De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit ordinantie no. 3

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit ordinantie no. 3

6 minuten leestijd

Verkizing en bevestiging van Herders en Leraars

Artikel 13.

Voorbereiding van de verkiezing.
   a. Aanvang van het voorbereidend werk binnen een maand, nadat een predikantsplaats vacant is geworden, of is komen vast te staan, dat men een vacature kan verwachten.
   b. Uitbrengen van beroep binnen twee maanden, nadat de vacature is ingegaan.
   c. Raadplegen van de leden van de organen van bijstand.
   Alvorens tot de verkiezing over te gaan, roept de kerkeraad in zijn vergadering de leden van zijn organen van bijstand, om hen te raadplegen over de keuze van een predikant.
   d. Verkiezing in centrale gemeenten.
   Voorbereiding geschiedt door kerkeraad wijkgemeente, dus ook het bedoelde in punt c.
   De verkiezing geschiedt door de centrale kerkeraad tezamen met de kerkeraad der wijkgemeente.
   Uitbrenging van beroep geschiedt daarna door de wijkkerkeraad.
   e. Vertraging van beroepingswerk.
   Het breed moderamen der Classicale Vergadering kan op verzoek van de kerkeraad diligentverklaring geven of maatregelen vorderen of nemen tot voortzetting van het werk.

Artikel 14.

Bereidheid een beroeping in overweging te nemen.
   a. Predikanten, die op een standplaats der Kerk gevestigd zijn.
Deze predikanten preken niet op beroep. Zij kunnen aan kerkvisitatoren te kennen geven, dat zij bereid zijn een beroeping in overweging te nemen.
Kerkvisitatoren geven op verzoek van kerkeraden of predikanten inlichtingen bij het opmaken van nominaties (namen dergenen, die voor vervulling ener vacature in aaiimerking komen).
   b. Proponenten.
Indien proponenten een predikbeurt vervullen, geven zij de kerkeraad tevoren inzage van hun testimonium van candidaat tot de Heilige Dienst.
Zo zij zijn uitgenodigd om op beroep te preken, ontvangen zij vergoeding van reiskosten, terwijl voor hun ontvangst wordt zorg gedragen.
   c. Ruiling.
In een centrale gemeente kan met goedvinden van de centrale kerkeraad, ruiling van standplaats geschieden, nadat daarover overeenstemming is verkregen tussen de betrokken predikanten en wijkkerkeraden. In dat geval worden de vacatures geacht op eenzelfde datum vervuld te zijn en vindt bevestiging van beide predikanten plaats. .

Artikel 15.

De Autorisatie
(zoveel als toestemming om te beroepen).
   Alvorens een beroep uit te brengen vraagt de kerkeraad autorisatie van het breed moderamen der Classicale Vergadering.
Deze wordt verleend, indien gebleken is : 1. dat de ligger voldoet aan de daarvoor in de ordinanties der Kerk gestelde eisen.
2. dat de gemeente in het bezit is van het bewijs, dat de ten laste van het rijk komende inkomsten en rechten ter beschikking van de standplaats staan (handopening).
Dit bewijs moet door hét college van kerkvoogden aan het aangewezen ministerieel departement worden aangevraagd.
   3. dat de gemeente heeft voldaan aan alle bij of krachtens ordinantie vastgestelde financiële verplichtingen.
De autorisatie blijft gedurende elf maanden, volgende op de maand van afgifte, van kracht.

Opmerking.

   Wat de handopening aangaat, mogen wij een enkele opmerking niet achterwege laten. De aanvrage van ,,handopening" heeft ,,van huis uit" geen andere bedoeling dan te voorkomen, dat de standplaats door andere dan bevoegde predikanten zou worden bezet.
De aanvrage ging oorspronkelijk van de kerkeraad naar het Departement. Later bepaalde de Synode, dat die aanvrage via het Classicaal Bestuur zou geschieden. Thans bepaalt het onderhavige artikel, dat zij zal geschieden door het college van kerkvoogden. Dit is derhalve ook van toepassing in de gemeenten, waar de kerkvoogdij niet naar de kerkeraad overgaat en haar huidige positie handhaaft.
Men kan zeggen, dat het weinig uitmaakt, welk college handopening vraagt, de kerkeraad of de kerkvoogdij, maar gelet op de oorspronkelijke strekking, is dat laatste toch een vreemde figuur.
De kerkeraad is uit de aard der zaak het aangewezen college. De kerkeraad is het adres der gemeente en het verantwoordelijke lichaam en dat is de kerkvoogdij in dit opzicht niet.
Men kan dit ook niet als een interne aangelegenheid beschouwen, omdat de Overheid er bij betrokken is.
De vraag kan zelfs rijzen, of men door deze bepaling niet een recht van de kerkeraad heeft aangetast.

