EEN DOMINE VERTELT
XI. Ziekenbezoek
9. „VELE LAATSTEN DE EERSTEN".
Eens werd ik geroepen, om bij 'n zieke vrouw te komen. Het was de vrouw van de man, die mij eens terecht had willen zetten, door mij aan de tand te voelen over mijn roeping.
De vrouw lag op het uiterste. Ik had niet kunnen denken, onder die omstandigheden zijn dorpel nog weer te zullen overschrijden.
De medicus had wel alle bezoek verboden, maar ook aan 't medicinale verbod zijn grenzen. Deze vrouw was altijd heel stil geweest. Zij had zich nooit.ingelaten met de twistgesprekken van haar man, die altijd hoog over haar heen had gezien. In geestelijke aangelegenheden telde zij eigenlijk bij hem niet mee. Uit niets was mij ooit gebleken, dat de vrouw tegen haar terugzetting in opstand kwam.
Wat zou het dan nu wezen? Haar man was onder een hoedje nu te vangen en verbood mij niet, de alkoof binnen te treden.
Slechts heel kort sprak ik met haar, doch welk een blijde verrassing! Toen ik aanroerde, dat zij hier zo afgezonderd en eenzaam lag, zei zij heel zacht, met stralende blik : „Eenzaam, maar met God gemeenzaam". Zij gaf een heerlijk getuigenis.
De Heere herstelde haar en daarna bleek nog schoner Gods heerlijk liefdewerk aan haar. Een stille in den lande was hier van mensen veracht geweest, maar niet van God. En wanneer zij nu sprak van de grote daden Gods, had haar man niets, niets te zeggen. Hij stond er eigenlijk zo echt spijtig bij. Kon haar staat niet meer betwijfelen, want hij zelf had de bewijzen gehoord en gezien.
En nu hij niet meer critiseren kon, zweeg hij dan maar geheel. Ik had het gevoel of hij zich wat schaamde in mijn tegenwoordigheid. Zó onbeholpen gedroeg hij zich nooit.
Ik dacht in stilte : „Vele laatsten zullen de eersten zijn". Zelfs de duivel moet tenslotte verlegen worden onder de volle Waarheid Gods. Gods rust maakt satan zenuwachtig.
Eerst was zij toch zo stil geweest. Zij had alleen geluisterd. Nu Christus hare ziel geneest. Heeft zij iets schoons gefluisterd.
Al lag zij neer geheel alleen ; Zo afgezonderd, eenzaam. Met d' ogen naar de bergen heen. Sprak zij : „Met God gemeenzaam".
Eerst was zij toch zo stil geweest ; Haar man was aan de rede ; Nu hij in alle talen zweeg. Schonk God aan haar Zijn vrede,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's