Schrift en Belijdenis!
Is dat een prediking naar
Op vele kansels hoort men getuigen van de liefde van Christus. Men zingt zijn Hallelujah's en men wekt op tot werken van Christelijke barmhartigheid en men wil zich geven voor allerlei actie op kerkelijk en maatschappelijk levensterrein. Voor sommigen bestaat het Christendom alleen maar in het stuk van de dankbaarheid. Het liefst hoort men spreken over de tien geboden, gelijk die ook in onze Heidelbergse Catechismus een plaats hebben gevonden in het derde stuk liet stuk van de dankbaarheid.
En nu is het onze bedoeling niet, in dit korte artikel te wijzen op de gevaren van het practicisme.
Neen we wensen te wijzen op een ander gevaar.
De eenvoudigen in den lande wisten de kern van het Evangelie van Jezus Christus nog wel eens in een paar kernachtige woorden weer te geven. Zo plachten zij te spreken van een rijke Jezus voor eeni arm zondaar.
Ik weet, dat er zijn zullen die bij het horen van deze bekende term beginnen te glimlachen. Daar hebt ge weer één van die dooddoeners •— hoor ik iemand opmerken
Van dat eerste gedeelte wil men dan nog wel horen, maar van een arm zondaar wil men niet weten.
En zo krijgen we menigmaal in verschillende predicaties te horen, dat ieder mens maar moet geloven in de genade Gods. Jezus heeft immers voor alle mensen voldaan.
De schuld is immers uitgedelgd, en nu komt het er alleen maar op aan, of men het geloven zal of niet.
Vandaar gedurig de opwekking tot geloof. En hoe groter uw geloof nu maar wordt, des te meer zult ge bij het kruis uw zonden leren kennen.
Men heeft dan ook in onze dagen de volgorde van Wet en Evangelie omgekeerd. Men wil beginnen met het Evangelie en vanuit het Evangelie zou men zijn zonden leren kennen.
Maar voor onze vaderen was de volgorde een andere. Zij begonnen met de Wet en eindigden in het Evangelie. Ook zij wisten wel, dat er in het stuk der ellende geen troost te vinden was, maar ze wisten óók, dat een mens zonder zelfkennis geen behoefte aan genade kent.
Hoe zal toch een mens, die blind is voor zijn doemschuld en voor zijn verlorenheid, heerlijkheid in het borgtochtelijk lijden van die grote Borg en Middelaar Jezus Christus zien ! Dat heeft Maria in haar lofzang blijkbaar beter begrepen, dan vele theologen uit onze tijd. Zij zong immers : Hij heeft machtigen van de tronen afgetrokken en nederigen heeft Hjj verhoogd ; hongerigen heeft Hij met goederen vervuld en rijken heeft Hij ledig weggezonden.
Wat leert Gods Woord het ons duidelijk. Is Nathan, de profeet, eerst tot David gekomen met de lieflijke belofte des Evangelies, nadat hij tegen Bathseba en Uria gezondigd had ? Geen sprake van! Hij heeft hem de Wet gepredikt. De Wet prediken, is zeer moeilijk, dat weet ik. God had het Nathan, Zijn knecht, geleerd. Die prediking van Nathan werkte ontdekkend. Ze kwam op de persoon aan in dat éne woord : „Gij zijt die man !" En pas daarna, als David tot de belijdenis is gekomen dat hij tegen de Heere gezondigd had, komt de profeet met de lieflijke boodschap des Evangelies : De Heere heeft uw zonde weggenomen ; gij zult niet sterven.
En zeg nu niet, dat het een Oud-Testamentisch voorbeeld was. Zal ik u dan voorbeelden noemen uit het Nieuwe Testament ?
Is Christus begonnen bij de Jacobsbron om aan de Samaritaanse vrouw de beloften des Evangelies; te verkondigen ? Niets van dat alles ! Hij heeft, integendeel, gepoogd om bij die vrouw het schuldgevoel op te wekken. Als Hij tevergeefs over het dorsten naar het levende water met haar heeft gesproken, probeert Hij haar ogen te openen, door haar te laten zien, dat Hij het weet, dat ze vijf mannen had gehad en dat ze nu weer in een ongeoorloofde verhouding leefde met een andere man.
Pas dan, als het schuldgevoel levendig geworden is, openbaart Hij zich aan haar als de Christus.
Er zijn mensen, die van dat schuldgevoel niet meer willen weten.
Anderen zijn bang, dat het teveel voorwaardelijk zal gaan klinken, als er wordt gepredikt dat de zielsverbrijzeling aan de zielsverheuging moet vooraf gaan. Men is bang voor de Remonstrantse inslag.
Eilieve, is 't dan óok al Remonstrantisme als Jezus zegt tot de ouderen : „Indien gij u niet verandert en wordt gelijk de kinderkens, zo zult gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins ingaan" ?
Neen, en nóg eens neen. Dat is geen Remonstrantisme. Dat zijn geen voorwaarden, die door de mens in eigen kracht moeten worden vervuld. Maar dat is de weg des Geestes, waardoor het in de binnenkamer wordt geleerd om als een arm zondaar naar Christus te vluchten.
Lezers, houdt deze oude waarheid vast. En laten allen, die bezig zijn naar hnks af te zakken, weer terugkeren naar de oude, beproefde paden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's