De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een Domine vertelt

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een Domine vertelt

5 minuten leestijd

XI. Ziekenbezoek

4. Wat brengen wij mee ?
De vraag, die ons vooral in het begin nogal eens kan bezig houden, is deze: Wat zullen wij tot de zieke zeggen ? Wat zullen onze eerste woorden zo ongeveer zijn ? Een enkele maal mag het voorkomen, dat de zieke het ons gemakkelijk maakt, doordat hij zelf meestal iaan het woord is, maar daarop valt allerminst te rekenen.
Integendeel zal het veel vaker voorkomen, dat de zieke van zichzelf geen woord zegt, mede ten gevolge van de toestand, waarin hij zich bevindt. Dat hij uw vragen met een kort: ,,ja !" of: ,,neen !" beantwoordt.
Het is en blijft steeds weer nodig, dat wij de Heere om wijsheid vragen. Hij zal ons in die ure leren, wat wij spreken moeten. Ook, hoe wij optreden moeten.
   Wij kunnen ons deze dingen zo systematisch uitdenken, maar straks bemerken wij, dat er in de practijk niets van terecht komt. Want alles loopt zo heel anders, dan wij het ons voorstelden.
   Vraagt gij misschien ook, wat wij meenemen zullen ? Zo ja, hoe bedoelt gij dat ? Denkt gij misschien aan een bloemetje of wat vruchten ? Zoals dat heden ten dage meer en meer mode wordt, om het met bloemen of vruchten te zeggen ?
   Mij dunkt : dit ligt meer op het terrein der dienende Martha's. Aan hen het genot, de zieken langs die weg te verkwikken en hun enige afleiding te bezorgen temidden van hun lijden.
   De Kerk als zodanig moet zich op dit terrein niet begeven.
   Ik zie de ambtsdragers al met bloemen en vruchten in de hand naar de zieken gaan. Ik hoor de rechtgeaarde zieken al vragen : „Domine, heeft u niets anders voor mij ? Want die bloemen, hoe schoon ook op zichzelf, kunnen mijn arme ziel niet redden. Ik heb nodig de vruchten van 's Heeren kruis en zoendood".
   Wil men persoonlijk de zieken ook stoffelijke versnaperingen brengen, dat men het doe, hoe meer hoe liever ; alléén : dit neme niet de plaats in van het ambtelijk ziekenbezoek. Zo het dit wel deed, dan zouden al deze bloemen en vruchten de armoede der Kerk moeten bedekken.
   Een belangrijke vraag is dus : Wat men op ambtelijk bezoek naar de zieken meenemen zal.
   Het antwoord is : hef Woord en niets dan het Woord ! En al wat daarmee in verband staat. Bespaar de zieke uw verhalen over alles en nog wat, waarbij gij niet alleen uzelf, maar ook dei tijd verpraat, zodat gij dan plotseling moet opstaan, terwijl het gebed er zelfs bij inschiet.
   Of zo gij toch nog haastig bidt, dan past het gebed immers in het geheel niet op het gehouden gesprek.
Misschien zal de zieke straks zeggen of denken : „Wat een gezellige domine was dat!" Maar daar moet hij het dan ook mee doen.
   Wij hebben te komen met de boodschap des Evangelies. En nu behoeven wij daarmee niet met de deur in huis te vallen. Niet met een bijbeltekst op de lippen binnen te treden. Wat wij zeggen, moet het stempel der waarheid dragen. Waarom zouden wij aan de zieke niet eerst vragen, hoe het met zijn lichamelijke toestand gaat ? Wanneer wij alleen met het Woord komen, betekent dat dan dat de lichamelijke toestand van de kranke ons koud laat ?
   Toch schijnen sommige kranken en trouwens ook lichamelijk-gezonde mensen dat te denken. Vraagt men hun : ,, hoe gaat het u ? ", dan geven zij soms een ontwijkend antwoord, omdat zij menen dat de bezoeker hun zielstoestand op het oog heeft. Dan zeggen zij : ,, mocht het maar eens goed wezen, domine !" Waaruit gij bemerken kunt, dat zij zeker de een of andere keurmeester op visite hebben gehad, die er de schrik danig ingeboezemd heeft.
Dergelijke mensen kunnen een houding aannemen, als had lichamelijke gezondheid geen waarde meer (behalve dat zij zelf gezond zijn). Die het verre beneden zich vinden, daar nog een ogenblik aan te denken en ten volle besloten zijn, d& ziel van de kranke direct op het dak te springen.
De eigenlijke bewogenheid met het lot van de kranke is daar meestal zoek. Ook de lichamelijke toestand van de kranke mag ons niet koud laten. Alléén : men trede vooral niet in bijzonderheden.
Men kome ook niet op het terrein van de medicus, want dat werk is ons niet opgedragen ; al spreekt het wel vanzelf, dat wij na jaren lang krankenbezoek ook dikwijls een tamelijk juiste indruk krijgen van de toestand van de kranke.
   Wij moeten echter de tijd weten, dat het met deze gesprekken uit is, daar er toch zieken zijn, die over hun kwalen niet ophouden.
Wij hebben dus niets mee te brengen dan het Woord Gods.
En zegt gij nu : ik zorg er voor, altijd een Bijbel bij me te hebben, dan moet mij de opmerking van het hart: ,,Och, collega, of wie gij ook wezen moogt: hebt gij niet meer bij u ? Ik wil toch hopen van wel. Want al kunt gij de zieke persoonlijk niets geven ; al moet het Woord het doen, door de werking des Heiligen Geestes, voor u is het toch te hopen dat gij het Woord Gods ook in u blijvende hebt. Dat het door Gods genade in uw ziel leeft. Want anders zijn, vergun mij dat ik het zeg, uw rechtzinnige, zij het ook, zuiver gereformeerde stellingen, toch zo koud.
Och, laat die kranke ook eens uit uw mond en hart mogen vernemen, hoe men alleen op Christus' kruis- en zoendood leven en ster­ven kan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Een Domine vertelt

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's