De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

„Fundamenten en Perspectieven”

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

„Fundamenten en Perspectieven”

Jezus Christus, God met ons

5 minuten leestijd

„Nochtans heeft God, naar Zijn eeuwig voornemen. Zijn genadige bedoeling met deze wereld niet prijs gegeven. De belofte en het gebod, de wet en de profetie, aan Israël geschonken, heeft Hij, alle menselijke tegenstand ten spijt, in vervulling doen gaan. Want, waar geen mens gevonden werd, die gewillig en in staat was om in de lofprijzing en de dienst Gods zijn bestemming en leven te vinden, zond God in de volheid des tijds Zijn eigen Zoon.
   Jezus Christus is waarlijk God-met-ons. In Hem kwam God door een gans oorspronkelijke en vrijmachtige daad tot ons en werd zelf die mens, die aan zijn bedoeling beantwoordde en zijn raad op aarde vervulde.
   Jezus Christus is waarlijk God. In Hem is het Koningschap Gods midden onder ons. In Hem doet God de bevrijdende greep naar een schuldige en verloren wereld. Hij is de beslissende doorbraak van Gods Koninkrijk in de heerschappij van de overste dezer wereld, en alzo het voorteken en onderpand van de komende volmaakte verwerkelijking van dit Koninkrijk.
   Jezus Christus is de ware mens naar Gods beeld. Hij is geheel onzer één geworden opdat Hij als het nieuwe Hoofd der mensheid in onze plaats en te onzen behoeve de zonde zou dragen, en alzo voor al de Zijnen het heil en de vrede Gods zou verwerven.
   Jezus Christus is het vleesgeworden Woord, in wie de nieuwe vereniging van de heilige en genadige God met de schuldige mens zich voltrekt, in wie alleen en in wie geheel de verzoening der wereld met God geschiedt".
(Cursivering van ons. S.)

   „Art. 4 brengt een nieuwe formulering van vleeswording, twee-naturen leer en verzoening", zo schrijft het rapport der Vrijzinnige Studiecommissie blz. 20).
   Dat is ook zo, en dat ,,nieuwe" bedoelt kennelijk ook verbetering, althans verandering van het oude, en het is de vraag, of dit verbetering mag heten.
   Vooreerst de aanhaking aan het vorige artikel (zie toelichting blz. 43). Deze zegt, dat de komst van Christus en dus ook Zijn persoon, opkomt uit Gods heilsgeschiedenis, als Vervulling van Zijn bedoehng met Israël, als culminatie van Zijn reddend handelen. Men wil deze voorstelling rechtvaardigen met een verwijzing naar Jesaja 59 vs. 16, en vandaar: ,,alle menselijke tegenstand ten spijt". (Vgl. al. 1).

   Toch komt het ons voor, dat de apostel Paulus over het verband tussen de geschiedenis van Israël en de komst van de Christus nog een ander licht laat vallen. (Zie Gal. 3 VS. 19 V.V.). „Maar de Schrift heeft het alles onder de zonde besloten, opdat de belofte uit het geloof van Jezus Christus aan de gelovigen zou gegeven worden" (Gal. 3 vs. 22) en vers 24 : ,,Zo dan, de wet is onze tuchtmeester geweest tot Christus, opdat wij uit het geloof zouden gerechtvaardigd worden". De weg Gods met Israël wordt als een goddelijke leiding tot Christus voorgesteld.
   De apostel spreekt van een voogdijschap tot de tijd van de Vader tevoren gesteld, dit laatste met toepassing op de dienst der wet, totdat de volheid des tijds zou gekomen zijn. (Gal. 4 vs. 1 v.v.).
   De zinsnede : ,,Waar geen mens gevonden werd, die gewillig en in staat was om in de lofprijzing en de dienst Gods zijn bestemming en het leven te vinden", legt trouwens een ander accent dan Jesaja 59. Het hoofdstuk spreekt van overtredingen, van ongerechtigheden, van liegen tegen de Heere, van de waarheid, die struikelt op de straat, van de gerechtigheid, die van verre staat en dat er geen recht was. Dan komt de belofte, dat er een Verlosser tot Sion zal komen. (vs. 20).
Al te zeer blijft de blihjdenis van Gods gerechtigheid en toorn op de achtergrond in deze artikelen, terwijl het gevaar niet denkbeeldig is, dat de prediking'van een eenzijdige liefde een Godsvoorstelling wekt, welke, met eerbied gezegd, „zielig" aandoet. Zo komt ook de uitdrukking : ,,God doet een bevrijdende greep" niet overeen met de Majesteit Gods.

   Ook de volgende zinsnede : ,,In Hem kwam God door een gans oorspronkelijke en vrijmachtige daad tot ons en werd zelf die mens, die aan zijn bedoeling beantwoordde en zijn raad op aarde vervulde".
Hoe is het nu ? Is de mens op aarde een mislukking of een wederhorig schepsel ? Heeft God hem in Zijn vrijmacht anders bedoeld en heeft de mens die bedoeling Gods gedwarsboomd, zodat hij God in de grootste moeilijkheden heeft gebracht, ja, in verlegenheid ?
Of is die aardse mens eigenlijk niet de echte, naar Gods beeld geschapen mens ?
   Is Jezus Christus de eigenlijke, ware mens, de door God bedoelde, terwijl de aardse mens slechts een mislukte voorlopige mens zou zijn ?
Wij kunnen zo voortgaan met vragen, maar het heeft toch wel erg de schijn, alsof men zoiets op 't oog heeft met de woorden : „Hij werd zelf die mens, die aan Zijn bedoeling beantwoordde", enz.
   Indien dat zo is, willen wij er met alle nadruk op wijzen, dat de Heilige Schrift zeer duidelijk getuigt, dat de mensheid van Christus geen andere is dan die, welke wij allen uit onze eerste voorouders deelachtig zijn. Hij is aan ons gelijk geworden (uitgenomen de zonde), geworden uit een vrouw. Hij is geworden uit het zaad van David naar het vlees. De nadruk valt er op, dat God in Christus Jezus maar niet is mens geworden, maar dat Hij ónze menselijke natuur heeft aangenomen. (Vgl. Catech. vr. 16) ; Lucas 1 VS. 42 ; 2 VS. 6 en 7 ; Rom. 1 vs. 3 en 9 VS. 5 ; Phill. 2 VS. 9 ; Hebr. 2 vs. 14, 16, 17 en 4 VS. 15).
   Wellicht zal men ons verwijzen naar al.
   4 : „geheel onzer één geworden", maar dat neemt ons bezwaar niet weg, tegen de uitdrukking : „gans oorspronkelijke en vrijmachtige daad".
   Wat God doet is altijd oorspronkelijk en vrijmachtig, maar daarom zegt het te weinig aangaande de vleeswording des Woords. De aangehaalde tekst, Matth. 1 vs. 23, spreekt onder aanhaling van Jesaja 7 vs. 14 van de geboorte uit de maagd.
   Waarom laat men dit schuil gaan achter de uitdrukking „gans oorspronkelijke en vrijmachtige daad"?
   Deze en dergelijke zinswendingen en zwevende uitdrukkingen kunnen niet toevallig zijn, maar laten dan ook niet na telkens weer de indruk te wekken, dat de bedoelingen der opstellers — men spreekt telkens over de bedoelingen Gods — daaraan niet vreemd zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 februari 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

„Fundamenten en Perspectieven”

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 februari 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's