De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een Domine vertelt

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een Domine vertelt

XI. Ziekenhezoek

5 minuten leestijd

7. Verschillende gevallen

Met genoegen neem ik u in gedachten mee naar verschillende ziekbedden, al kan ik u niet beloven, dat het u mee zal vallen, tenminste wanneer gij uw verwachtingen té hoog hebt gespannen.
   De uitdrukking : „zielen winnen voor Koning Jezus" is heel mooi, maar het is zo goed voor ons, wanneer wij zelf ervaren hebben, dat Koning Jezus het zonder onze hulp ook vermag en ons dus niet nodig heeft.
   Stel u vooral niet voor, dat de zieken daar als het ware klaar liggen, om door ons te worden toegesproken, want dat is weer een overdreven voorstelling der dingen, die bijna nooit aan de werkelijkheid beantwoordt.
   Precies, zoals bij ieder mens .de een of andere trek bijzonder op de voorgrond treedt, is dat ook bij de zieke het geval.
   Vijandig is b.v. elk mens van nature ; maar deze geaardheid komt nog weer zo verschillend voor. Daar zijn mensen, bij wie de vijandschap zich direct openbaart bij het minste of geringste ; er zijn er ook, die ze onder een glimlachje weten te verbergen. Ja, het komt zelfs voor, dat men aan de hele vijandschap even twijfelen zou, zó voorkomend en kalm blijft die mens.
   Datzelfde verschijnsel zien wij dus ook bij kranken. Er liggen er neer in zulk een uitgesproken vijandschap, dat wij eigenlijk niet begrijpen, waarom wij nog werden toegelaten of ontboden. Daar zat dan zeker een famihelid of een buur achter. Had het aan de zieke gelegen, hij zou zeker niet om ons hebben gezonden. Zo hij groet, het is meestal met iets dreigends, iets wantrouwends in zijn blik. Hij schijnt bepaald te menen, dat wij hem voor onze rechtbank zullen gaan dagen en verwacht niet anderse dan dat wij een heel vragenlijstje zullen afwerken. Hij ligt er soms op te wachten.
   Maar zie! dat lijstje bestaat niet. De ambtsdrager denkt er niet over, om het op die wijze aan te pakken.
Hij vraagt eenvoudig vriendelijk en meelevend, hoe de zieke het maakt.
En nu komt het antwoord : „Slecht ! Vertel u mij eens, waarom moet ik hier liggen ? Waaraan heb ik dat verdiend ? Als ik nu oud was en afgeleefd ; maar de toekomst ligt nog vóór mij. Is dat een God van liefde, die zó doet ? Als ik er even bovenop ben, dan komt er weer wat. Ik had juist zo'n prachtige baan ; daar ligt alles nu weer !"
   Dergelijke dingen worden u voor de voeten geworpen op een wijze, alsof het uw schuld is. Men wil, dat gij dat eens even verklaren zult, wanneer gij in een God gelooft. Gij moet dat dan aan uw God maar oververtellen. Die zieke beschuldigt Hem en ook u, voor zover gij met een boodschap van die God tot hem komt.
   Ja zeker! hier is opstand; verbittering ; vijandschap.
   Hier kan alles maar niet even met een tekst worden glad gestreken.
   Wie zichzelf kent, weet, dat het mensenhart tot opstand tegen de Heere en Zijn wegen geneigd is. Ook in eigen hart heeft het dan wel gestormd en men zal zich over dergelijke uitingen slechts bedroeven, maar niet xvonderen kunnen.
   Nu is daar één ding, dat wij natuurlijk niet gaan doen en dat is : die zieke prijzen om zijn „eerlijkheid". Het zou zeer verkeerd en dwaas zijn, zo wij dat wél deden en tot hem zeiden: „Vriend, gij zijt tenminste eerlijk. Velen denken het, maar zeggen het niet". Dus omdat die denkers of zwijgers het nog erger maken, krijgen zij een prijsje, die er alles maar uitwerpen, wat het vijandige hart hun ingeeft ?
   Het zou wat moois worden, om een mens, die God beledigt, nog een pluimpje toe te geven.
   Bovendien : is dit eerlijkheid ? Die kranke zegt wel wat; maar niet alles. Hij verzwijgt zijn eigen schuld.
   Ik heb zulk een kranke wel eens geantwoord : dat doen wij, mensen, nu telkens weer : als wij gezond zijn en het gaat ons goed in de wereld, dan vragen wij niet naar het „waarom" ? Waarom gaat het mij goed en anderen slecht ! Dan schijnt dat vanzelf te spreken. Komt God ons echter tegen in het een of ander, dan voelen wij ons direct verongelijkt, alsof dat niet zo behoort.
   Moet God ons dan voorbijgaan met allerlei leed en er anderen mee bezoeken ?
   Draait dan alles ons ons ? Is God er om ons ? Of zijn wij er om Hem ?
   De zieke moet van ons horen, dat de vragen, die hem bezig houden, de dingen, die hem verbitteren, ons waarlijk niet onbekend zijn, maar ook eigen hart hebben beroerd. Dat zij ons tenslotte tot verbrijzeling brachten en wij leerden, ons aan de Heere over te geven, toen Hij ons deed voelen, wat grote Farizeërs, ja, wat grote egoïsten wij eigenlijk waren voor Zijn aangezicht. Dat Hij ons daarna vrede schonk in Christus Jezus en eenswillendheid met Hem.
   De kranke moet in elk geval niet menen, dat hij een eenling is, en dat christenen nog nooit met levensproblemen verlegen zaten, zoals de intellectuele wereld dat zo dikwijls van hen veronderstelt.
   Wil hij niet, dat gij met hem bidden zult, dring dat gebed dan ook verder niet op. Het gebed moet geen uitwendig zalfje worden ; maar laat hem over uw woorden nu maar nadenken, nadat gij hem op eigen zonde en schuld hebt gewezen. En dat vooral niet uit de hoogte. Misschien, wanneer gij hem vraagt of gij nog eens terug zult komen, dat hij het dan zelf goed vindt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 februari 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Een Domine vertelt

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 februari 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's