DE PURITEIN VAN DE HERTENPOLDER
FEUILLETON
— Dat is dus Petrus, verenigd met het beeld eer aandoen, dominé. Maar waarom heeft men liever dat de leek de Bijbel niet leest? Omdat hij daarin nergens de dwalingen van de oorbiecht, het niet trouwen der priesters, de levenslange afzondering van nonnen van de wereld, bevestigd kan zien. Dwalingen doen dwalen, zegt dominé Greenveld. Maar hoe sterk is de stroom der dwaling in de bedding der wereld. En de „fatsoenlijke mensen" willen niet, dat wij dwalingen blootleggen. Dus laat dwalen, laat maar dolen. Waar is alzo de christelijke naastenliefde met betrekking tot de eeuwige toekomst? Daar is toch een eeuwig wèl en een eeuwig wee?
— Wij leven niet, of zo weinig onder het eeuwigheidslicht, dominé, zegt Janus, als hij intussen is bijgeschikt. Van de ernst der eeuwigheid zijn wij ons zo weinig bewust. Ons leven moet toch een richting aanwijzen. Waarheen gaan we?
— Dit wordt wel duidelijk! Met het leven wordt alles gezegd. Wie we zijn, en wat wij willen. Het kleed van de pelgrim zegt zoveel. Een wufte heer onder de mantel der ijdelheid, trekt nooit op naar die stad, welks Bouwmeester en Kunstenaar God is. Die God dient, is eenvoudig en waar ; die Hem niet kent en dient is ijdel en heeft de leugen lief.
Dan vertelt Janus zijn belevenis bij de oude vrouw Aartse. Maar wat een verschil! Dat komt wel goed terecht. Waar gebeefd wordt voor het Woord, daar vallen de staketsels en verteren de blanketsels van geestelijke ijdelheid. Dat wordt men gauw gewaar. Het komt wel uit wat men is.
Dominé Greenveld vertelt daarover heen van deze zelfde vrouw, dat hij er eens kwam en dat ze heel onverwacht hem vroeg : Heb je ook deel aan die gezegende Heere Jezus, dominé ?
— Ik wist, Gode zij dank daarvoor, dat zij het vroeg uit werkelijk medeleven en innige belangstelling. Nu, ge kunt denken, dat ik daarop ben ingegaan. En tot haar genoegen.
Kijk, het was geen brutaal de dominé controleren, maar het was zelf gevoelen, wat een groot gewin het is, welk een levens het is, God te kennen en Jezus Christus, Die Hij gezonden heeft. Iets dergelijks had ik in mijn vorige gemeente Ottebroek. Daar lag een man op z'n sterfbed. Hij had altijd trouw ter kerk gegaan.
— Dominé! zegt hij, kent gij God voor uw ziel? En Jezus? Hij vroeg het in de nood zijner ziel. Dat is een groot verschil. Of men het uit de hoogte vraagt, of uit de diepte ; of uit de hoogte van eigengerechtigheid of uit de diepte der zielsvernedering.
Na een moment van stilte zegt ds. Greenveld : — En nu terzake, Veldstroo. De kerkeraad heeft bij de stemming voor een ouderling met algemene stemmen u gekozen.
— Mien? zegt Janus verwonderd. Hoe komme jullie daorbie? Ik woon hier nog zo pas, dat ik me nauwelijks een biet je ingeburgerd weet.
— Als de kerk je roept, Veldstroo, dan vallen alle bezwaren weg. Over ingeburgerd gesproken, dan kan ik u zeggen, dat u overal ingeburgerd bent. Want ge hebt door goed en kwaad gerucht de achting van de mensen behouden. Ik denk hier aan de lastercampagne van Gieson, aan de Polderweg. Het is gebleken dat deze man alles uit z'n duim gezogen heeft en gepoogd heeft u in uw eer en goede naam aan te tasten. En nu weet iedereen, hoe de vork aan de steel zit. God heeft uw persoon en naam verdedigd. En zie naar Gieson. Hij ligt vloekend op z'n leger en tegen z'n vrouw zegt hij : — Gooi me als ik dood ben, het raam maar uit, dan ben ik zo in Rotterdam!
— Dat beurde ik ók van Aider t. 't Is wel schrikkelijk!
— Daarom, Veldstroo, ik hoop niet, dat u ons teleurstelt, maar ons vertrouwen wilt bevestigen
— Dominé, vergun me, dat ik us rustig het formulier van bevestiging lees, en wat de Biebel over 't ambt van de ouderling schrieft. Geef me een week beraod.
— Dat geef ik, maar verwacht 't niet van uzelf. Dan zult ge 't zeker niet doen. Maar als ge de Heere tot uw hulp hebben moogt, dan wordt het anders
— Dat is waor, dominé, mer ik hê veurlopig nog bezwaoren. Ik acht me niet geschikt veur dit ambt. Daor is meer kennis veur nodig dan ik bezit. Een ouderling mot de gemeente en z'n minse kennen.
— Maar u hebt collega's, ge staat niet alleen.
— Dat is waor. Mer dominé, noe us wat aanders! Hoe komt 't dat de minse over 't algemeen, nao zoveul jaoren onder de prediking te zin opgegaon, zo dom blieven ten opzichte van de leer der Heilige Schrift.
