VOLKSDANSEN
U herinnert u wel, dat ik in een van de vorige nummers schreef over een oproep aan de jeugd van kerkelijk Wassenaar, om mee te doen aan de volksdansen. Ik vond die oproep in het Wassenaar's Kerkblad.
De heer W. v. W. maakt in die Kerkbode van 10 Febr. nogal enige aanmerkingen op mijn artikel. Ik schreef namelijk : „Vroeger vond men de advertenties voor dansgelegenheden in de linkse pers. Tegenwoordig zijn we zover weggezonken, dat men in de Kerkboden reeds opwekt om een volksdanscursus te volgen", enz.
De heer W. v. W., vraagt zich nu af, „hoe ds. Timmer er bij komt om n.a.v. een oproep voor een volksdanscursus te spreken over advertenties voor dansgelegenheden. Weet hij niet beter, of wil hij niet beter weten ? Zijn er inderdaad nog predikanten, die niet weten wat volksdansen is, of verdraait men hier rustig de waarheid, ondanks de „aantrekkelijke" naam van het weekblad ? "
U ziet wel, lezers, dat de verbolgenheid des heren W. v. W. bijzonder groot is. Hij beschuldigt mij van grote onkunde, ja, hij onderstelt zelfs, dat het mogelijk is dat de secretaris van de Gereformeerde Bond de waarheid verdraait en dat hij daarmee De Waarheidsvriend oneer aandoet.
Waarover is de heer W. v. W. toch zo verbolgen ? Is het, omdat ik het heb durven wagen om zijn oproep tot Christelijke volksdans een advertentie voor dansgelegenheid te noemen ? Och, ik begrijp het wel, die mijnheer W. v. W. is misschien bang, dat ik zijn Christelijke volksdans met een cabaret zal gaan vergelijken.
We laten de waarheidsvraag op dit punt verder maar rusten
In mijn artikel wees ik verder op de noodzakelijkheid om terug te keren naar de oude paden. Hierop ageert de heer W. v. W. als volgt :
,,Echter vraag ik mij af, hoe oud de paden precies moeten zijn, om voor de waarheidsvrienden prettig te zijn om er op te wandelen. Zo oud als Elia misschien, van wie geschreven staat dat hij danste voor de wagen van koning Achab, op weg naar Jizreël". Toen ik zover had gelezen, dacht ik bij mijzelf, dat men er David ook nog wel bij zou halen. En jawel hoor. Immers de heer W. v. W. vervolgt : ,,Of zo oud als koning David, die eens voor de ark danste ? Of nóg ouder, b.v. zo oud als Mirjam, die bij haar dansen zo vrolijk op de tamborijn wist te slaan ? Tegen dit geschrijf heb ik ernstige bezwaren. Hier komt het waarheidsvraagstuk wel terdege in het gedrang. Wat een droevige voorstelling geeft de schrijver, als hij van mening is, dat het van de ouderdom van de oude paden zal afhangen of de waarheidsvrienden er prettig op zullen wandelen. Als de schrijver zich enigszins bewust was geweest van de ernst, om een wandelaar te wezen op de smalle weg, die ten leven leidt, waarop de strijd moet worden gestreden tegen satan, wereld en eigen vlees, zou hij het niet gewaagd hebben om er zó klakkeloos over te schrijven. Alsof het dansen van David, Eha en Mirjam iets met zijn volksdansen te maken hebben.
David, Elia en Mirjam hebben immers ook gedanst. En nu mag dus de conclusie wezen, dat christelijke jongens en meisjes pok wel mogen deelnemen aan volksdansen.
O, welk een verkrachting van de waarheid. Ik kan het mij indenken, dat mannen als Elia en David in heihge verrukking daarhenen huppelden. Ook kan ik het begrijpen, dat na de wondervolle redding uit de hand der Egyptenaren de godvrezende Mirjam met de vrouwen der kinderen Israels uitgingen met trommelen en met reien om God te verheerlijken.
Maar, eilieve, wat heeft dat nu toch te maken met de volksdansen ?
Neen, mijnheer W. v. W., de door u genoemde voorbeelden uit de Heilige Schrift en de volksdansen van onze tijd liggen net zover van elkaar, als het Oosten van het Westen, tenzij men het waagt om te zeggen, wat een voorstander van de volksdansen tegen mij zeide, dat jongens en meisjes in de volksdansen hun blijdschap moesten openbaren over de zaligheid, die in de Heere Jezus is te vinden.
Op zulk een taal geven we geen antwoord. We blijven waarschuwen tegen de volksdansen om dezelfde rebenen, waarom al eeuwen lang de vaderen tegen dansen gewaarschuwd hebben, n.l. om de gevaren, welke daarin uit sexuëel oogpunt kunnen schuilen.
Laat jongens met elkaar dansen, of laat meisjes met elkaar dansen, en de lust begint al spoedig te ontbreken. Maar voor het dansen van jongens en meisjes is meestal grote animo. Maar hierin ligt nu juist het gevaar.
Als de kerk de dans als evangelisatiemiddel wil gaan gebruiken, bedenke ze wel, dat ze de wereld in de kerk haalt. En men houde er nu toch eindelijk eens mee op, om zich te beroepen op de mannen Gods, die in heilige Geestesverrukking op echt Oosterse wijze God hebben verheerlijkt, om daarmee de wereldse volksdansen van thans goed te praten.
TIMMER.
Waar het om gaat!
Wij knipten uit het Amsterdams Kerkbeurtenblad van 2 Febr. j.l. de volgende oproep in de rubriek „Hervormde Jeugdraad". Daaruit is te zien, wat er met onze jeugd gebeurt, wanneer wij haar aan Gemeente- Opbouw en de zogenaamde „Jonge Kerk" toevertrouwen.
Eenmaal brengt God alle goddeloosheden aan de dag, maar meestal licht Gods reeds hier in dit leven een tipje op van de blanke sluier, waarmee de Overste der wereld zijn zwarte practijken tracht te bedekken.
Ds. G. TAVERNE.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's