De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

EEN DOMINE VERTELT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EEN DOMINE VERTELT

12 minuten leestijd

   Misschien vindt gij dit geen oplossing. Ja, wilt gij deze uitspraak doodlijdelijk opvatten, dan redeneert gij aldus : hoe en waar moet de tekst mij vinden ? Moet ik op een bijzondere ingeving wachten ? Of op de studeerkamer maar wat opslaan en zien wat mij treft ?
   Ik wil niet zeggen, dat ons nooit eens een tekst in de gedachten kan schieten, als wij over de weg lopen. Maar toch zeker ook dan meestal, wanneer wij met deze dingen bezig zijn.
   Als wij Gods Woord Gods Woord maar laten. Tot in de Zaterdagmiddag onze tijd verbeuzelen met eigen liefhebberijen, ook met zogenaamd christelijke liefhebberijen, die dus eigenlijk niet op onze weg lagen ; wanneer wij in elk geval het eigenlijke preekwerk zolang mogelijk hebben uitgesteld, dan moeten wij niet denken, dat het ons zo maar aanwaaien zal en is het geen wonder, dat wij op Zaterdagavond nog niet weten, waarover 's Zondags zal worden gepreekt.
   Daar is één hoofdeis en die is : jonge man, leef er uit, uit de dingen van Gods Koninkrijk in Christus ! En leef er dus ook in ! Wees er met liefde en ijver in bezig. En als gij er uit zijt voor 't ogenblik, rust niet, vóór gij er weer inkomt. Geef niet aan dode lijdelijkheid of vadsigheid toe.
   Wanneer gij dan weer biddend werkzaam wordt in de waarachtig geestelijke arbeid, gebeurt het, dat de teksten u overstelpen en uwe ziel ontroeren.
   Zó vindt ons de tekst, wanneer wij op weg gaan naar onze arbeid. Op ziekenbezoek, huisbezoek of onder het catechetisch onderwijs. Onder het spreken over de dingen van Gods Koninkrijk kan plotseling een tekst in onze ziel opvlammen. Wanneer een zieke ons iets vertelt van zijn toestand.
   Ik ontmoette eens op huisbezoek een vrouw, die zes weken vóór het Kerstfeest zo vol was over de liefde Gods in het geven van Zijn Zoon, dat het mij op het diepst beschaamde en ineens stroomde ook door mijne ziel de heerlijkheid van Lucas 2.
   Het gebeurde, dat wij op de catechisatie een onderwerp behandelden en plotseling kon de schoonheid en diepte van dat gedeelte uit het Evangelie vóór mij staan.
   Hetzelfde gebeurt toch wel eens, wanneer wij thuis het Woord lezen of iets anders naar aanleiding daarvan, om ook persoonlijk zielevoedsel te ontvangen. Wij kunnen immers niet altijd geven ; wij moeten ook zelf weer eens lezen of horen en in ons opnemen.
   Dat geldt evenzeer voor allen, die godsdienstonderwijs geven onder kerktijd of op een ander uur van de Zondag. Het is hoog nodig, dat zij zelf ook telkens weer als discipelen neerzitten onder het Woord. Doen zij dat niet, dan zal zich dat op hun geestelijk leven wreken. Het komt in die kringen nog al eens voor, dat men langzamerhand zich te verheven waant, om ter kerk te gaan en men bemerkt niet, dat eigen ziel meer en meer in magerheid verkwijnt.
   Er zijn zovele middelen, waardoor God werkt, om het een of ander Woord indachtig te maken.
   Over de teksten behoeven wij ons in geen enkel opzicht ongerust te maken. Er zijn er meer, dan wij bepreken kunnen. Plaatsen waar wij jaren overheen lazen, kunnen ons plotseling treffen.
   Wanneer de tekst ons aldus gevonden heeft, dan moet het ook aan de arbeid. Ik geloof niet, dat het wenselijk is, tot Vrijdag of Zaterdag daarmee te wachten. Wij zullen onwillekeurig reeds eerder in gedachten daarmee bezig zijn en slaan dan in een verloren ogenblik al eens iets op over dit onderwerp, dat ons nader licht geeft.
   Wanneer andere ambtelijke arbeid ons niet verhindert, dan zijn er dus meer morgenuren, dan slechts op de laatste dagen der week. Men ga des morgens toch vooral niet zo vroeg op bezoek in de Gemeente, tenzij het een ernstige zieke geldt of toch noodzakelijk is.
    De herders moeten vooral niet zo onrustig zijn en de mensen al zo vroeg in de morgen storen. Want de morgen leent zich in de huisgezinnen niet voor een rustig, degelijk gesprek en het zijn de beste huisvrouwen niet, die altijd de tijd hebben. Al zuUen de gemeenteleden het niet hardop zeggen, dat zij dominé toch eigenlijk liever zagen gaan dan komen. Hier zou ik met een kleine wijziging willen zeggen :
   „Vergeefs van 's morgens vroeg gedraafd!" De ambtsdrager heeft toch geen theologie gestudeerd, om straks alle studie op te geven en zijn tijd te verlopen. Want dat noemt men toch zeker geen werken, om 's morgens daarheen te gaan, waar, zoals iemand eens spottend opmerkte : „de koffie het lekkerst smaakt !"
   De jonge ambtsdrager houde in elk geval de laatste twee dagen der week vrij, wanneer hij des Zondags tweemaal dienst heeft.
   Niet gaarne laat ik mij op de Zaterdag storen.
   Er zijn natuurlijk uitzonderingen. Wanneer men ambtsbezigheden heeft, die op Zaterdag geschieden moeten, men rekene daarop. Maar zo niet, dan is het 't beste om alle onnodige bezoeken zo ver mogelijk van zich af te houden. Er zijn altijd mensen, wien men er steeds weer op wijzen moet, dat domine op Zaterdag liefst niet te spreken is. Vooral in de steden komt dit voor. Wie denkt daar aan de Zaterdag voor de predikanten? En aan hun voorbereiding voor de Zondag? Altijd klinkt het weer : „het is maar heel even!" en men beseft niet, dat dat éne ogenblik ons totaal uit de preek haalt. En niet alleen uit de preek, maar vooral uit de diepten Gods in Christus, waarin gij een ogenblik gewaagd hadt, vol ontroering het peillood uit te werpen, opdat gij de volgende dag daarvan gewagen zoudt. En nu, door een onbeduidend wereldding, dat even goed tot Maandag wachten kon, trekt men u plotseling daaruit.
   Hier moet dan bij ons iets aan de dag treden, niet van de hoogheid van eigen persoon, maar wel van de hoogheid van het ambt. Ik denk hier gaarne aan Eliza, die Naaman voor de deur liet wachten. Dat was nog eens aristocratie van Boven! Het ging hier om de Majesteit van het Woord! Hoe menigmaal is alles er op aangelegd, om de Zaterdag te doen verlopen in allerlei wissewasjes. De meeste mensen hebben de vrije Zaterdagmiddag. Vele predikanten hebben tenslotte maar toegegeven en spreken dan ook wel in middag- of avondbeurten.
    Ik heb mij menigmaal afgevraagd: Zouden aldus de Zondagen er niet onder lijden? Kan dat nu bij die Zaterdagdominees een rustige Zondagpreek worden?
  