•—• Wat denkt u er zelf van, Veldstroo?
— Neem me nie kwaoluk, dominé, ik vraog het u. U komt meer in elk gezin bizonder. U kent de mense!
(Wordt vervolgd)
H. W. te Winkel) J. Godthelp te Zwijndrecht.
AANGENOMEN naar :
Oude- en Nije Home N. Immink te Barsingerhorn — Garderen J. van Dijk te Gameren — Midwolda (Old) J. Bouterse te Rottum-Stitswerd — Noord-Scharwoude-Oudkarspel M. R. Pliester te Vries (Dr.) — Beverwijk (4e pred. pi.) J. Wiersma, res. legerpred., woonachtig te Groningen — Minnertsga W. Oost te Wemeldinge — Emmen V. E. Schaefer, voorheen Ind. pred., thans hulppred. te Amersfoort.
BEDANKT voor :
Kesteren en Nieuw Lekkerland (Ie pred. pi.) J. van Dijk te Gameren — Ameide en Tienhoven J. de Lange te Nunspeet '•— Arnemuiden W. J. Kolkert te Vlaardingen — Middelburg (vac. A. de Vries) B. Baks te Capelle
Predikanten en Partij van de Arbeid.
Ons werd het volgende bericht toegezonden uit het Utrechts Nieuwsblad dd. 15 Maart j.l. :
Het Eerste Kamerlid W. Stufkens, heeft in een bijeenkomst van de afdeling Baarn van de Partij van de Arbeid medegedeeld, dat momenteel 267 predikanten lid zijn van het Prot. Chr. Werkverband van de Partij van de Arbeid, welk verband thans 4000 leden telt. De heer Stufkens voegde daaraan toe, dat „de leiding van de Hervormde Kerk beslist sympathiek tegenover de Partij staat".
Indien dit bericht juist is en de heer Stufkens deze dingen heeft gezegd, kan men moei lijk twijfelen aan de waarheid van de inhoud.
De heer Stufkens kan het weten en hoewel het zonder meer nog niet duidelijk is, wie hij met de „leiding der Hervormde Kerk" op het oog heeft, moet men toch aannemen, dat hij bij leidende personen in en, buiten de Synode zulke besliste sympathieën tegenover de P. v. d. A. heeft ontdekt.
Het is intussen een droevig getuigenis, dat de belangen der Hervormde Kerk zijn toevertrouwd aan mannen, van wie zulke dingen kunnen worden gezegd.
Degenen, die aan zulk een leiding hun vertrouwen schenken, mogen het zich voor gezegd houden. S.
PROVINCIALE KERVERGADERING VAN ZUID HOLLAND.
De nieuwe Kerkorde van de Ned. Hervormde Kerk, die 1 Mei a.s. van kracht wordt, stelt in de plaats van de oude Provinciale Kerkbesturen z.g. Provinciale Kerkvergaderingen. Volgens de Overgangsbepalingen zijn de afgevaardigden reeds nu door de classes gekozen en zijn zij haar voorbereidende werkzaamheden reeds begonnen. De eerste (voorbereidende) Provinciale Kerkvergadering van Z. Holland is 28 Febr. te Den Haag gehouden. Een tweede volgt nu, en wel op Donderdag 29 Maart in Rotterdam-Zuid, in de nieuwe kerkzaal van de gemeente Feijenoord.
De 10 nieuwe classes van Zuid-Holland hebben naar deze Provinciale Kerkvergadering afgevaardigd (voor een periode van 4 jaren) 20 predikanten, 14 ouderlingen, 3 kerkvoogden en 3 diakenen, te weten de predikanten : H. J. Honders van Wassenaar, M. N. W. Smit van Den Haag, J. J. Stam van Rotterdam, E. J. Beens van Hillegersberg, H. Schroten van Charlois, C. Warmolts van IJsselmonde, G. van Hoegee van Delft, G. W. Kwant van 's-Gravenzande, P. Zijlstra van Moercapelle, W. J. Schouten van Vlaardingen, S. F. van Veenen van Leimuiden, K. E. H. Oppenheimer van Leiden, J. H. de Vree van Oud-Beijerland, C. Batenburg van Hendrik Ido Ambacht, G. Huls van Gouda, J. J. Timmer van Nieuwerkerk a/d IJssel, Ph. J. Vreugdenhil van Gorinchem, D. J. van de Graaf van Leerbroek- C. C. T. Postma van Den Bommel en J. Mortier van Zuidland.
Als ouderlingen : S. Reidsma van Scheveningen, mr. P. H. Valentgoed van Delfshaven, W. J. Noordzij van Pernis, L. van der Sanden van Hoek v. Holland, L. J. Mostert van Maassluis, J. Valkenburg van Hillegom, N. Knijff van Dordrecht, D. Broeren van Slikkerveer, A. van Wijk van Gouda, C. Vink van Gouda, B. de Rooy van Giessendam, K. Muilwijk van Hoog-Blokland, C. Korteberg van Ooltgensplaat en H. H. Boender van Heenvliet.
Als kerkvoogden : mr. M. Ch. de Jong van Den Haag, J. Spanjersberg van Vlaardingen en ouderling A. J. Rietdijk van Rotterdam-
Vreewijk.
(„De Rotterdammer”).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's