De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Puritein van de Hertenpolder

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Puritein van de Hertenpolder

FEUILLETON

4 minuten leestijd

Zijn hart vloeit over van erkentenis, nu zij de dierbare Koning roemt. De Heere Jezus Christus, het Hoofd der Gemeente ! Nu vallen alle menselijke grootheden weg. Alle eigenwaan versmelt. Nu zal het dienen tot meerdere ontdekking van de oude natuur ; tot ontbloting van de oude mens en tot glorie van God.
Nu is het een opwassen in de genade. — Janus, zegt ze, Christus is onze enige Wetsvolbrenger geworden bij onze opneming in het Verbond. De weg tot het heilige der heiligen is nu volkomen ontsloten. Daar zien wij de heuvel Golgotha, waar Hij Zijn dierbaar bloed gestort heeft.
Zie, thans mag ik knielen voor de ark. En boven die ark spreekt de eeuwige Vader onzes Heeren Jezus Christus van de vrede en het leven tot in eeuwigheid. Janus, in Christus eist de wet ons leven. Zo hebben wij niet alleen uit het Verbond weldaden ontvangen, maar zijn in het Verbond opgenomen en hebben vrede gesmaakt, die alle verstand te boven gaat. Janus, wat weet onze oude natuur daarvan ?

— Niets, vrouw Aortse. Dan vertelt Janus de oude weduwvrouw, die nu geheel is omgekeerd, van zijn doodstaat en het leven in Christus. En als hij haar vertelt met een wonderlijke vloeiendheid van woorden van de dingen, die gebeurd zijn in het laatste jaar, dan biggelen haar de tranen over de wangen.
O, Jongen, dan verstaan je me, zegt ze. Dan is het geen vreemde taal meer.
Stil zit ze te luisteren, zo gedwee als een kind.
— Is 't waar, jongen, valt ze hem soms in de rede.
Als Janus alles verteld heeft, zegt ze : Janus, laten we nu een versje zingen, want dat hoort er bij. Wat zullen we zingen ? Een moment verzint Janus. Maar dan komt hem voor Psalm 33, het 6e vers. Hij noemt het. Dan zingen ze :

Maar! d' altoos wijze raad des Heeren,
Houdt eeuwig stand, heeft altoos kracht ;
Niets kan Zijn hoog besluit ooit keren,
't Blijft van geslachte tot geslacht.
Zalig moet men noemen,
Die hun Maken roemen
Als hun Heer en God,
't Volk, door Hem tevoren.
Gunstig uitverkoren
Tot Zijn erv' en lot.

En ze zingen het zuiver. Vol overgave en klankvol. Waar zijn de gezinnen gebleven, waar de psalmen worden aangeheven in eenvoudigheid des harten ?

— Nu, dan geef ik ook een versje op. Janus. In de volgende psalm, het 2de vers :

Komt, maakt God met mij groot;
Verbreidt, verhoogt, met hart en stem,
De nooit volprezen Naam van Hem,
Die ons behoedt in nood.
Ik zocht in mijn gebed
De Heer' ootmoedig met geween ;
Hij heeft mij in angstvalligheên,
Geantwoord, mij gered.

Als zij het gezongen hebben, spreekt de oude vrouw over de noodzakelijkheid, dat nu de bondeling door de Geest geoefend moet worden uit het Verbond te leven. De wet in de ark spreekt niet alleen van vrede, maar leert ons ook dat in Christus de kracht tot wetsvolbrenging wordt gevonden. Als wij dan de vrede des Verbonds smaken, mogen wij tot Hem naderen en bidden om de bediening des Heiligen Geestes, om als kind naar de regel des huizes te leven.
   Janus heeft het ervaren, wat deze bediening des Geestes is, dit leven uit het Verbond. Hoe klaarder de Heere hierin inleidt, hoe dieper het verborgen leven wordt. Gerechtvaardigd door het geloof, is hij tot kind aangenomen, nu ingeleid in het Verbond, mag hij zalige geheimenissen doorleven. In het Verbond ingeleid om een Drieënig Verbondsgod te leren kennen.
   De betekenis van de bekering is hem duidelijk geworden. Zij is die van een vernieuwing des harten, een verandering van gezindheid.
   Bekering heeft voor hem betekend een gehele verandering van zijn denkwijze, van zijn gezindheid, van zijn gedrag ten aanzien van de zonde. Christus is in zijn zielsleven alles geworden. Zo is dus het leven anders geworden. Nu de heerlijkheid en de eer van deze Koning uit te dragen, is de enige begeerte zijner ziel.
   Als het een ogenblik stil is, vraagt de weduwe: Janus, ben je al bij Matje Bothorn geweest ? Zij vraagde mij eens naar jou.
-- Daer bin ik geweest. Daore waore toe nogal wat vrienden uut Noordschoten. He daor veul vriemoedigheid gehad um de eer van mien Koning te vurhoge.
~ Daar is het goed, zegt ze. En ze rust van het praten. Als Janus opstaat, ziet ze op.
— Nu zal ik je 't laatste nieuws nog vertellen, jongen. Ik denk daar net aan.

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De Puritein van de Hertenpolder

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's