De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GEMEENTE-OPBOUW IN DE NED. HERV. KERK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GEMEENTE-OPBOUW IN DE NED. HERV. KERK

7 minuten leestijd

(Slot).

Ook moeten wij niet vergeten; dat aan de rand van de Kerk altijd woekert de ketterij, waartegen de Kerk zich heeft te weer te stellen. De Kerkgeschiedenis is één doorlopende strijd van de Kerk tegen de dwaalleer.
   Bolwerken moeten opgeworpen worden, handwijzers geplaatst om de gemeente te leiden in de waarachtige kennis des Heeren. De belijdenisgeschriften nu zijn de richtlijnen, de bolwerken, de handwijzers.
   De gemeente heeft recht op voorlichting naar het Woord des Heeren, de leidslieden hebben de roeping als wachters op Sions muren tegen opdringende geestelijke vijanden te waarschuwen.
   Zo wordt de Kerk genoopt over verschillende zaken een uitspraak te doen. Daarbij heeft de Kerk deze belofte van de Koning der Kerk : ,,De Geest zal u in alle waarheid leiden".
   Dr. Berkhof beschrijft in zijn boek ,,De Geschiedenis der Chr. Kerk" zo schoon, hoe de Geest door de chaos der dwaalleer en ketterij heen de Kerk steeds heeft teruggeleid naar het Woord Gods, in 't bijzonder naar de Romeinenbrief. Zo heeft de Geest de Kerk bewaard en is ze niet ondergegaan in de poel van ketterij, ongeloof en bijgeloof.
Zo zijn in de loop der eeuwen de belijdenisgeschriften vaak onder zware druk ontstaan, als getuigenissen der Kerk, als vertolkingen van de Waarheid Gods, door de verlichting van de Heilige Geest.
Niet alleen toen, maar ook nu moet die belijdenis functionneren. Er is een continuïteit door de eeuwen heen van geloof en belijden krachtens de stabiliteit van de Waarheid Gods.
   Het spijt ons dat de functie der belijdenis, de geestelijke grondslag der Kerk, blijkbaar geen plaats heeft kunnen vinden in het artikel van ds. De Jong.
   Dit alles betekent natuurlijk allerminst een gelijkstelling van de belijdenis met het Woord Gods en een ontwijking van theologische bezinning en theologisch gesprek. Dit gesprek zal ,, buitenkerkelijk" en ,,interkerkelijk" gevoerd moeten worden, ,,kerkelijk" is er alleen plaats voor gravamina, bezwaren tegen de kerkelijke leer, waarbij dan de belijdenis op bepaalde punten getoetst zal moeten worden aan het Woord Gods. Wordt het gesprek ,,kerkelijk" over de belijdenis gevoerd, dan is de belijdenis niet meer belijdenis, getuigenis van de Kerk, maar is ze geworden een onderwerp voor een theologisch dispuut, zoals er meer theologische onderwerpen zijn, maar dan komen we terecht in een kerkelijk individualisme Van de zuiverste soort, wat o.m. reeds blijkt in het artikel van ds. De Jong, waarin hij triniteit en twee-naturenleer als kerkelijke concepties opvat, „die verder verwijderd zijn van het geopenbaard geheimenis van de Christus, dan de woorden en begrippentaal van het in Israël gewortelde Nieuwe Testament", (blz. 306), Tegenover deze uitspraken worden gesteld zegswijzen van Kraemer als ,, de werkelijkheid Gods", ,,de wereld Gods, die in Jezus van Nazareth openbaar geworden is", ,,de wereld Gods, die in deze natuurlijke wereld belichaamd is in Jezus Christus, de gekruisigde Koning van het heelal". Op onze beurt kunnen wij nu weer — met dr. Lekkerkerker in de , ,,Geref. Kerk" - deze uitspraken moeilijk als Nieuwtestamentische taal beschouwen. In de grond van de zaak komt de gedragslijn o.i. hierop neer, dat uiteindelijk tóch een andere theologie onder de oude geschoven wordt, maar dan naar onze mening, in vergelijking met de oude, een verschraalde theologie.
   Het is begrijpelijk, dat degenen, die leven uit de rijkdom van de kerkelijke belijdenis, het z. g. n. Bijbelse realisme van Kragmer moesten weerstaan.
   Ds. de Jong schrijft over deze weerstanden. Aangaande de rechterzijde merkt hij op blz. 307 het volgende op : ,,Het dynamischschriftuurlijk appèl van Kraemer stootte enerzijds op een confessionele en gereformeerde practijk en levensstijl, waar nu eenmaal geen verwrikken meer aan mogelijk is, omdat de dressaten en de adat de levende religie er onder houden".
