MOETEN INDERDAAD ALLE MUREN DES AESCHEIDSELS GESLECHT WORDEN?
Voor mij ligt een schrijven van een journalist uit 's Gravenhage, die in dat schrijven critiek uitoefent op hetgeen ik destijds schreef, dat ik zo gaarne met het synodale jeugdwerk zou meedoen, maar dat het mij onmogelijk was, omdat op dat terrein in onze kerk orthodoxen en vrijzinnigen broederlijk met elkander samenwerken.
En dan schrijft hij onder meer ook dit : Is er mooier samenwerking mogelijk dan broederlijke samenwerking met andersdenkenden ? Zou de wereld niet gered zijn van haar angstpsychose, als alle andersdenkenden op ieder gebied broederlijk samenwerkten ?
Verder volgt een korte beschrijving van de nachtelijke Kerstdienst, die in de Grote Kerk van Den Haag door ds. Aalders werd geleid. De schrijver is er nog van onder de indruk. Hij stelt de mogelijkheid, dat ds. Aalders eens ziek was geworden en dat een man als ds. Talsma de kansel had beklommen. Dan zouden stellig negen van de tien jongeren er geen snars van begrepen hebben, volgens deze journalist.
Op de 2e Kerstdag was de schrijver diep ontroerd onder de prediking van prof. dr. Banning, in de dienst der vrijzinnigen in de Houtrustkerk te Den Haag. Prof. Banning sprak toen over Efeze 2 vs. 14 : „want Hij is onze vrede, die deze beide één gemaakt heeft en de middelmuur des afscheidsels gebroken hebbende", enz.|
Nu is de conclusie van de schrijver deze, dat de mannen van de Gereformeerde Bond die middelmuur krampachtig in stand willen houden.
„Op broederlijke samenwerking komt het aan. En op het slechten van de muur des afscheidsels".
Ziedaar de critiek van een journalist uit de Residentiestad op onze houding in het kerkelijk leven.
Indien zulk een schrijven een unicum was, zouden we het gemakkelijk naast ons neer kunnen leggen, maar nu we meer dergelijke epistels ontvangen, willen we er voor een keer wel eens een antwoord op geven.
De zaak van de samenwerking ligt de schrijver veel hoger dan het waarheidsvraagstuk. In die kringen schermt men gaarne met 1 Cor 12 : „Want gelijk het lichaam één is en vele leden heeft, en alle de leden van dit éne lichaam, véle zijnde, maar één lichaam zijn, alzo ook Christus".
De toepassing is dan duidelijk. Er zijn in onze kerk links vrijzinnigen, rechts vrijzinnigen, ethischen, Barthianen, Confessionelen en Gereformeerde Bonders. Maar ziet, nu moeten al die groepen zich leden van hetzelfde lichaam, Christus Jezus, gevoelen.
En men haalt er menigmaal ook de bede uit het Hogepriesterlijk gebed nog bij aan : „En ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor degenen, die door hun woord in Mij geloven zullen, opdat zij allen één zijn, geIjjkerwijs Gij, Vader in mij, en ik in U, dat ook zij in ons één zijn". (loh. 17 vs. 20 en 21 m).
Volgens mijn bescheiden mening zijn dergelijke aanhalingen allerminst op zijn plaats. De Heilige Schrift wekt inderdaad op tot eenheid, maar dan ook alleen tot die eenheid, die wortelt in het waarachtig geloof, •dat naar de Heilige Schrift en de werking van de Heilige Geest is.
Er is verscheidenheid van gaven en talenten. Lucas is weer anders dan Marcus, en Johannes verschilt weer heel wat van Petrus. Dat moet inderdaad erkend worden. En toch mogen die verschillen de eenheid geen ogenblik bedreigen. Dat behoeft ook niet. Deze jongeren waren het immers allen roerend eens over de heilsfeiten. Over de maagdelijke geboorte, over het lijden en sterven van Christus was immers geen verschil. Aan opstanding en hemelvaart werd niet getwijfeld. Al deze Godsmannen waren één in de leer, die naar de godzaligheid is. Verschil in karakter of aanleg mag die eenheid dan ook geen ogenblik bedreigen.
Maar ziet, wat men er in de twintigste eeuw van maken durft. Men vindt de eenheid zelfs niet meer terug in de Apostolische geloofsbelijdenis. En waar men zegt aan het Apostolicum te willen vasthouden, geeft ieder van elk dezer artikelen zijn eigen uitlegging. De een lochent de opstanding, de ander wil van de maagdelijke geboorte niet weten ; een derde spot met de bloedtheologie van het borgtochtelijk lijden ; een vierde ontkent de wederopstanding des vleses, enz. enz.
En nadat aldus allerlei ketterijen worden verkondigd en geleerd, waardoor het lichaam van Christus wordt verscheurd, komt men toch weer aandragen met de schone teksten over de eenheid van het ware volk Gods en past deze teksten toe op dat samenstel van richtingen in de Hervormde Kerk.
Men moet op zulk een manier de Schrift maar durven toepassen !
Het woord ,,ketterij" moet dan maar uit het kerkelijk woordenboek worden geschrapt. Door het woord ketterij te bezigen, worden immers maar muren van afscheiding opgetrokken.
Neen, lezers, zulk een eenheid wil de Heilige Schrift niet.
De heilige apostel Paulus is maar niet in één schuitje gaan zitten met de valse leraars van zijn tijd. Hij heeft ze ernstig vermaand en gewaarschuwd en heeft uiteindelijk ook met hen durven breken.
Tegen zulk een valse eenheid moet dan ook ten zeerste worden getuigd.
Misschien zal de schrijver ook nog wel mijn mening willen vernemen over die kerkdienst in de Kerstnacht, waar — 2000 mensen bij elkaar waren.
In de eerste plaats geeft het toch wel wat te denken, dat vele kerken ook des morgens op de laatste Kerstdag slecht bezet waren. De opkomsten in de avonddiensten in de grote steden waren bedroevend.
Het is het sensationele van een nachtelijke kerkdienst, wat misschien voor een keer wat mensen trekt. Op zichzelf noem ik het een bedenkelijk verschijnsel.
En wat al meer gebeurd is, herhaalt zich opnieuw in deze critiek van een Haags journalist, dat eigenlijk de mannen van de Gereformeerde Bond de gave niet schijnen te bezitten om begrijpelijke dingen te boodschappen. Die gave schijnt alleen geschonken te zijn aan niet-gereformeerde predikanten.
Althans volgens deze briefschrijver. Dit is een grove miskenning van het feit, dat duizenden jonge mensen door de gereformeerde prediking worden getrokken, zowel in de Hervormde als in de gescheiden kerken van gereformeerde belijdenis.
Nog één antwoord ben ik dè schrijver verschuldigd.
Hij vraagt mij : „Dominé, waarom het niet eerlijk bekend, dat u en de uwen zich inderdaad bewust isoleren"
Die bekentenis kost mij niet de minste moeite. Ik wil die in het openbaar gaarne afleggen, maar vergeet niet, dat wij dit niet bewust behoeven te zoeken, daar wij veelal in de hoek van het isolement gedreven worden. Het gaat om de Waarheid Gods, die niet mag worden verdoezeld. Geen eenheid ten koste van de Waarheid. Om des gewetens wil kunnen en mogen we niet anders.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's