DE KERKERAAD DER NED. HERV. GEM. VAN APELDOORN
in actie tegen de secr. van de Geref. Bond te Nieuwerkerk a.d. IJssel
In de Waarheidsvriend van 15 Maart j.l. nam ik een schrijven op van de afdeling van de Gereformeerde Bond te Driebergen naar aanleiding van hetgeen gesproken werd door ds. P. de Groot van Apeldoorn over sport op Zondag. De afdeling voornoemd heeft een schrijven gericht aan de kerkeraad van Driebergen, hetwelk u in zijn geheel kunt vinden in de Waarheidsvriend van 15 Maart. Ik zette onder dat schrijven van de afdeling het volgende onderschrift :
Lezers, waar gaan we heen ? De ene bedienaar des Woords dringt aan op heiliging van de Zondag en zou gaarne de sport naar de vrije Zaterdagmiddag zien verplaatst, maar andere dienaren des Woords gaan reeds zo ver, dat ze sport op Gods dag aanmoedigen. Wat is de wereld bezig om op allerlei manier de kerk te doordringen. Laat er geen stilzwijgen wezen bij allen, die nog willen staan op de grondslag van Schrift en Belijdenis, om te blijven waarschuwen tegen de toenemende wereldgelijkvormigheid.
In „Hervormd Apeldoorn" van 21 April j.l. vond ik het volgende verslag van een kerkeraadsvergadering, hetwelk ik om der wille van de waarheid in zijn geheel laat volgen.
Uit de Kerkeraad.
Woensdag 11 April was er vergadering van de Algemene Kerkeraad, waarover we enkele mededelingen doen. Allereerst dat als ouderling werden gekozen de heren H. Wolf, Zwolseweg 18 en C. K. Bakker, Jachtlaan 278/2 en als diaken de heer G. J. van Steenbergen, Ie Wormenseweg 108. Lang werd gesproken over de definitieve vorm, die onze gemeente nu moet hebben, n.l. of er 9 wijkgemeenten zullen zijn, of 4 buurtgemeenten. De vraag is, of de regeling, die er nu was, bestendigd moet worden of niet. Afgesproken werd, dat de buurtkerkeraden zich hierop zouden beraden, zodat in de volgende vergadering de definitieve beslissing valt.
Een zeer ongewoon geval werd door een van de ouderlingen naar voren gebracht. In de „Waarheidsvriend" (het orgaan van de Gereformeerde Bond) van 18 Maart stond een stukje „Kerk en Voetbal" ondertekend met „Timmer", (het lid van de redactie ds. J. J. Timmer te Nieuwerkerk aan de IJssel) die ds. de Groot uit Apeldoorn in de schoenen schuift, dat hij sport op Zondag aanmoedigt en dan uitroept : „Lezers, waar gaan we heen ? " Ds. de Groot vertelt dan aan de kerkeraad hoe deze dingen zijn geweest. Op 4 Februari was er een jeugdsamenkomst (geen jeugddienst) in de Herv. Kerk te Driebergen, waar ds. de Groot heeft gesproken over kerk en voetbal. Daar was de Driebergse voetbalclub C.D.N. aanwezig en vele buitenkerkelijke en kerkelijke jongeren. Na afloop was er nog een zeer interessante nabespreking,
Bij de kerkeraad van Driebergen kwam daarna een brief van de afd. van de Geref. Bond met protest. Deze brief gaf duidelijk te kennen, dat de schrijvers of niets van het betoog hadden begrepen, of het niet wilden begrijpen. Ze hadden precies gedaan, als we van Jehova's getuigen gewend zijn : een enkele zin uit het verband gerukt en de rest waar het op aan kwam, weggelaten. Zelfs voor leugens werd niet teruggedeinsd (dat in de samenkomst niet was gebeden).
Hier is nu echt met modder gegooid. Want ds. de Groot vertelde de kerkeraad, wat hij werkelijk had gezegd. Hij had, n.l. naar voren gebracht, dat hij geen bezwaar had tegen „sport" op Zondag, maar wel tegen het „sportbedrijf" waardoor de Zondag de glans van de „Dag des Heeren" verloor. In het verslag in de Stichtse Courant van Vrijdag 9 Febr. staat dit heel klaar en duidelijk te lezen. Maar dat heeft de Waarheidsvriend weggelaten en zo wordt een valse indruk gewekt, die bedenkelijk vlak bij het tegengestelde van „waarheid" is.
