De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BOEKBESPREKING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BOEKBESPREKING

3 minuten leestijd

De Gereformeerde Gezindte. Haar betekenis en haar grenzen, door J. G. Woelderink. Boekencentrum, Den Haag. 1951.

De naam gezindte of gezindheid is ontleend aan Groen van Prinsterer, die het woord ontleende aan de grondwet van 1815 (blz. 8). Groen wil dit woord niet vereenzelvigd hebben met kerk of genootschap. Het kenmerkend karakter, zegt dr. Woelderink terecht, ligt in de belijdenis. En deze belijdenis van de gereformeerde gezindheid is de oude belijdenis van de Gereformeerde Kerk hier te lande. Zo vormden de afgescheidenen in 1834 geen nieuwe gezindheid.
Ziende op de vele „gereformeerde" kerkverbanden in onze tijd vraagt dr. W. : behoren die allen tot de Geref. gezindte of de Geref. Kerk ? Als we denken aan haar beroep op de drie formulieren, ja, en als wij op de practijk letten, „worden we weer enigermate huiverig met dat ja-zeggen". (Blz. 12).
   Vervolgens toont dr. W. aan, dat de leer ener pluriformiteit en kerkisme aan het besef van de eenheid der Gereformeerde Gezindte in de weg staan. Hij wil de scheuring alleen tot de kerkvorm terug brengen.
   Waar dan de grenzen der gereformeerde gezindheid aan te wijzen ? Hierbij wil hij Groen volgen, die van fundamentele stukken der belijdenis sprak. Maar wat zijn dan de fundamentele stukken ? Er wat zijn bijkomstigheden ?
   Is men misschien de hoofdwaarheden kwijt ? en twist men daarom zo over de bijkomstigheden ?
   Klaarblijkelijk wil dr. W. de gedachte uitspreken, dat de Gereformeerde Gezindte meer als zodanig zou uitkomen, indien men zich op de fundamentele stukken ging beraden, en zijn eigen kerkorganisatie niet als de enig ware en zuivere kerk aanprees, waardoor men andere buiten de Gereformeerde Gezindheid (en kerk) zet
   Er is ongetwijfeld veel waars in, maar nu de grenzen, de bezwaren en de bereidheid ! S.

„Een Vaste Burcht" door K. Norel. Uitg. J. H. Kok, Kampen. Prijs ƒ 8.75.

De schrijver noemt het „Vertelboek der Kerkgeschiedenis". Dit is juist ; op aantrekkelijke wijze vinden we vanaf Marcion en Montanus tot vandaag vele belangrijke figuren uit de Kerkgeschiedenis in enkele zinnen klaar, duidelijk beschreven. In korte hoofdstukken, w.o. „de kerstening van Europa" en „de bloeitijd van het Nederl. Calvinisme" bizonderlijk genoemd mogen worden, vinden we de feiten boeiend voor ogen gesteld. Dat de vele hoofdstukken over de Kerkgeschiedenis der 19de eeuw overal instemming zullen vinden, betwijfel ik, en de gebeurtenissen der laatste jaren in de hervormde en gereformeerde kerken zijn nog te vers, om er nu al een geschildenis over te schrijven. De schrijver heeft stellig getracht de controversen van verschillende zijden te belichten. De illustraties van Bert Bonman zijn merendeels goed geslaagd, en verlevendigen het boek, dat in de bibliotheken van onze oudere jeugdverenigingen, alsook in de gezinnen van meelevende en medewerkende Chris­tenen een plaats ten volle verdient.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

BOEKBESPREKING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's