De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Puritein van de Hertenpolder

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Puritein van de Hertenpolder

FEUILLETON

4 minuten leestijd

83

Vrouw Aartse heeft veel bekenden, heinde en ver. Haar familie is uitgestrekt over 't hele land. Er zijn er bij haar familie, die in de huizen der adelijken wonen. Een zekere freule Bontekoe uit Veerendonk komt regelmatig ééns in de maand. Een dame, met veel geestelijke ervaring en diep inzicht in de Heihge Schrift. Vol des Heiligen Geestes. Begenadigd van Boven.
Janus Veldstroo, wat ga je nu doen ? Jij bij vrouw Aartse op bezoek ? Wat denk je ?
   — Gao weg, satan, antwoordt Janus. Hij onderkent de hsten des bozen. Ze zijn hém niet onbekend meer.
   — Ik mag van mien Koning getuge ! Het mot gewete worre, dat ik van Hem gevonden bin. De Heere Jezus het gesproke : Wie Mij belijden zal voor de mensen, die zal Ik belijden voor Mijn Vader, Die in de hemelen is.
   Het is wel voorgekomen, dat hij schoorvoetend de dorpel van vrouw Aartse's huisje overschreed. Dat hij zichzelf van zoveel beschuldigen moest, maar nu heeft hij het getuigenis des Geestes. Zijn Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn.
Is het geloof al gedurig aangevochten geweest, toch mag hij met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade. Er is een gedurige blijdschap in zijn ziel geweest. Hoewel de innigheid wat is afgenomen, heeft de vrede zijns harten de overhand.
   Daar is het huisje. No. 76 staat er op een plaatje naast de deur.
Janus zet zijn fiets onder het afdak van het houthokje. Even staat hij stil. Wat is zijn boodschap ? Wat is de aandrift van zijn hart ? En direct is het antwoord gereed. De ere van zijn Koning uitdragen. Daar zal de oude vrouw toch naar willen horen. Van Hem moet zij toch ook in alles afhangen.
Dan stapt hij binnen. Ze zit alleen in het keukentje en leest in een boek.
   •— Dag vrouw Aartse, groet Janus op zijn bedeesde manier, als hij bij de ouden komt, die grote en heerlijke dingen beleefd hebben. Ze kijkt op, licht haar bril van de neus.
   — Zo jongetje, zegt ze, ben je daar eens weer ? Ik begrijp je toch niet
   •— Niet, vrouw Aartse ?
   •— Neen, ik begrijp niet waar je telkens weer de moed vandaan haalt om mij op te zoeken.
   — Niet, vrouw Aartse ? vraagt Janus weer verwonderd.

Wat zou er nu weer aan 't handje zijn ? Heeft zij soms een verborgen bedoeling met haar zegging ? Is het een onderdeel van de tale Kanaans ?
Janus verzint er op. Maar hoe hij inderhaast prakkizeert, hij lost de vreemde aanspraak niet op. Dan moet het iets eigenaardigs van de oude vrouw zijn. Zij leeft misschien op een verheven standpunt. Van het oude brood ? En 't is bekend, dat dit oude , brood niet de rechte groei in het geestelijk leven verschaft. Daar is voor de gezonde ontwikkeling en het goede peil, nieuw brood, het verse Brood, dat uit de hemel nederdaalt, nodig, en nieuwe wijn
Janus zucht tot God.

   — Lao mien niet staon veur schut, Heere. Geef me Uw woord te spreken, kermt hij inwendig.
   — Je weet toch, zegt ze, dat hier in dit kleine huis, mensen uit alle delen van Nederland komme. Denk maar aan Freule Bontekoe ! Een ziel met veel licht en een begaafde vrouw !
   — 't Is waor, zegt Janus. Mer wat denk je, vrouw Aortse, bin je meer as vrouw Aortse ? Ik lees in mien Biebel, in de eerste Korinthenbrief : Want wie onderscheidt u ? En wat hebt gij, dat gij niet hebt ontvangen 1 En zo gij het ook ontvangen hebt, wat roemt gij, alsof gij het niet ontvangen hadt ?

Verbluft ziet de oude vrouw hem aan. Die woorden, zo kalm, maar krachtig uitgesproken, overtuigen haar direct.
Nog staat hij bij de deur.

   — Ga zitten. Janus, gij hebt de waarheid gezegd. Hoe goed is het, dat je je eigen woorden niet gekozen hebt. Nu ben ik gewis overwonnen. De kop is er af.
Ze zucht diep.
   — Wat is de mens ? vraagt ze in 't algemeen zo maar.
   — Och, vrouw Aortse, antwoordt Janus in 't vuur van Bijbelwaarheid en Woordvastheid : 't Evangelie is een kracht Gods tot zaligheid voor een iegelijk die gelooft.|
   —• Jongen, zegt de oude vrouw op moederlijke toon, geheel anders dan daar straks : jongen, wat is God groot, wat is Hij vrijmachtig en wat is Christus een dierbare Koning
Janus ontroert van haar woorden, nu zo vol deemoed en geloof gesproken. Nu is zij der oude vrouw van straks niet meer.

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De Puritein van de Hertenpolder

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's