Ds. de Groot vertelde van heel andere reacties, zowel uit de sportwereld als van de Driebergse kerkeraad en het slot van deze bespreking in onze kerkeraad was, dat men unaniem een dergelijke ontmoeting, waar eerlijk en op grond van de Bijbel over deze onderwerpen werd gesproken, buitengewoon toejuicht. Als we deze bespreking bezien, vragen we met ds. Timmer : „waar gaan we heen", maar we vervolgen anders : waar gaan we heen, als we op hen, die proberen het Evangelie uit te dragen, slechts modder werpen en geen christelijke blijdschap hebben, als zij, die nu de kerk voorbijlopen, met het Evangelie in aanraking worden gebracht. Merkwaardig, dat men niet eens even inlichtingen inwon en zelfs na het uitkomen van dit orgaan, niet de moed had, het ds. de Groot toe te sturen.
Neen — dit moge dan kerkpolitiek zijn, maar déze kerkpolitiek is werkelijk niet fraai. Moge de Waarheidsvriend zich bekeren tot de waarheid en dan allereerst tot de Waarheid met een hoofdletter !
We hebben hier wat langer bij stilgestaan, omdat dit heel ernstig is, als een Evangeliedienaar in deze dingen wordt aangetast. Ds. de Groot weet nu, dat de Apeldoornse kerkeraad zijn standpunt heel goed begrijpt en dit Evangelisatiewerk van harte toejuicht.
Verder werd in deze kerkeraadsvergadering over allerlei diaconale zaken gesproken, wijkbroeders en wijkzusters benoemd en gewezen op het Avondmaal met open communie Zondag 22 April. Ds. Jörg eindigde met gebed.
Het zij mij vergund om op dit verslag van de kerkeraad enige kanttekeningen te maken.
Ik begin met mijn excuses te maken, dat ik aan ds. de Groot geen nummer van de Waarheidsvriend van 18 Maart heb toegezonden. Ik erken, dat dit een verzuim is geweest, al moet ik ernstig protesteren tegen de voorstelling, alsof ik daartoe niet de moed zou hebben gehad.
Het is daarom, dat ik ook het verslag van die algemene kerkeraadsvergadering in zijn geheel heb opgenomen, hoewel het voor mij allerminst vleiend is.
De zinsnede : „ze hebben precies gedaan, als we van Jehova's getuigen gewend zijn ; een enkele zin uit het verband gerukt en de rest, waar het op aan kwam weg gelaten" treft niet mij maar anderen. We laten die vergelijking voor wat ze is.
Voorts wordt de Waarheidsvriend er van beschuldigd sommige stukken uit het verslag van de Stichtse Courant van Vrijdag 9 Febr. te hebben weggelaten met de bedoeling om een valse indruk te wekken. Deze beschuldiging moet ik van mij afwerpen, om de eenvoudige reden, dat ik het artikel van de Stichtse Courant zelf niet gelezen heb.
Verder worden we er van beschuldigd, dat het ons aan christelijke blijdschap ontbreekt, als zij, die nu de kerk voorbijlopen met het Evangelie in aanraking worden gebracht.
En omdat we volgens de kerkeraad zelfs voor leugens niet terugdeinzen wordt aan de Waarheidsvriend de raad gegeven om zich te bekeren tot de waarheid en dan allereerst tot de Waarheid met een hoofdletter.
Daar blijft van die secretaris van de Geref. Bond maar weinig anders over dan een lasteraar.
Ter mijner verdediging diene het volgende. Het gaat mij helemaal niet over het feit of er in Driebergen een jeugdsamenkomst gehouden is of een jeugddienst. Het is ook voor mij geenszins de vraag, of die samenkomst met buitenkerkelijken en sportmensen al of niet met gebed geopend is. Mochten er door de vrienden in Driebergen in het verslag vergissingen zijn gemaakt, dan zou ik dat betreuren.
Maar daar gaat het uiteindelijk niet om. Het gaat mij alleen om het antwoord op de vraag, of sport op de dag des Heeren al of niet geoorloofd is.
Het is eigenlijk weer precies hetzelfde als korte tijd geleden, toen ik mij verzette in de Waarheidsvriend tegen de volksdansen. Ik kreeg toen ook een brief van elders of ik dan nog niet begrepen had, dat er verschil was tussen volksdansen en cabaretdansen.
Het standpunt, dat de gereformeerde gezindheid tot op heden inzake de sport op Zondag heeft ingenomen, kan niet anders dan afwijzend worden genoemd.