Hoe groot het belang van deze vraag is, kan men nagaan, als men bedenkt, hoe de Synode misbruik heeft gemaakt van de bepaling, dat die aanvrage via het Classicaal Bestuur zou geschieden, n.l. terzake van de aanslag van de Raad van Beheer in verband met de uitvoering van het Reglement op de predikantstractementen. Immers, indien de gemeente weigerachtig was om de aanslag te voldoen, zond het Classicaal Bestuur de aanvrage niet door, zodat het beroepingswerk geen voortgang kon vinden.
Op die wijze werd practisch aan de ,,handopening" een voorwaarde verbonden, welke volkomen vreemd is aan de oorspronkelijke strekking.
Wij hebben dit altoos als een misbruik van recht gevoeld, waardoor de geestelijke belangen der gemeente werden benadeeld en ernstig geschaad.
Thans gaat artikel 15 nog verder op deze weg door de bepaling, dat de autorisatie (zeg toestemming voor het uitbrengen van beroep) door het breed moderamen der Classicale Vergadering gegeven wordt, o.a. als gebleken is, dat de gemeente heeft voldaan aan alle bij of krachtens ordinantie vastgestelde financiële verplichtingen

Hier wordt de beroeping van een predikant afhankelijk gemaakt van het voldoen aan verplichtingen, welke men zelfs niet kan overzien, laat staan in betekenis en strekking beoordelen.
Afgezien nog van de verplichtingen, die bij of krachtens de bekende ordinantiën kunnen worden'! opgelegd, wordt men ook gebonden aan de onbekende, welke er aan kunnen worden toegevoegd.
Wat blijft er over van de rechten der plaatselijke gemeente, waaronder toch in de allereerste plaats het recht van beroep valt, hetwelk zij als zodanig heeft en waaraan men geen perk kan en mag stellen, als zij althans bereid is behoorlijk te voorzien in het levensonderhoud van haar Dienaren des Woords, waartoe zij trouwens door de Heilige Schrift geroepen is.
De centralisering van het financieel beheer, welke in de betreffende ordinantiën onweersprekelijk aan de dag treedt, maakt dit bezwaar nog dringender en kan moeilijk worden vrijgepleit van een bron te zijn van ongerechtigheid.

Immers voor zover men de strekking der opgelegde geldelijke verplichtingen kan overzien, is er nog wel de vrijheid voor de plaatselijke gemeente om te overwegen of zij de bestemming der gelden en de wijze, waarop die worden besteed, kan goedkeuren en daarvoor mede verantwoordelijkheid kan dragen .— maar als zij een en ander niet kan en haar medewerking niet kan geven, kan zij haar standpunt slechts gestand doen tot de prijs van vacant te blijven.
En dat, ondanks het feit, dat de kerkegoederen rechtens alleen aan de plaatselijke gemeente toekomen en ondanks ook haar bereidheid om in het levensonderhoud van haar predikant behoorlijk te voorzien en bovendien haar deel bij te dragen tot de behartiging der geestelijke belangen, waartoe zij geroepen is.
Het is in dit verband, dat wij ook bezwaar hebben tegen de ontzegging van het kiesrecht aan lidmaten, die de kerkelijke lasten niet hebben voldaan. Dit is een vorm van tuchtoefening, welke niet minder bedenkelijk is en evenzeer aanleiding kan geven tot afkeurenswaardige practijken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 februari 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Uit ordinantie no. 3

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 februari 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's