Het moet ons nu wel van het hart, dat het ons niet recht duidelijk is, hoe de schrijver, die voor het kerkelijk gesprek vraagt twee mijlen te gaan, over de confessionele en gereformeerde practijk en levensstijl niet anders dan op deze denigrerende wijze kan spreken. Tegelijk komt een ontstellend gebrek in inzicht en begrip voor deze belijdende groepen aan het licht.
Ik vermoed, dat dit misverstand juist te zoeken is in het feit, dat de functie der belijdenis geen plaats in het artikel heeft ontvangen. Had de schrijver daar wèl belangstelling voor gehad, dan had hij ongetwijfeld begrepen, dat de belijdenis der Kerk voor deze groepen geen adat; geen zinloos formalisme of gewoonte, maar juist rijkdom, richting en stuwende kracht voor het geestelijk leven betekent.
Het verzet van deze groepen tegen Krasmer's bijbels realisme komt juist uit de levende religie voort, een religie, die onmogelijk opruiming kan houden met sterk verminderde prijzen van datgene, wat ook nu nog als waardevol heilsgoed wordt beschouwd en beleefd.
   Het is juist de levende religie, die niet kan toelaten dat datgene gedevalueerd wordt, wat door Gods genade als hoogste waarde werd ontvangen.
   Dit is de ondergrond van de taaie weerstand.
   Het gaat hier niet om enige theologische opvattingen en beschouwingen, het gaat hier om de belijdenis der Kerk, die in de geschiedenis onzer Kerk onder Gods genade geweest is de drijvende kracht, die bij alle wijsgerige beïnvloeding en geestelijke verwarring de Hervormde Kerk voor geestelijke vervloeiïng tot een religieus genootschap heeft bewaard.
Ten aanzien van de ,,nieuwe ronde" van Gemeenteopbouw willen wij nog gaarne op­ merken, dat het z.g.n. kerkelijk gesprek bepaald wordt door de houding, die men aanneemt tegenover de Schrift. De Schriftbeschouwing van art. 2—5 onzer Nederl. Geloofsbelijdenis wordt volgens prof. J. N. Sevenster in 't boek „Nederlandse Geloofsbelijdenis", critisch beschouwd door vrijzinnige theologen (blz. 17), over de gehele linie van de Hervormde theologie niet meer gehandhaafd, ook niet door de Barthiaanse theologie. Dit betekent volgens hem het isolement van de Gereformeerde Schriftbeschouwing en tevens het isolement van de Gereformeerde belijdenis. Immers de handhaving van de belijdenis is afhankelijk van het standpunt, dat men aanneemt tegenover de Schrift. Wijkt men in gedachten over de fundamentele categorie van de belijdenis af, dan zal dat ook in de verdere uitwerking van de geloofsinhoud steeds te merken zijn.
Op blz. 311 roept ds. De Jong de Gereformeerde Bonders ter verantwoording en vraagt: ,,Waarom zijn er geen Gereformeerde Bonders, die directeur of medewerker zijn van het Sociologisch Instituut, die er als Wika en sociaal werker de voorposten betrekken ? De belijdenisgeschriften verbieden dat toch niet ? Waarom moeten het nu juist socialisten en vrijzinnigen zijn — als Banning en Kruyt — die het industrialisatieproces bestuderen, dat zo straks zwaar orthodoxe gemeenten zal ondermijnen of doen exploderen, ongeacht de uitverkiezingsleer, die men huldigt ? "
   Op deze vraag antwoorden wij het volgende : Wij hebben geen enkel bezwaar tegen steigerwerk aan een vervallen bouwwerk, ook ten onzent kennen wij dit : Bond voor Inwendige Zending, maar voor ons. blijft de grondslag van een gebouw belangrijker dan het steigerwerk. De grondslag van onze Kerk in, verval bleef in alle eeuwen dezelfde en krachtens deze grondslag bleven de Gereformeerde belijders onder Gods genade trouw aan de Kerk en gingen niet mee met afscheiding en doleantie. Ze hebben in het geloof geleefd uit die grondslag en hebben in prediking en getuigenis dit geloofsleven beleden, in verschillende tijden en onder verschillende economische omstandigheden, immers het door de wedergeboorte des Geestes bewerkte geloofsleven is een boventijdelijk ingrijpen Gods, verheven boven eeuw, geslacht en economische structuur. Daarom zijn wij van mening, dat de vloedgolf van deze tijd beter weerstaan kan worden door de kracht van dit belijdend beginsel, dan door welk ander steigerwerk ook.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

GEMEENTE-OPBOUW IN DE NED. HERV. KERK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's