiden zijn, gescheiden door de zee van Gods toorn. Zolang wij leven in het eb-getij en velen hebben geen idee van de vloedgolf van Gods toorn, waarin een zondaar voor eeuwig zal moeten verzinken.
Gelukkig, als wij weet gaan krijgen van die komende vloedgolf, ook al brengt de belevenis er van helemaal geen gevoel van geluk.
Toch — gelukkig wie door de nóód van die dreigende golven van Gods toorn gedreven, zich begeeft tot de Heere Jezus Christus, Die is gegeven als een verberging tegen de wind en een schuilplaats tegen de vloed.
Al Gods golven en baren gingen over Hem heen, opdat Hij al de Zijnen door die zee van Gods toorn heen zou leiden als door het droge. En als zij ,, aan de overkant" zullen zijn, zal straks zelfs die zee zélf verdwijnen : nooit meer van God gescheiden. niet meer door de zonde, niet meer door Gods toorn.
Dit gescheiden zijn brengt mee in ons leven : moeite en onrust. De zee is trouwens ook daarvan een beeld. De zee geeft geen ogenblik rust, gevaarlijk is zij en onberekenbaar.
Zo kan ons leven plotseling een heel vreemde, nooit vermoede wending nemen. Ziekte kan ons uitschakelen soms voor lange tijd, tegenspoed kan ons achteruit duwen, een mis-stap kan ons leven soms durend vergallen.
Voor wie Christus kennen mag als zijn Heiland, is er de heerlijke troost, die Johannes mocht ontvangen en doorgeven: dat alles, de scheiding, de onrust in uw leven, het voortgedreven worden, dat zal er straks niet meer zijn, de zéé was niet meer.
Hier in ons leven, ook in het grote wereldgebeuren, is er altijd weer de moeite en onrust en dreiging. Hier brengt de zee (van scheiding en smart) vaak de tranen in de ogen. Wie er van harte om leert schreien in een droefheid ,, naar God toe", hore wat Johannes schrijft: En God (Hij zelf!) zal alle tranen van de ogen afwissen.
Dan zal het danklied klinken, nieuw en van een diepe vreugde, dankend zelfs, juist voor de smart, waarin God werd gezocht en zich liet vinden.
Van die dankbaarheid zong eens een jonge man, die jaren lang ziek lag en in de bloei van zijn jaren stierf, Jaap Kroonenburg :
Zegepraal.
Heb dank, o Heer, voor al Uw zegeningen
Voor levensvreugde en voor levensleed.
Voor weemoed en voor blijde herinneringen.
Voor stille uren, die ik nooit vergeet.
Dank Heer, voor tranen en voor lege handen
Voor dagen zonder warmt' en zonder zon,
Dank zij Uw licht, dat in 't donker brandde.
Dank voor Uw kracht, waardoor ik overwon!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 januari 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 januari 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's