De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een domine vertelt

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een domine vertelt

5 minuten leestijd

3. GEEN VERFLAUWING.

   Zoals zoveel christelijk werk, loopt ook het ziekenbezoek steeds gevaar, dat de liefde en daarmee de ijver er af gaat.
   Welk een gebeurtenis is het vooral in het begin van de ambtelijke loopbaan, wanneer men geroepen wordt bij een zieke.
   Daarvoor moet alle andere arbeid blijven rusten. Er kan immers een mens gaan sterven, die nu nog vraagt om het Woord Gods; althans dat Woord nodig heeft.
   De Kerk zou haar naam niet waard zijn, wanneer zij haar kranken aan hun lot overliet. Wanneer zij bij monde van hare dienaren niet informeerde naar hun welstand.
   Wanneer zij hen niet waarschuwde, zo zij nog onbekeerd op het ziekbed liggen en hen niet vertroostte met het volle heil in Christus, zo zij waarlijk bekommerd van hart zijn.
   Het gaat om niets minder dan het leven van zulk een mens. Om zijn eeuwig heil.
   De Kerk moet een moeder voor haar kinderen zijn, die voor en met hen bidt. Hen de Heere opdraagt. Hen niet loslaat, zolang er nog leven is, maar hen altijd ook weer voor hun eigen verantwoordelijkheid plaatst.
   Haar dienaren mogen de zonden vergeven in 's Heeren Naam, dat wil zeggen : met de prediking der schuldvergiffenis in Christus' bloed komen tot de gebroken en verslagen harten.
   De Kerk vergeeft niet zelf de zonden ; zij kan dat immers niet doch legt altijd weer haar kinderen biddend in 's Heeren hand.
   Ik sprak van een ,,gebeurtenis" in de eer­ste tijd. Is het dat dan later niet meer ? Neen, althans niet in die mate.
   Men mag dat jammer vinden ; toch is het ook weer een gewoon menselijk verschijnsel.
   De jonge pastor loei is in het begin steeds weer onderhevig aan nieuwe indrukken. Al wat hij beleeft, is voor hem althans nieuw. Doch dat blijft zo niet.    Dat kan ook niet.
   Later zal hij dezelfde dingen herhaaldelijk meemaken. Hij wordt er aan gewoon.
   Wanneer men voor de eerste maal in een groot ziekenhuis komt, wordt men zeer getroffen door die opeenhoping van menselijke ellende.
   Wat al kwalen en krankheden 1
   Toch ziet men, dat de verpleegsters zich rustig en kalm door de zaal bewegen ; ja, dat zij zelfs midden in hun arbeid nog vrolijk kunnen zijn. Dat is ook
   goed, want anders zouden zij op de duur hun zware arbeid niet kunnen verrichten.
   Zo gaat het ook de krankenbezoekers. Niet dat zij op de duur ongevoeliger behoeven te worden, maar zij leren, de dingen wat beter, misschien wat meer nuchter onderscheiden.
   Ook zieken kunnen simuleren. Ook zij hebben hun menselijke hebbelijkheden. Er zijn patiënten onder, die altijd beklaagd willen wezen, meer dan anderen. Dit moet men weten.
   Alleen de liefde en de ijver mag er nimmer af en uitgaan. En ik kan helaas niet zeggen dat dit nooit het geval is.
    Er zijn in dit opzicht weer vele bezwaren verbonden aan het geregeld bezoeken van kranken, in wier toestand geen verandering valt te bespeuren, noch lichamelijk, noch geestelijk.
   Wee ons, zo wij steeds weer op nieuwe belevingen uit zijn, die maar niet komen willen. Want het kunnen aanleidingen worden, waardoor de regel er af gaat.
   Men komt al minder bij deze kranken, en tenslotte moet men zich geweld aandoen, er nog eens heen te gaan.
   Dit nu moet met alle kracht bestreden worden. Want ook in deze spelen soms onze sympathieën of antipathieën een grote rol.
   Wij hebben maar telkens van de Heere te vragen om een bewogen hart. Of Hij ons leren wil, ons in de toestand van de kranke te verplaatsen, voor zover dat mogelijk is.
   Wij mogen onszelf wel eens afvragen of WIJ dan onze bezoekers wellicht zulke verrassingen zouden bereiden, zoals wij ze nu van anderen schijnen te verwachten.
   Somtijds leert de Heere ons wel eens op treffende wijze. Zelf lag ik eens in een ziekenhuis en werd op een brancard gereden naar de operatiezaal, al was het dan voor een geval, niet direct levensgevaarlijk, zoals de doctoren zeiden. Toch kon ook daarmee de dood gemoeid zijn.
   Op één van de muren las ik daar : ..Hij is krachtiglijk bevonden een hulp in benauwdheden".
   Ik ben nog dankbaar voor dat verblijf aldaar. Voortaan bekeek ik de ziekenhuis- en de operatie-patiënten met andere ogen. Al genieten zij kostelijke verzorging, zij missen zoveel. Laat er dus nimmer verflauwing intreden inzake het bezoeken van zieken, die soms jaren lang lijdend zijn.
   Meer dan eens vingen wij hun moedeloze klacht op, wanneer wij vroegen of zij nog wel eens ander bezoek ontvingen : „Bij mij komt niemand meer".
   Een dergelijk verschijnsel kan men onder de mensen maar al te dikwijls opmerken : ook een ziekte moet niet te lang duren; anders heeft men er geen
belangstelling meer voor.
   Het was mij dan trouwens de belangstelling wel !
   Zó mag een dienaar der Kerk niet handelen. Hij overwinne zijn tegenzin en ga :
   Het is zo pijnlijk, wanneer men verneemt dat die of die predikant een slechte ziekenbezoeker is. Zoiets is een misdaad tegenover de kranke zelf en tegelijk werkt het zeer afbrekend in de gemeente bij hen, die met de Kerk toch al niet op een te beste voet stonden. David's hart sloeg hem, toen hij een slip van Saul's mantel sneed, want zelfs dat was hem enigszins een vergrijp tegen de ,,gezalfde des Heeren". Maar ik geloof, dat het werkelijk niet kwaad, ja, zelfs heel goed zou zijn, om sommige dominees eens te grijpen bij ide panden van de jas of in de rug van hun moderne colbert en ze met kracht mee te slepen naar een broeder of zuster, die lijdende is. Men zou zich werkelijk aan hun ,,waardigheid" niet vergrijpen.
    Want er zijn er, die alles doen, behalve wat God onmiddellijk op hun weg plaatste.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Een domine vertelt

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's