Het kerkelijk accoord te Harderwijk
In het Herv. Weekblad „De Gereformeerde Kerk" van 18 Jan. j.l. verscheen een artikel van ds. Te Winkel, onder het opschrift : ,,Een wijs besluit ? ", overgenomen uit het Groninger Kerkblad.
Hierin brengt de schrijver het richtingsvraagstuk onzer Kerk ter sprake, dat schreeuwt om een oplossing.
In dit verband gaat ds. Te Winkel vrij uitvoerig in op de oplossing Kerk en Evangelisatie te Harderwijk.
De geachte schrijver wil ons, plaatselijke predikanten, wel ten goede houden, dat wij op zijn artikel reageren, voorzover het betreft zijn visie op de oplossing te Harderwijk.
Wij achten ds. Te Winkel volkomen te goeder trouw, gelet o.m. op de sympathieke toon, doch wij moesten tot onze spijt constateren dat hij niet goed ingelicht is.
De voorstelhng van zaken in zijn artikel is volkomen onjuist, vandaar dat deze tot verkeerde conclusies moest leiden.
Eerst willen wij wijzen op de voornaamste onjuistheden in dit schrijven :
1. Nooit is er ook maar één poging van de zijde der Evangelisatie gedaan, de kerkeraad te bewegen voor deze groep een buitengewone predikantsplaats te stichten. Wel heeft de commissie van de Synode een poging in deze richting gedaan, maar dit was nadat beide partijen reeds tot een kerkelijk accoord gekomen waren.
2. Niet de Evangelisatie, maar de kerkeraad heeft zich tot de Synode gewend, met het verzoek de in Harderwijk gevonden oplossing practisch mogelijk te maken.
3. Weliswaar is de oplossing gebaseerd op een minimumverantwoordelijkheid voor de kerkeraad (aangezien anders de besprekingen zeker weer vast gelopen zouden zijn), maar het is onjuist te zeggen, dat de kerkeraad er eigenlijk geheel buiten blijft staan.
a. Het accoord Kerkeraad-Evangelisatie is en blijft primair en dus niet de overeenkomst Synode—Evangelisatie. b. Bij de bevestiging van ds. G. Snijders als predikant in algemene dienst en bij de bevestiging der beide ouderlingen, was een afvaardiging van de kerkeraad tegenwoordig, terwijl één der broeders namens de kerkeraad 't woord heeft gevoerd.
4. Het accoord berust niet, zoals ds. Te Winkel zegt, op een mondelinge afspraak. Er is een schriftelijke overeenkomst door één der plaatselijke predikanten ontworpen, na langdurige bespreking goedgekeurd en in een speciale zitting van een kerkeraadscommissie en het Evangelisatie-bestuur ondertekend. Deze overeenkomst blijft drie jaar van kracht, waarna, volgens de overeenkomst, de zaak opnieuw moet worden bezien
5. De suggestie is dus geheel onjuist, dat de Synode van boven af heeft ingegrepen. Eén der commissieleden van de Synode heeft nadrukkelijk verklaard, dat de Synode geen parachutisten neerlaat achter de hnie. De Synode heeft hier slechts een bemiddelende taak gehad.
6. Eveneens is de conclusie verkeerd, dat de kerkeraad de pastorale zorg van een deel der gemeente op deze wijze opgeeft. De werkelijkheid is, dat, vanwege de breuk (de Evangelisatie had reeds een eigen predikant en een bestuur, dat deed wat des kerkeraads is) de kerkeraad zijn zorg niet meer over dat gedeelte kon uitstrekken.
Thans heeft de Evangelisatie ook ouderlingen. In groot verband gezien, hebben dus de ouderlingen der Kerk en Evangelisatie ieder hun taak op een door onderling overleg afgebakend terrein, samen omvattende het geheel der kerkelijke gemeente.
7. Dat de Synode, door de zaak Harderwijk, haar wil aan de plaatselijke gemeente zou kunnen opleggen, ontgaat ons geheel. In deze en dergelijke zaken kan de Synode alleen iets doen, wanneer door betrokken partijen haar hulp wordt ingeroepen.
Niemand heeft trouwens bij de samenspreking met de Synodale Commisie het gevoel gehad, onder de druk van de Synode te staan.
Dat ds. Te Winkel deze oplossing niet kan toejuichen, begrijpen wij. Dat zal wel niemand kunnen. Ook wij hebben geen ogenblik gedacht, dat die de oplossing zou zijn van het kerkelijk vraagstuk. Maar wèl is het onze overtuiging, dat deze „oplossing", na de jarenlange onverkwikkelijke en uitzichtsloze richtingsstrijd, vooral in deze overgangstijd, op het kerkelijk erf goed zou kunnen werken.
Wij persoonlijk juichen het dan ook toe, dat de overgangsbepalingen van de Nieuwe Kerkorde inj dit opzicht de nodige armslag laten.
Wij zijn het van harte eens met ds. Te Winkel, dat de richtingsstrijd principieel overwonnen moet worden, en hopen dat, onder leiding van 's Heeren Geest, de Nieuwe Kerkorde uiteindelijk onze Hervormde Kerk zal opheffen uit haar verbrokenheid op het fundament der Apostelen en Profeten.
Het is echter onze overtuiging, dat dit nog een moeizame tocht zal zijn, waarbij wij de stok en de staf niet kunnen ontberen om het schone doel te bereiken.
Ds. C. VAN DEN BOOGERT. Ds. J. W. DE BRUIJN.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's