De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HET GEZAG DER SYNODE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HET GEZAG DER SYNODE

5 minuten leestijd

   De eenheid der Gereformeerde Gezindheid niet verbroken door de verscheuring van het Hervormd Kerkgenootschap.
   Dr. Woelderink wijst met instemming op deze stelling van Groen van Prinsterer. (De gereformeerde gezindte, blz. 11).
   Hiermede onderstreept dr. W. een verschil tussen kerk en kerkvorm, dat nog al van betekenis is voor de waardering van het gezag der Synode en de binding aan haar verordeningen.
   Doch eerst de onderscheiding zelf. Ook bij de gescheiden kerken hebben wij kunnen aantreffen, dat men onderscheid maakte tussen genootschap en kerk.
   Calvijn deed dit trouwens ook. Als hij zegt, dat God ook onder het pausdom Zijn Kerk in stand heeft gehouden, ligt aan deze stelling dezelfde onderscheiding ten grondslag tussen Kerk en instituut.
   Herhaaldelijk hebben wij ook zelf geprotesteerd tegen de vereenzelviging van de Synode of haar leiding en de Kerk. Wij erkennen derhalve de door Groen aangegeven onderscheiding volmondig. Allen, die de Gereformeerde belijdenis liefhebben, vormen tezamen de Gereformeerde Gezindheid of de Gereformeerde Kerk, afgezien van en ongerekend de kerkformatie, waaronder zij zich scharen.
   Wij zijn het ook eens met dr. W. als hij er op wijst, dat bij velen de kerkformatie boven de belijdenis gaat. (Blz. 19 v.v.).
   Het schijnt intussen, dat sommigen ook in Hervormde kringen in zoverre niet aan dit euvel lijden, dat zij gemakkelijk bij een andere gereformeerde kerkformatie kerken, als de Hervormde Kerk de begeerde prediking niet biedt.
   Doch wij zouden het hebben over Groen's stelling.
   Indien het op de gereformeerde belijdenis aankomt om de Gereformeerde Gezindheid te vinden ook al vergadert deze in verschillende kerkformaties, wordt de kerkformatie van bijkomstig belang. „De vorm hebben mensen in een bepaalde tijd gegeven", zo merkt dr. W. op (blz. 20), maar het werk van den Christus, de toevergadering door Zijn Woord en Geest, blijft.
   Wij spreken het niet tegen, maar de ambten dan, het ouderlingschap (ook de ouderling, die in het Woord arbeidt) en het diakenschap ? De plaatselijke gemeente ? Dat alles heeft toch een Schriftuurlijke grond.
   Over de vorm gesproken willen wij toch de plaatselijke gemeente en de kerkeraad niet zo bijkomstig achten. Dat zal dr. W. ook niet bedoelen. Hij bedoelt de kerkformatie als geheel : de structuur van de Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken, enz.
   Ondanks de beweringen van die het anders willen, houden wij zelfs vol, dat het Nieuwe Testament geen landskerken kent.
   Wij houden ons overtuigd, dat hij, die opkomt voor de plaatselijke kerk als zelfstandige open­ baring van het lichaam van Christus, de Schrift achter zich heeft.
   Daarom is het standpunt van Voetius, die de meerdere vergadering ook enigermate de kerkeraad van de kerk in een streek of provincie noemde, niet zonder bedenking.
   Er moge een waarheid in schuilen, het wordt bepaald een gevaar, als de meerdere vergadering dit standpunt eenzijdig gaat doorvoeren. Op die wijze kan men beweren, dat de Generale Synode de kerkeraad van de Hervormde Kerk is. Zij, die hoogkerkelijk aangelegd zijn, lopen zelfs gevaar deze stelling aan te grijpen om een regering der kerk in het leven te roepen, die met de vrijheid van een Christenmens en de rechten der plaatselijke kerk in flagrante strijd komt.
   De classis is in de eerste plaats een vergadering van plaatselijke kerken. Deze vaardigen af en laten haar woord in de classis gelden. Vandaar het mandaat.
   Het is een verkeerde weg, als men de gedelegeerden der kerken zonder mandaat laat gaan. Zij komen allereerst ter vergadering om hun kerk te vertegenwoordigen en het woord van hun kerk te spreken.
   Er kunnen zaken te berde komen, waarin zij hun eigen woord spreken. Dat ligt voor de hand, maar de ervaring leert, dat men dit niet voor de normale weg moet gaan houden.
   Zo ook dient de afgevaardigde ter Synode de stem van de Classicale kerk-vergadering te doen horen en te verdedigen. Zo niet, met welk recht kan de Synode nog een kerkvergadering heten, als zij wordt gevormd door een aantal personen, die hun eigen woord spreken.
   Men ziet, hoe welkom de suggestie van Voetius hier is, om van de Synode een kerkeraad van de landskerk te maken. Met de landskerk en zijn kerkeraad zijn wij zeker in een heel menselijk gedoe. Zulk een Synode heeft dan ook meer van een parlement dan van een kerkvergadering en dit treedt nog meer aan het licht, als er geen eenheid in belijdenis is.
   Met dit al wordt het gezag van zulk een vergadering over de kerk problematisch. Met welk recht kan zulk een vergadering bindende bepalingen maken voor de ganse kerk, althans eisen, dat haar bepalingen voor de ganse kerk bindend zullen zijn ?
   De ene kerk mag over de andere niet heersen, maar mag een vergadering van personen door geen mandaat gebonden van de vergadering der kerken, die hen afvaardigden over deze kerken heersen ?
   Kan zij dat rechtvaardigen, door zich aan te matigen de kerkeraad der landskerk te zijn, met verkrachting van de rechten der plaatselijke ker­ken ?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

HET GEZAG DER SYNODE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's