De Puritein van de Hertenpolder
FEUILLETON
door Jac. Overeem
De toeëigening van Christus' bloed en Geest tot wegneming van de schuld en smet der zonde, zijn twee genadeweldaden, waarvan de doop een teken en zegel is.
Elk kind, dat de doop ontvangen heeft, houdt de gedurige vermaning in 't leven bij, van de zonde af te laten en voor God te wandelen, want het is een altijd blijvende herinnering aan het Goddelijk Verbond.
Aldert richt zich op en zegt : Wat denk je, boer, zal ik dus die vrouw helpen, als ze in nood is ?
— Zolang zie in nood is, hel|p je heur, Aldert. Da kumt altiet trug.
Hij staat op. De vriendschap is gegroeid, en dit niet in lang gevoerde gesprekken, maar in het schouwen, elk in het bijzonder, van de dingen die er in het leven zijn.
Het vertrouwde leven en de goede kameraadschap gedijen in niet veel woorden, maar in daden, die gedaan worden. Daden, die kleur geven en zon in het leven.
Aldert wandelt de laan uit en kijkt over de velden langs de sloten.
De boer van „Amazone" heeft 't aardig overlegen, zo in de taal van Aldert. Hij hooit al zijn gras, dat om de woning ligt en de vijf bunder heeft hij voor al het vee bestemd.
Het land van Gieson is in goede handen gekomen. En wat het met Gieson worden zal ? De ziekte heeft hem fel aangegrepen. Zoals de vrouw zei, was het niet zo mooi. Zij is de harde hand gewend en kan die 't moeilijkst missen. Zij wanhoopt aan het leven.
— Aldert, help mij er door, heeft ze gezegd.
Als hij over de polderweg gaat, wacht zij hem op.
— Wat heeft de boer gezegd ? vraagt ze.
— Ik help je, vrouw. Heb geen nood ! Ze haalt haar schort omhoog en loopt naar de woning.
Aldert vertelt z'n Moeder de belevenissen van de dag.
XIX. EEN TAAK IN DE KERK.
Dominé Greenveld is op stap naar een geschikte ouderling. Bakker Van Vliet heeft wegens vertrek naar Lunaoord bedankt.
Nu is het hem bekend, dat de mensen van Ringelberge het ambt van ouderling en diaken als een erepositie beschouwen. Zodat de keuze van een zodanig man bijna altijd met een goede uitslag bekroond wordt, tenminste wat zijn aannemen betreft.
Maar het gaat niet om een erepositie voor deze of gene, maar om een man, die God vreest en die komen zal met een volvaardig gemoed. Die in de practijk reeds bewees iets van dit christelijk leven te kennen.
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 maart 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 maart 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's