De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

VAN HEINDE EN VER

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VAN HEINDE EN VER

6 minuten leestijd

   Valuta en andere moeilijkheden hebben in eke laatste tijd een belemmering gevormd voor velen, die zich geroepen meenden tot zendingswerkzaamheid onder vreemde volkeren. Inmiddels heeft een gedeelte van hen zich de mogelijkheid kunnen verschaffen om uitgezonden te worden, doordat zij zich voor een bepaald vak hebben laten opleiden en op deze wijze in den vreemde werkzaam kunnen zijn. In Noorwegen zijn verscheidene a.s. zendelingen, die dit middel hebben aangegrepen. Onlangs reisde aldus een zendelingsechtpaar Björd Ostby naar Addis Abeba, waar Ostby, die schrijnwerker is geworden, leraar wordt aan de Technische School der Abessijnse regering, terwijl zijn vrouw de opleiding voor kleurteronderwijs gevolgd heeft. Een tweede zendeling, Johannes Raabel, is eveneens schrijnwerker geworden, en heeft werk gekregen in Abessinië, en tenslotte heeft een zendeling, Cinar Barnes met zijn vrouw, een betrekking gekregen in een Abbessijnse firma. Al deze Noren zullen, naast hun maatschappelijke functie, werken in dienst van de Noorse Zending.

Aantal Protestanten in Brazilië is toegenomen
   Het aantal Protestanten in Brazilië is op een bevolking van 45 millioen gedurende de laatste 15 jaar gestegen van 70.000 op 1.600.000. Deze stijging wordt toegeschreven aan de geestelijke vernieuwing in de laatste jaren en aan de in Brazilië heersende godsdienstvrijheid. Het godsdienstige leven van de Protestanten in Brazilië is het krachtigst van alle Zuid-Amerikaanse Staten.

Bijbelverspreiding vindt in China voortgang.
   In het bulletin van de United Societies wordt een overzicht gegeven van de arbeid van het Bijbelhuis in China. Hierin wordt o.a. gezegd: »Het merendeel van de Chinese bevolking weet zelfs niet wat het communisme is, doch zij heeft zich neergelegd bij het nieuwe bewind, daar men dit als de enige hoop ziet. Het nieuwe leger is aan tucht onderworpen, het geld is gestabiliseerd, spoorwegen functioneren, de posterijen zijn opnieuw georganiseerd, zelfs de Christelijke Radiozender in Shanghai werkt. De verspreiding van Bijbels kan ongehinderd geschieden ; er is alleen de bepaling, dat dit niet op straat mag gebeuren. In 1949 werden 2.134.050 Bijbels of gedeelten daarvan verspreid ; in 1950 1.544.943 exemplaren. Nu er meer en meer aan zendelingen de toegang tot het land wordt geweigerd, wanneer zij van verlof terug komen en er vele anderen het land verlaten, zal men in grotere mate zich beijveren Bijbels en andere christelijke lectuur te verspreiden. In een van de hoofdstraten van Shanghai is tegen een muur een reusachtig aanplakbiljet aangebracht, waarop een predikant in toga staat afgebeeld, die Bijbels uitreikt aan een menigte Chinezen. Niet alleen in de grote steden evenwel, ook op 't platteland vindt de Bijbelverspreiding voortgang en van tijd tot tijd komen er berichten binnen van het ontstaan van nieuwe Christelijke gemeenten*.
   Volgens een opgave zijn er in China een 200 millioen mensen, die onbekend zijn met het Evangelie en eveneens 200 millioen, die er een weinig van weten.

De Protestanten in Polen.
   Vóór 1939 waren er in Polen ongeveer een millioen Protestanten van Poolse en Duitse nationaliteit. De laatste statistieken wijzen uit dat het aantal Protestanten met 500.000 is terug gelopen, in welk getal de verdreven Duitsers zijn meegerekend. Deze achteruitgang is slechts gedeeltelijk te verklaren uit de oorlogsgebeurtenissen. Na de oorlog nam de golf van overgangen tot het Rooms Katholicisme grote omvang aan, omdat toentertijd het behoren tot de R.K. Kerk als nationale Kerk zekere waarborgen gaf. Toen echter in 1946 bleek, dat de Staat zich veel scherper tegen de Rooms Katholieke Kerk keerde, ging zich geleidelijk een tegengestelde ontwikkeling voordoen.

