De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

„Fundamenten en Perspectieven”

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

„Fundamenten en Perspectieven”

7 minuten leestijd

Artikel 6.
Jezus Christus, de profeet.

„Jezus Christus predikt als profeet in zijn woorden en tekenen het Koninkrijk, dat in zijn persoon en werk in de overwinning op de satan en in de vergeving der zonden nabij gekomen is.
   Hij is geen leraar van waarheden, die ook buiten Hem om zouden gelden, maar Hij spreekt de waarheid uit, die Hij zelf is. Hij doet dit in zijn woorden, waarin Hij Gods genadeheerschappij over ons leven uitroept en ons dwingt tot de keuze voor of tegen Hem. Hjj bezegelt dit door zijn wonderen, die tekenen zijn van de reddende en herscheppende werkelijkheid van het Koninkrijk".

Evenals in het vorige artikel, wordt het profeetschap van de Heere Jezus Christus geheel en al betrokken op de Man van Nazareth.
   Nu is het wel zo, dat wij voorzichtig te werk moeten gaan met de onderscheiding van wat wij van de Heere Jezus Christus belijden naar Zijn Godheid en naar Zijn mensheid, omdat het alles de éne Persoon van Chris­tus betreft. Immers Jezus van Nazareth is de eeuwige Zoon van God, in enigheid van één Persoon verenigd. Vóórdat Hij geopenbaard werd in het vlees als de Middelaar Gods en der mensen, was Hij toch ook reeds de Middelaar. Hij is niet eerst de Profeet geworden in Zijn vleeswording, of laat mij zeggen bij Zijn Doop door Johannes de Dooper. Neen, toen werd Hij als de Middelaar, als de Messias geopenbaard, of, om 't zo te mogen uitdrukken, voorgesteld aan de mensen. God verklaart uitdrukkelijk, dat Hij'Zijn geliefde Zoon is. (Matth. 3 vs. 17).
Doch Hij was er reeds vóór Zijn vleeswording, gelijk ook Johannes betuigt: „Dezelve is het, die na mij komt, welke vóór mij geworden is, Wien ik niet waardig ben dat ik Zijn schoenriem zou ontbinden. (Joh. 1 vs. 27), .

Door nu dat Profeet-zijn des Heeren zo eenzijdig te betrekken op de openbaring van Christus in het vlees, waardoor deze tot de enige Godsopenbaring wordt gemaakt, wordt men voor de vraag gesteld, vanwaar dan de profetie van het Oude Verbond ?
   Is daar een andere Profeet geweest ? Heeft God zonder tussenkomst van de Middelaar gesproken, dewijl nochtans Christus het Woord wordt genoemd ? (Vgl. Joh. 1 vs. 1 —H).
   Hij, die het Woord wordt genoemd, dat bij God was en God was, wordt niet zonder goede grond de hoogste Profeet en Leraar genoemd. (Catechismus vr. 31). Hij is niet alleen de Profeet Gods in Zijn vleeswording, maar Hij is ook de Leraar der oude profeten en van de gemeente des Ouden Verbonds. Immers getuigt Hij ook zelf : „Eer Abraham was, ben Ik"

   Een vreemde zinsnede is de volgende : „Hij is geen leraar van waarheden, die ook buiten Hem zouden gelden, maar Hij spreekt de Waarheid uit, die Hij zelf is".
   Wij weten, dat Christus zelf zegt: ,,Ik ben de Waarheid en de Weg en het Leven". (Joh. 14 VS. 6). Ook zegt Hij : „Ik ben het Licht der wereld". (Joh. 8 vs. 12). Nochtans spreekt Hij zich in Johannes 5 vs. 30—32 als volgt uit: ,, Gelijk Ik hoor, oordeel Ik.....  Indien Ik van Mijzelven getuig. Mijn getuigenis is niet waarachtig. Er is een ander, die van Mij getuigt, en Ik weet dat de getuigenis, welke Hij van Mij getuigt, waarachtig is".
   Dat khnkt nog wel wat anders dan : Hij spreekt de Waarheid uit, die Hij zelf is.
   Ook zegt Hij, dat Johannes van de Waarheid getuigenis heeft gegeven. Hij voegt er echter aan toe, dat Hij geen getuigenis van mensen aanneemt (vs. 34), d.w.z.. dat Hij aan het getuigenis van een mens niet ontleent, daarvan niet afhankelijk is, daarin Zijn bron niet heeft, maar Hij beroept zich op de Vader, die van Hem getuigt. De werken, die Hij doet, getuigen, dat de Vader Hem gezonden heeft.

