De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

EEN DOMINE VERTELT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EEN DOMINE VERTELT

5 minuten leestijd

XII De preek

   Het maken en houden van een preek mag zeker wel gelden als het voornaamste werk van de ambtsdrager. De naam „predikant" zegt in deze genoeg.
   Er is heel wat aan het veranderen in de kerk. Veel, wat ouderwets heet, wordt, als van onwaarde, over boord geworpen. Vooral bij de jeugd begint zich een soort van souvereine minachting te openbaren tegen de preek en ik vrees, dat zij op allerlei wijze meer en meer in die trant wordt opgevoed.
   Het is een goedkoop kunstje om de jeugd in hetgeweer te jagen „tegen die taaie, ouderwetse preken, die immers alle met hetzelfde sop overgoten zijn", zoals het heet, maar men wete dit :
   Zo men zich aan de Openbare Eredienst vergrijpt, dat de prediking des Woords geen hoofdzaak meer is, één van de hoofdbeginselen der Reformatie is daarmede aangetast, met al de gevolgen, daaraan verbonden.
   Tegenover Rome, ja, tegenover alles en nog wat, moet dit het sieraad der kerk blijven dat altijd weer strale de leer des Evangelies en dat dit uitkomt in de prediking.
   Wij moeten het concurreren op ander terrein zelfs niet proberen. Wij dominees, behoeven geen bollebozen te worden in nieuwe, liturgische vindingen, om mensen te trekken, dat zij zich niet vervelen in de kerk, maar zich zelfs tot op zekere hoogte (of laagte ? ) amuseren kunnen.
   Wij halen geen bioscopen in de kerk. Bespreken geen films : „Zó begint het leven !" Is het geen zonde van de tijd alleen al ?
   Hoevele proefballonnetjes zijn er in de loop der jaren in de kerk al opgelaten inzake Jeugddiensten en allerlei ?
   Eén ding moet bij ons de erekwestie blijven en dat is : een goede preek, naar de eis van Gods Woord, aangepast dan aan de tijdsomstandigheden.
   Daarvoor zijn en blijven wij hervormd, in de ouderwetse zin : het Woord op de kansel en anders niets !
   Daarin legge de dienaar des Goddelijken Woords al zijn kracht.
   Mij is geleerd, in elke tekst, waarover gepreekt zal worden, naar de hoofdgedachte te zoeken en daaraan punten te ontlenen.
   Nog altijd komt het mij voor, dat dit gewenster is, dan er zo maar op los te stevenen in een soort toespraak ; want daarin komt vaak zo weinig tekstverklaring voor.
   Een preek te houden met punten is zowel voorde voorganger gewenster (deze blijft dan onwillekeurig meer bij het onderwerp), als voor de kerkgangers gemakkelijker. Zij heb­ benwat meer houvast. Natuurlijk moeten wij oppassen, niet in het gekunstelde te vervallen. Ook doet zich, wanneer men een vrij groot aantal punten heeft, het niet onvermakelijke geval wel eens voor, dat sommige hoorders later opmerken : „dominee heeft van het laatste niet veel meer gemaakt !" De mensen willen toch ook altijd het volle pond.
   De Gemeenteleden zelf zijn gewoon, een domine uit tweeërlei oogpunt te beoordelen, namelijk „op de stoel" en „van de stoel". En deze indeling drijven zij vaak heel sterk door. In beide gevallen moet hij voldoen aan de eisen.
   Toch, als de man op de stoel maar goed is, dan wordt er dikwijls heel wat ; zelfs wel eene al te veel door de vingers gezien.
   Nu komt dit zeker ook wel hierdoor, dat goede preken voor een dinaar des Woords een hoofdvereiste is, maar de bijgedachten, die gemeenteleden nog al eens koesteren, zijn toch van bedenkelijke aard. Men wil gaarne een redenaar hebben, die zich met anderen meten kan, opdat men er zelf ook roem op kan dragen, door te verklaren : „Wij hebben de beste spreker uit de omtrek."
   Wanneer een domine op de kansel maar voldoet, dan wil men verder geen kwaad van hem gezegd hebben, ook al is er soms kwaad. De leer moet, volgens vele gemeenteleden, goed zijn. Nu dat is ook zo ; maar er is toch geen goede leer zonder leven. Dat wordt veel te veel vergeten.
   Wee echter de voorganger, wanneer het „op de stoel" niet gaat. Al is hij „van de stoel" alles, wat baat het hem ?
   Al doet hij trouw huisbezoek, ziekenbezoek, al leeft hij met de Gemeente mee, er blijven er altijd over, die zeggen : „een goede man, maar preken kan hij niet".
   Wat zijn velen op dit punt vaak onverbiddelijk. Zij staren zich eenzijdig blind op de gaven, die zij bij hunne predikers verwacht hebben en dan niet in die mate aanwezig zijn en verder hebben zij voor hun arbeid niet de minste waardering.
   Men vergeet nog al eens, dat God de Heere aan één mens nog nooit alles tegelijk geschonken heeft.
   Die ambtsdrager, die geeft, wat God hem schonk, heeft recht op een goede behandeling en op waardering in de Gemeente. Men gedenke ook hun werk in het gebed.
   Iemand, die niet de gave ontving, om 1000 mensen tegelijk te boeien, verkreeg misschien wel dit talent, om één of twee mensen in besloten kring tot zegen te zijn. Laat men met die onderscheiding : „op en van de stoel" nu niet doordraven.
   Het zal de vraag nog zijn of de grootste redenaars in de kerken het meest zegen op hun werk zagen. De opeenstapelingen van de schitterendste volzinnen doen het hier waarlijk niet. En als straks de sensatie er af is, wat blijft er dan nog over ?
  
Een domine zij steeds profeet.
Vol rijke Godsgedachten.
Hij moet niet doen of hij het weet;
Het van Gods Geest verwachten.
Het preken blijve 't hoogste doel;
De arbeid van zijn leven ;
Hij moet geknipt zijn „voor de stoel".
Om 't schoonste daar te geven.
Doch is hij „op de stoel" een baas
Maar „van de stoel vreesachtig :
Dan klinkt zijn woord vaak wel wat
't Is weinig geneeskrachtig, dwaas ;
En brengt hij „op de stoel" de leer
Maar „van de stoel" geen leven.
Al is hij nog zo in de weer.
Hij leeft niet van 't gegeven.

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 mei 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

EEN DOMINE VERTELT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 mei 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's