De Staat Israël en de godsdienst.
   „Als minister van Godsdienstzaken wil ik er allereerst voor zorgen, dat de godsdienstrechten van Israël gehandhaafd worden" — zo heeft de Israëlische minister voor Godsdienstzaken, Habbi Judah L. Maimon verklaard in een interview met een correspondent van Religieous News Service (New York). En ik kan u de volle verzekering geven, dat er niets gebeurt, dat het geloofsleven en de vrijheid van de afzonderlijke staatsburgers beïnvloedt.
   Daarna verklaarde Rabbi Maimon evenwel, dat hij het niet eens kon zijn met de bedoelingen van bepaalde zendingsgroepen, die Joden tot het Christendom willen bekeren. Deze groepen — zo zei hij — hadden genoeg te doen met de jonge Christenen een juist inzicht te geven in hun eigen godsdienst en een nauwere band tussen hen tot stand te brengen, zodat zij zich niet behoeven in te laten met het Joodse leven.
   De Joodse autoriteiten hebben zich steeds verzet tegen iedere poging om hen, die een andere godsdienst belijden, tot het Joodse geloof te bekeren en hebben hen, die tot dit geloof wilden overgaan, steeds moeilijkheden in de weg gelegd. De Rabbi kon zich eigenlijk niet voorstellen, dat een Christelijke Staat, die nog bezig is zich te vormen, het zou goedkeuren dat men de bevolking probeerde te winnen voor het Joodse geloof Dit was zijn persoonlijke mening, zo zeide de Rabbi; er is in Israël geen wettig middel om de Christenen te beletten! hun bekeringsactiviteit voort te zetten, zodat zij daarmee ongehinderd voort kunnen gaan.
   Op de vraag, of het de Christenen in Israël verboden was radio-uitzendingen in het Hebreeuws te houden, antwoordde de minister : „De Christenen mogen zich onbeperkt van het Hebreeuws bedienen, . behalve voor gebeden. In het Hebreeuws uitgesproken gebeden zouden de Israëlische jeugd op een dwaalspoor kunnen brengen en hen niet-Joodse godsdienstige idealen bij kunnen brengen. Er bestaat evenwel in Israël een grote eerbied voor echte Christenen. Een bewijs hiervan is, dat de Regering onmiddellijk tussenbeide is gekomen toen er klachten binnen kwamen over de Heilige Plaatsen der Christenheid".
   De bewering, dat Arabische geestelijken niet worden toegelaten in Israël is ongegrond, zy worden toegelaten, „indien zij door een bepaalde Kerk worden afgevaardfgd". Men moet evenwel begrijpen, dat in een overgangsperiode van oorlog naar vrede, een ieder, die het land wil binnen komen, zich aan een grondig onderzoek moet onderwerpen.
   Wat de internationalisering van Jeruzalem voor de bescherming van de Heilige Plaatsen betreft, verklaarde Rabbi Maimon, dat de Wereldchristenheid moge weten, dat de grootste zekerheid voor de Heilige Plaatsen in het voormalige Palestina gegeven is, wanneer men dit alles in vertrouwen aan de Staat Israël overlaat. De Christenen kunnen daarom niet beter handelen ten opzichte van de nieuw geboren Staat Israël, dan Jeruzalem onder zijn beheer te plaatsen, met de garantie, dat de Heilige Plaatsen der Christenen onaangeroerd blijven. Dat de Regering gedreven wordt door goede wil en de beste bedoelingen, blijkt uit de absolute prioriteit, die verleend wordt aan de behandeling van de religieuze problemen van de Christelijke Kerken. Wanneer er nog een aantal Christelijke instellingen bezet zijn door Israëlische troepen, komt dat omdat er onvoldoende nadruk is gelegd op de noodzaak van ontruiming of dat zij om militaire redenen nog niet ontruimd konden worden.

Europese bisschoppen door Chinese vervangen
   In de Anglicaanse Kerk in China zijn de meeste bisschopszetels thans door Chinezen ingenomen, die tot nu toe hulp-bisschoppen waren. De nieuwe ambtsdragers, die in de plaats van de Europese bisschoppen zijn gekomen, hebben in een herderlijk schrijven hun vreugde er over uitgesproken, dat de Chinese Kerk inderdaad medewerkt om te komen tot zelfbestuur en tot het voorzien in eigen onderhoud.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 mei 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

VAN HEINDE EN VER

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 mei 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's