Ik heb in mijn 35-jarige loopbaan als bedienaar des Woords altijd de jongemensen voorgehouden, dat de Zondag er niet is voor de sport. En daarom blijf ik mij verzetten tegen elke consessie aan de sportwereld met betrekking tot de dag des Heeren.
Ik beschouw sport op Zondag als ontheiliging van de dag des Heeren ook al zal ik mij daardoor de toorn van de Apeldoornse kerkeraad op de hals halen.
En wat staat er nu in het verslag van de kerkeraad. „Want ds. de Groot vertelde de kerkeraad, wat hij werkelijk gezegd had. Hij had n.l. naar voren gebracht, dat hij geen bezwaar had tegen „sport" op Zondag, maar wel tegen het „sportbedrijf", waardoor de Zondag de glans van de dag des Heeren verloor.
Nu moet ik wel erg voorzichtig wezen met citeren. Men zou door de kerkeraad opnieuw met de Jehovagetuigen kunnen worden vergeleken. Ik waag het er echter op.
Volgens dit citaat uit het verslag van de kerkeraad blijkt duidelijk dat ds. de Groot geen bezwaar heeft tegen sport op Zondag.
En ik heb daartegen wel ernstig bezwaar en niet alleen ik, maar vélen met mij. En nu kan een predikant heel gemakkelijk van een stuk dat door leken is opgesteld zeggen, dat ze er niets van begrepen hebben, maar ook het eenvoudige volk heeft wel eens goede voelhoorns.
Nu zal men misschien zeggen, dat hiermee de zaak nog niet uitgemaakt is. Ik kan mij indenken, dat er mensen zullen zijn, die er zich geen zier van aantrekken, wat ds. de Groot over dit vraagstuk heeft gezegd en dat er anderen zijn, die zullen zeggen, dat die mening van ds. Timmer een eeuw te laat komt. Dat mag zo zijn.
Het is de leden van de kerkeraad van Apeldoorn echter te doen volgens hun eigen schrijven om de Waarheid met een hoofdletter. Welnu, daar is het mij ook om te doen. Het zij mij daarom vergund om nog enkele vragen te stellen.
Wat zegt ons Gods Woord over de sport op de dag des Heeren ?
Geeft het Oude Testament ons hier enige opheldering ? We zullen het er allen wel over eens zijn, dat er op de Oud-Testamentische sabbath voor sport geen plaats kon zijn. Ik weet, dat men zal zeggen, dat het sportprobleem er toen nog niet was. In de tijd van de apostel Paulus echter des te meer. Wat deden de Grieken veel aan de sport !
Verschillende beeldspraken van de apostel zijn ontleend aan de Griekse spelen. Lees voorts, wat er staat in 1 Tim. 4 : 8 „Want de lichamelijke oefening is tot weinig nut".
Mag ik even citeren wat dr. Bouma in de korte verklaring er van zegt : „Men is het er niet over eens, of hier onder lichamelijke oefening is te verstaan, de training van de athleet, de oefening van het lichaam in kracht en behendigheid of de beoefening van lichamelijke onthouding van allerlei genietingen, zoals boven, vs. 3 bedoeld. Gewoonlijk wordt de tweede verklaring als de juiste aangenomen.
Ten onrechte echter. Paulus zou zich wel zeer onduidelijk hebben uitgelaten, wanneer hij het woord oefening, in het Grieks verwant aan het woord gymnastiek voor Griekse oren zou hebben gebruikt in een zo geheel andere zin, dan waarin elke Griek het heeft gekend en verstaan. Bedoeld is deze de sportlievende Griek zo bekende lichaamsoefening van de athleet, die voor de wedstrijd zich traint, waaronder dan ook wel valt onthouding van alles, wat voor de harmonische ontplooiing van al zijn lichaamskrachten schadelijk zou kunnen zijn. Zo bereidt hij zich voor tot de strijd, die hem veel belooft. Elders gebruikt Paulus het beeld van de worstelkamp zelve ; hier is het beeld iets verschoven en denkt hij aan de voorbereidende oefening daartoe. En in 't algemeen aan lichaamsoefening".
Is deze mening dé juiste, dan is het duidelijk wat het zeggen wil : de lichamelijke oefening is tot weinig nut.
Maar dan is het ook ondenkbaar, dat de apostel Paulus op de dag des Heeren een concessie zal doen aan de sport.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 mei 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 mei 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's