   Daarmede is niet in strijd, als Hij in Joh. 8:12 v.v. zegt: „Hoewel Ik van Mijzelf getuig, zo is Mijn getuigenis waarachtig". Hij spreekt tot de wereld de dingen, die Hij van de Vader gehoord heeft (vs. 26). Ik ben niet alleen, maar Ik en de Vader, die Mij gezonden heeft. In Joh. 17 getuigt Hij : „Ik en de Vader zijn één". (Joh. 10 vs. 30).
   Gelijk Hij tegelijkertijd Zijn Persoon en de Persoon des Vaders onderscheidt en van Zijn eenheid met de Vader getuigt, onderscheidt Hij ook het getuigenis van de Vader en Zijn eigen getuigenis, dat Hij van de Vader geleerd heeft, terwijl Hij toch zegt: ,,Ik ben de Waarheid en Ik ben het Licnt der wereld".
   Als Hij dan zegt: „Ik ben de Waarheid", beroept Hij zich daarin op Zijn één-zijn met de Vader. Als Christus spreekt, spreekt Hij niet alleen uit de Waarheid Gods, maar de Waarheid Gods spreekt zelf haar levend woord.

   „Hij is geen leraar van waarheden, die ook buiten Hem om zouden gelden", zegt het artikel.
   Als men daarmede bedoelt te zeggen, dat men slechts in gemeenschap met Christus, en niet buiten Hem om, maar door Zijn Geest de Waarheid kan verstaan, die vrij maakt, is dat waarheid.
   Nochtans is deze wijze van zeggen : ,,die ook buiten Hem om zouden gelden", op zijn minst onduidelijk.
   Wat zou men nu moeten verstaan onder waarheden, die buiten Christus om zouden gelden ? Dat zouden dus waarheden zijn, die uit een andere bron dan Christus zijn geput. Mogelijk bedoelt men daarmede af te wijzen waarheden of z.g.n. waarheden, die de mensen uit zich zelf of uit de ervaring menen te putten.
   Eensdeels is dat Bijbels, want de Schrift zegt: dat alle mens leugenachtig is.
   Wat hij uit zich zelf put of zou putten, moet dus leugenachtig zijn, en de ervaring leert, dat er altijd weer ,,waarheden" worden geleerd, die blijken vergissingen te zijn. En als het de dingen van het Koninkrijk Gods betreft, zijn wij, mensen, uit onszelf blinder dan de mollen.
   Dat kan alles alleen maar betekenen, dat de Waarheid in ons niet is. En als de Waarheid in ons niet is, kunnen wij ook niet uit de Waarheid spreken.
   In dat licht kan het duidelijk zijn, dat alle waarheid in de wereld uit Hem is, die zegt: ,,Ik ben de Waarheid". En als iemand van Hem getuigt, zoals Johannes de Dooper b.v., dan gaat dit getuigenis niet buiten Christus om, want Christus heeft betuigd, dat zijn getuigenis getuigenis der Waarheid is.
   Dank zij de werking van de Heilige Geest, kan een mens dus getuigenis der Waarheid geven. Alle getuigenis der Waarheid in deze wereld gaat dus terug op de Heilige Geest en daarom op de Christus.
Maar als Christus nu spreekt : „Ik heb hun Uw Woord gegeven" (Joh. 17 vs. 14), dan is dat Woord Waarheid Gods in de gestalte van een mensenwoord, welke Christus daaraan geeft. Het drukt alzo een goddelijke Waarheid uit.
   Men kan nu zeggen, dat het als zodanig niet wordt verstaan dan door de Geest van Christus. Dat is ook zo.
   Maar men kan toch niet ontkennen, dat het ook tegenover de niet-gelovige Waarheid blijft en zich op Gods tijd aan hem zodanig zal bewijzen.
   Het eenzijdig aspect, waaronder dit artikel de Waarheid wil stellen, blijkt ook uit het woord : genadeheerschappij. Dit wreekt zich in dezelfde zinsnede reeds. Let op de keuze voor of tegen Hem. Gaat Gods heerschappij ook niet over degenen, die Zijn Woord verwerpen ? (Vgl. Lukas 10 vs. 1—20).
   Op geen enkel terrein trouwens kunnen waarheden, die werkelijk waarheden zijn, worden gevonden, die buiten Christus omgaan, omdat Hij onze Schepper is, die aan alle dingen gestalte heeft gegeven.
   Men vecht hier dus tegen windmolens, óf men bedoelt nog wat anders.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

„Fundamenten en Perspectieven”

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's