DE PURITEIN VAN DE HERTENPOLDER
FEUILLETON
Meer weten ze niet ! Het goede noemen ze slecht en het slechte goed.
Janus peinst er over hoe z'n moeder hem wel eens placht te zeggen :
.; — Jongen, denk er aan, wie een vriend der wereld wil zijn, wordt een vijand Gods genaamd. Vergeet 't niet, hoor !
Hoe duidelijk is hem dat nu. Hoe goed is het, wanneer een moeder zo haar kinderen onderwijst. Dat blijft altijd bij. Bizonder in spannende momenten.
Dan stapt hij weer af. Een man is bezig in een loods wat oud hout te zagen.
— Goeiendag ! Ku-je met ók vurtelle, waor Cornells Vliet woont ?
—• Cornells Vliet, Knelis Vliet, houdt de man met zagen op. Ja, wel eens van gehoord. Maar waor of ie woont ? Maar pas op, ze zegge dat ie de duvel op bed gehad, heeft
Janus Veldstroo stapt weer op. De wereld woedt, waar millioenen sneven in grote ongerechtigheid. De wereld woedt tegen de Kerk van Christus, die Hij bevrijd heeft uit de klauwen van de boze.
En wie nu een vriend der wereld wil zijn
Hij gevoelt dat 't niet kan.
Vergeet 't niet, m'n jongen. Dit mot je onthouwe, beur.... had zij gezegd.
Janus gaat weer verder. Hij zal die man vinden, dat staat wel bij hem vast. Die man, waar de Heere Zich in ongehouden goedheid ovef ontfermd heeft. Hij zal de lof van Koning Jezus met een vol hart verkondigen. Dat is zeker.
Daar nadert in de verte snel een luxe auto. — Denk ur om jongens mompelt Janus.
Kleine jongens spelen op de grintweg.
De chauffeur geeft waarschuwingsseinen. De belhamels springen op 't laatste moment op zij. De man achter 't stuur roept wat, uit de ietwat geopende deur. De auto zwengt daardoor teveel de berm in en de achterwielen raken vast in de blubber.
Nu zetten de jongens 't op een lopen, al wat ze kunnen !
Maar de auto zit vast. Als de chauffeur gas geeft graven de wielen al dieper in de berm.
— Houd op meneer, 't gaot nie ! roept Janus.
— Dat geloof ik ook, antwoordt hij.
Een heer en een dame uit élitekringen stappen inmiddels ook uit.
— Holland, ze zeggen, je grond is zo dras, glimlacht de heer.
— Die vervloekte belhamels, sputtert de chauffeur.
Janus legt zijn fiets aan de weg. Hij is spontaan om de helpende hand te bieden. Dat is een eerste plicht, iemand in nood bij te staan ; dan worden de eigen belangen een ogenblik vergeten.
Het ene wiel is bijna tot de as in de soepele berm gezakt.
— Dat is een lilluk geval, meneer !
— En toch moet hij er uit
— Daor mot een schup en een bos hout bie te pas komme.
•— Wilt u ons helpen, boer ? vraagt de dame, terwijl ze haar paraplu opzet.
—• Zeker daomé, dat is me dure plicht.
—• Graag ! Dank u bij voorbaat !
— Ik zal effe bie die ginte minse um een schup en een bos hout gaon vraoge, zegt Ja nus en loopt heen.
— Fijn, dat die meneer ons wil helpen, zegt de dame.
Ze gaan weer de auto in en wachten op de terugkomst van de boer. Het regenen blijft gestaag aanhouden, dan meer, dan minder.
De autorijders kijken door de beslagen ruiten het waterland in. Vlak en wijd is de polder. Eenzaam en groezelig staan de huizen, hier en ginds. En het regent.
Janus komt met een bos hout onder de arm aanlopen. In zijn rechterhand hanteert hij de schop als wandelstok.
— Daor zin we, zegt hij.
De chauffeur stapt de wagen weer uit.
Janus begint een geul uit te graven voor het weggezakte wiel. Als hij daarmee klaar is legt hij de helft van de bos hout daarin. Het water spat omhoog. Op de tenen drast hij de berm weer uit.
— Dat is één, zegt hij.
Voor het andere wiel dat straks op een leemplek ronddraaide, duwt hij de rest van het hout.
— Noe de rug urtege, chauffeur!
De chauffeur kijkt z'n patroon aan.
— Wilt u even achter het stuur gaan zitten, meneer ? Dan kunnen wij duwen !
De heer stemt hierin toe en terwijl de dame belangstellend toeziet, duwen Janus en de chauffeur met al hun macht tegen de wagen.
Eén en andermaal geeft de meneer gas, doch zonder succes. Dan raken opeens de banden het hout en schiet de wagen de grintweg op.
Janus pakt de schop.
Meneer, wat ben ik u schuldig ?
— Mien schuldig ? Ik denk da dit niet te betaole is, meneer ! 't Is onze dure plicht te doen, wa de haand viendt um te doen.
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 mei 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 mei 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's