De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE ONS NAGELATEN BELOFTE II

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE ONS NAGELATEN BELOFTE II

9 minuten leestijd

(HEBREEN 4)

   Bij het onderzoek naar het geloof is het dus de grote vraag : Bezit ik de kracht des geloofs, de kracht der godzaligheid ? En nu moeten we hierbij goed bedenken dat we op geestelijk terrein zijn. Als we op het terrein der wereld horen spreken over kracht, dan denken we direct aan geweldige dingen. In onze eeuw die henensnelt naar het einde der dagen en waarin de tekenen van Christus' wederkomst zich vermenigvuldigen, in onze eeuw denkt men bij het woord kracht al direct aan atoomkracht en aan het geweldige dat daarmede verband houdt.
   Op geestelijk terrein is het echter zo geheel anders. Daar leven we in een andere orde. Daar gelden normen en regels die de natuurlijke mens niet begrijpt. Zoals : „in stilheid zal uw sterkte zijn", „Gods kracht wordt in zwakheid volbracht", „als ik zwak ben, dan ben ik machtig." In één woord : God is de kracht van hunne kracht.
   We gaan het dus nu begrijpen dat de kracht des geloofs waarop het aankomt en waarnaar we bij onszelf een onderzoek hebben in te stellen, een kracht is, niet gelegen aan de zijde van de mens maar aan de zijde Gods. En we gaan ook begrijpen dat die kracht Gods zich niet altijd zo openbaart dat degenen die daaraan deel mogen hebben, als helden Gods door het leven gaan. Ze worden wel strijders, maar tot hinken en ^ot zinken ieder ogenblik gereed.
   Alleen wanneer ze door genade op de hoogten des geloofs mogen verkeren, dan kunnen ze in Gods kracht kloeke daden doen. Onze kerkgeschiedenis getuigt daar op menige bladzijde van. In de kracht des geloofs zien we ze blijmoedig de gevangenis ingaan, horen we ze op de brandstapels Gode lof zingen.
   De hoogten des geloofs liggen echter niet altijd en uitsluitend op de marktplaats van het volle leven, zoals met de zojuist genoemde voorbeelden het geval was. Ze kunnen ook liggen binnen de muren van een stille binnenkamer, waar in 's Heeren kracht twijfel en kleingeloof worden overwonnen, waar het oog des geloofs gevestigd wordt op de Zondevernieler en waar de geloofstaal beluisterd wordt : „Ik roem in God, ik prijs 't onfeil­ baar Woord, ik heb het zelf uit Zijne Mond gehoord. Wat sterv'ling zal mij schenden".
   Op de hoogten des geloofs wordt de kracht Gods ervaren.
   Maar die kracht wordt ook ondervonden in de dalen van verootmoediging, van bestrijding en aanvechting, van gebedsworsteling. Die kracht Gods die Bunyan zo mooi uitbeeldde in zijn christenreis, toen hij daar zag hoe op een vuur almaar water werd uitgegoten met de bedoeling het te blussen. Doch hij mocht even later aanschouwen hoe tegelijkertijd aan de achterzijde van die muur iemand door toevoer van olie de vlam onderhield.
 
