De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

EEN DOMINE VERTELT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EEN DOMINE VERTELT

5 minuten leestijd

   Wij zeiden reeds, dat wij het grote belang erkenden van een predikatie voor de Gemeente, die aan de vereisten voldoet. Wel doen zich hierbij tal van vragen en moeilijkheden voor. Al was het alleen maar : over welke teksten men preken zal.
   De eerste weken zal het voor de jonge leraar nog wel gaan. Hij had nog enkele preken, die hij op andere plaatsen reeds gehouden had. Intussen was dit kleine getal (maar goed ook) spoedig uitgeput. Hoe vindt hij elke week weer een nieuwe tekst? Het is zo spoedig alweer Zaterdag. Zeker, daar is het kerkelijk jaar, dat hem een goed eind op weg helpt. Niet in die zin, alsof wij er slaafs aan gebonden zouden zijn, maar toch wel zó, dat wij er rekening mee te houden hebben. Het doet tenminste zonderling aan, wanneer er predikanten zijn, die zich aan het kerkelijk jaar niet in het minste storen en een paar weken na Kersttijd heel vrolijk preken over een tekst uit Leviticus of Deuteronomium of uit de Handelingen der Apostelen.
   Dat grillige grijpen van een tekst uit de Bijbel, hier of daar, getuigt niet van een vaste, geregelde gang in het preekwerk of van ordelijke gedachtengang.
   Gedurende de laatste jaren zijn daar ook verschenen de Synodale preekschetsen, vooral ten behoeve van de jongere predikanten, zo werd er bij gezegd. Zij, meer dan anderen, hadden in de oorlogsjaren vooral, nog wel leiding nodig. De moeilijkheden der predikanten waren onder de bezettende macht zo groot en zo vele.
   Inderdaad kon enige kerkelijke aanwijzing hier wel eens wat rust geven, afgezien nu van de preekschetsen en de exegese van de teksten zelf.
   Intussen is mij ook hier meer dan eens gebleken, dat de tekst voor de ene de tekst voor de ander nog niet is. En verder : dat een tekstkeuze met het oog op bepaalde omstandigheden of gebeurtenissen haar grote bedenkingen kan hebben : om niet te zeggen : haar gevaren met zich kan brengen.
   Begrijp mij goed : ik voer hier geen pleidooi voor laffe predikanten, die in oorlogstijd ook zo bang waren, dat zij hun vingers zouden branden aan koud water. Die alle mogelijke moeilijkheden liefst uit de weg gingen. Die afkondigingen van de kansel niet aandurfden, omdat hun dat te gewaagd voorkwam.
   Ik denk er alleen maar aan, dat sommige opgegeven teksten voor mij wel eens te fel waren ; want ik zou ze in de prediking nog tweemaal feller hebben gemaakt. Het ging hier immers niet om een stukje bravour. De wijsheid en de bedachtzaamheid moesten vooral niet uit het oog worden verloren.
  
   In zover kon ook dat „op het matje staan" voor de vijand geen kwaad. Want daar drong zich nu meteen de vraag aan ons op : „Waarom sta ik hier eigenlijk? Is het vanwege mijn felheid? Vanwege de gevaarlijke zinnetjes uit mijn preek, die mij nu tergend bedaard voorgelezen worden?
   Of sta ik hier in de eerste plaats voor de zaak van mijn Koning en Heere?
   O, wat dat een gerustheid geven kon, wanneer dit tenslotte tot ons doordrong. Maar op dit punt moesten wij dan ook volkomen zekerheid hebben.
   Intussen is het, naar ik hoor, met de preekschetsen al weer gedaan. Men kan nu een boekje met inhoud kopen voor een heel jaar. Hier zou ik willen opmerken : laat het de leraren nu ook weer niet te gemakkelijk worden gemaakt. Wanneer mij niet alleen de omlijsting van een schilderstuk wordt aangeboden, maar ook reeds een schets van wat er op het doek moet komen, waar blijft dan mijn zelfstandigheid ?
   Zo is het nu met de preken ook. Wanneer mij van tevoren door anderen gereed gemaakt wordt binnen welke omlijsting ik moet denken, wat blijft er dan over van het oorspronkelijke? Niet alles moet ons klaar gemaakt voor de ogen gelegd worden. Wij moeten ook zelf onze verrassingen aan dat tekstwoord beleven willen.
   Is het bovendien nodig, mij de gedachtengang van een ander inzake een tekst, eerst eigen te maken? Al weet ik wel, dat er tenslotte niemand oorspronkelijk is en mogen wij zeer zeker ook aan elkander wel eens wat ontlenen.
   Daarom zou ik met blijvende preekschetsen niet dwepen kunnen.
   Menigmaal heb ik teruggedacht aan wat een hoogleraar eens zeide op college over dit onderwerp : „Mijne heren, niet gij moet de tekst vinden, maar de tekst moet u vinden".
   Eigenlijk begrijpt een student nog niet goed wat dit woord betekent. Later zal hij de waarheid er van leren verstaan. Dit zijn toch eigenlijk de best geslaagde preken, wanneer de tekst ons trof.
   Het steekt ook met de tekstkeuze nauwer, dan men denkt.
   Een dienaar des Woords kan zich eigenlijk door de eerste de beste niet laten voorschrijven, waarover hij preken moet.
   Daar zijn in de Gemeenten nog wel eens van die heel of half meeprekende mensen, die mondeling of schriftelijk vragen kunnen of domine eens zou willen preken over een plaats, die hen zo bezighield.
   Het heugt mij niet, dat ik daarop ooit, direct althans, ingegaan ben.
   Men kan zich op die wijze niet laten binden. Dergelijke dingen zouden maar al te spoedig navolging vinden en de eenheid in het predikwerk zou totaal teloor gaan. Het zou worden een springen van de hak op de tak.
   Alleen, wanneer de tijd en de omstandigheden het later meebrachten, was het wat anders. Doch dan was wellicht ook meteen het gevoel voor de tekst ontwaakt.
   Ik heb eens een intree bijgewoond van een Candidaat. De tekst was hem (mij trouwens ook) blijkbaar te machtig. Later vernam ik, dat „Papa" er op aangedrongen had om deze tekst te nemen. Waar „Papa", zich al niet mee bemoeien kan!
   Niets van dat alles. De tekst moet óns vinden. 
   Ik moet de tekst niet vinden. Wanneer ik preken zal; Het tekstwoord moet mij vinden ; Mij boeien, gans en al.

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 mei 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

EEN DOMINE VERTELT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 mei 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's