LOTERIJ
Een trouwe lezer van De Waarheidsvriend vroeg mij, wat ik dacht over het deelnemen aan een loterij voor een liefdadig doel.
Gaarne wil ik hem op die vraag van antwoord dienen.
Die loterijen voor zendings- en andere liefdadige doeleinden vinden hare oorsprong niet in het gereformeerde kamp. Als ik het wel heb zijn de vrijzinnigen daar het eerst mee begonnen. En dat niet, omdat die vrijzinnigen nu zo bijster ingenomen zijn met de loterij, maar om de eenvoudige reden, dat het voor hen meestel de enige weg was om aan wat geld te komen. De vrijzinnige diensten worden meestal slecht bezocht. Het gevolg is natuurlijk, dat de collecten maar weinig opbrengen.
Om aan wat geld te komen, organiseert men nu een of andere bazar. Een pop, die door een naaikrans vervaardigd is of het een of ander borduurwerkje wordt nu door middel van loten aan de man gebracht. Elders in de zaal draait het rad van avontuur, of men tracht door middel van een grabbelton de dubbeltjes in het laadje te krijgen. Meestal heerst er op zulk een bazar een vrolijke sfeer.
Misschien zegt nu wel één van de lezers : Secretaris van de Geref. Bond wees nu niet al te zwartgallig. De jeugd wil ook wel eens een pretje hebben en het legt voor de zaak, waarvoor de bazar wordt gehouden, geen windeieren.
Dat laatste zal wel waar zijn, maar desondanks heb ik toch mijn bedenkingen. Als de Heere van ons een bijdrage vraagt voor de zending, of voor welk Christelijk philantropisch doel ook, dan zou een mens moeten geven voor die goede zaak, alleen omdat de Heere het wil. En dan mag daar toch zeker geen tegenprestatie in de vorm van enig genot of vermaak onzerzijds worden geëist.
Het is daarom, dat ik uit principieel oogpunt geen bewonderaar kan zijn van de verschillende bazars, die er worden gehouden.
Het is eigenlijk een aanklacht tegen ons gereformeerde volk, dat we ook onze toevlucht moeten gaan nemen tot allerlei middelen om maar geld bij elkaar te brengen, omdat men eigener beweging niet voldoende offeren wil.
En nu moet ik eerlijk wezen, dat ik ook wel eens een lot gekocht heb op zo een bazar, omdat men de mensen, die er zich zo druk mee maken, niet voor het hoofd wilde stoten.
Maar elke loterij, in wat voor vorm ook, leidt toch de mens er zo gemakkelijk toe om zijn geloof en vertrouwen niet op de Heere maar op Fortuna te stellen, de oude godin van het geluk.
Het is daarom, dat ik maar liever met al die bazars en loterijen zou willen breken om de gemeente alleen maar te stellen voor de blote eis Gods om Zijn werk ook met onze stoffelijke gaven te bevorderen.
Tegen een verkoopmiddag of avond, waar vervaardigde handwerken tegen vastgestelde prijzen worden verkocht, is uit de aard der zaak minder bezwaar in te brengen.
TIMMER.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's