Olie het beeld van Gods Geest.
   Hier zijn we nu gekomen bij de kracht van het geloof, bij de kracht der godzaligheid. De werking van Gods Geest. Er is zoveel geloof dat vreemd is aan het werk van deze Geest. Daarom mist het ook de kracht. Dan kan men met handenvol beloften staan, maar indien het niet gemengd is met een geloof dat de kracht der godzaligheid heeft, dan zullen die beloften hun vervulling missen. Dan zullen, en dat is het verschrikkelijke, al die rijke en kostelijke beloften, die in de grond van de zaak door ongehoorzaamheid werden verworpen, eens aanleiding worden dat aan het rechtvaardig verdiende oordeel Gods zal worden toegevoegd : met dubbele slagen.
Leven onder ons nagelaten beloften.
   Welk een verantwoordelijk leven. God laat niet met Zich spotten. De roepende en nodigende, ja de belovende God is straks in de vierschaar niet vergeten dat Hij geroepen en genodigd heeft, dat Hij met Zijn genaderijke beloften tot ons gekomen is. En ze waren zo welgemeend. Geen lust gehad in onze dood. Maar dan zal het zijn : „Dewijl Ik geroepen heb en gijlieden geweigerd hebt ; Mijne hand uitgestrekt heb en er niemand was die opmerkte ; en gij al Mijn raad verworpen en Mijn bestraffing niet gewild hebt ; zo zal Ik ook in ulieder verderf lachen ; Ik zal spotten wanneer uw vreze komt".
   Laat ons dan vrezen, waarschuwt de apostel, dat niet te eniger tijd, de belofte van in Zijn rust in te gaan nagelaten zijnde, iemand van u schijne achter gebleven te zijn. Want ook ons is het Evangelie verkondigd, gelijk als hun ; maar het woord der prediking deed hun geen nut, dewijl het met het geloof niet gemengd was in degenen, die het gehoord hebben.
   En met klem herinnert hij aan het Woord Gods door David gesproken : Heden, indien gij Zijne stem hoort, zo verhardt uwe harten niet.
   Zelfonderzoek. Nogmaals, het is in onze dagen dikwijls het laatste waaraan men denkt en het moest juist, wanneer het wel is, het eerste zijn waaraan men toekwam. Zo is het tegenwoordig trouwens vaak met meer dingen op geestelijk gebied. B.v. : men begint met het stuk der dankbaarheid en aan het stuk der ellende, wat toch het eerste moest zijn, komt men niet eens toe.
   Men begint bij het apostolaat, terwijl toch allereerst het wel-gefundeerd zijn van de kerk op de leer der apostelen en profeten voorrang moest hebben.
   Men begint bij het kruis van Golgotha en leraart dat men daarna zijn zonde wel zal leren kennen. Doch men vergeet dat het nog steeds waar is dat de Wet de tuchtmeester tot Christus is en dat de weg naar Golgotha over de Sinaï leidt. De paden worden, geestelijk gesproken, in onze dagen zo gemakkelijk verlegd en zo gemakkelijk verbreed. Maar alleen degenen die langs de oude paden gaan, bewandelen de koninklijke weg. Daarop gaan de door de Vader getrokkenen. Door die trekkende liefde des Vaders kwamen ze tot Christus en ontvingen ze Gods licht op hun pad en Zijn leiding op hun weg.
   Om dit licht bidden ze telkens weer, ook bij het zelfonderzoek. Zonder leiding van Gods Geest is rechte zelfbeproeving niet mogelijk. Gods hulp is daartoe onmisbaar. Vandaar de bede van de dichter : doorgrond m' en ken mijn hart, o Heere.
   Belofte Gods ons nagelaten. Maar hebben we ze in het geloof omhelsd ? En dan te weten dat het schijn-geloof vaak zo heel veel overeenstemming kan hebben met het ware zaligmakende geloof. Dringt dan niet de vraag met klem naar boven : Waarbij zal ik het weten of mijn geloof slechts schijn-geloof is of dat het door genade het echte geloof mag zijn. Dit is toch wel een heel belangrijke vraag. Een vraag die om een antwoord roept. Maar, waarop ook wel een antwoord te geven is.
Willen we samen luisteren naar dit voor u en mij allesbeslissende antwoord dat Calvijn ons geeft op grond van de Heilige Schrift ? Calvijn zegt dan : „Bij alle grote gelijkheid en verwantschap tussen Gods uitverkorenen en hen die met een voorbijgaand geloof voor een tijd begiftigd worden, leeft toch alleen in de uitverkorenen dat vertrouwen krachtig, waarvan Paulus roemt, dat ze roepen : Abba, Vader".
   Hier hebben we dus het voorname kenmerk van het zaligmakend geloof, n.l. dat Gods Geest getuigt met onze geest dat we kinderen Gods zijn. Dat leert Gods Geest alleen aan hen die zich als verloren zonen hebben leren kennen en de Vadernaam niet op de lippen durfden te nemen. En gelijktijdig met dat Abba Vader worden de beloften Gods omhelsd en daalt er een rust en vrede in de ziel die alle verstand te boven gaat. Dan ziet men met het geloofsoog als het ware in de verte het land der ruste reeds liggen en verblijdt men zich in de belofte dat er een rust overblijft voor het volk Gods.
   Als zo het zelfonderzoek mag uitvallen, dat men niet ontkennen kan en mag in meerdere of mindere mate te bezitten dat geloof dat gepaard gaat met de verzegeling des harten, dan blijft er slechts plaats over voor aanbidding. Gode alleen de eer !
   En als het zelfonderzoek anders uitvalt ? Wanneer men van geen verzegeling des harten door Gods Geest weet. Dan, dan is het hoog tijd om de klopper des gebeds op de deur van Gods genade te laten vallen. Hoevelen hebben dit in de loop der eeuwen na ernstig zelfonderzoek gedaan en hun geklop drong tot in Gods troonzaal door.
   De nagelaten belofte geeft ons de klopper des gebeds in de hand. Luidt niet één der beloften : klopt en u zal worden open gedaan ? Laat ons dan vrezen, dat zulk een belofte ons nagelaten zijnde, we bij een gesloten deur zouden omkomen, omdat we niet wensten te kloppen. Zouden omkomen bij een deur waarop een klopper was, bij een deur waarachter zich een luisterend oor neigde, maar waardoor we niet ingingen vanwege ongeloof.
   We worden in dit hoofdstuk wel voor een grote verantwoordelijkheid gesteld. Van Gods zijde is alles gedaan. Het Evangelie des kruises heeft Hij in al zijn volheid laten verkondigen. Maar van onze zijde is er van nature een weigering om als verloren zonen Gods genade aan te roepen. Omdat we rijk en verrijkt zijn. Omdat we misschien menen dat wij bereidwilliger zijn om zalig te worden, dan God bereidwillig is om zalig te maken. Zo blijft de ons nagelaten belofte Gods krachteloos door ongeloof.
   Kloppend om genade, biddend om geloof, pleitend op Gods belofte, zo vinde de Heere ons, eens voor het eerst en telkens weer opnieuw. Langs die weg komt het, niet alleen tot een leven onder maar ook uit de belofte Gods, waarbij we in een volgend artikel, naar aanleiding van het tweede gedeelte van Hebreen 4 nader hopen stil te staan.
   De ons nagelaten belofte Gods.
   Ze wekt ons op tot zelfbeproeving.
   Ze bepaalt ons bij onze grote verantwoordelijkheid.
   Maar ze getuigt ook van de onuitsprekelijke genade Gods in de Heere Jezus Christus geopenbaard.
   Hoe zullen we ontvlieden, indien we op zo grote zaligheid geen acht nemen ?

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE ONS NAGELATEN BELOFTE II

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's