Moeten wij vooraf niet de tijd hebben, om de betekenis van de tekst te onderzoeken? Een goede preek bestaat toch niet zonder goede tekstverklaring, ook al zouden de mensen zeggen, dat het prachtig was geweest.
   't Is waar : er zijn vaak vele Gemeenteleden, ja zelfs hele Gemeenten, die geen tekstverklaring begeren, maar dat mag ons niet verleiden, om dan maar tot inlegkunde over te gaan. Gods Woord is er, om uitgelegd te worden en wij hebben niet te vragen, wat de mensen liever zouden horen.
   Het is voor de Evangeliedienaar wel de schoonste arbeid : Gods Woord stil en rustig te onderzoeken. Moet ik nog zeggen, dat ook dit niet zonder gebed geschieden mag?
   Wij komen nogal eens tot de ontdekking, dat „het niet wil". Dat er armoede aan gedachten bij ons is.
   Laten wij ons dan vooral afvragen, waaruit dat voortkwam? Waren wij lichamelijk vermoeid? Of was ons hart er niet bij? Was ons hart wel recht voor God? Was er niets? Werkelijk niets? Want ons eigen hart moet kloppen in de prediking, die wij morgen denken te brengen.
   De Gemeente heeft geen behoefte aan opeenstapeling van woorden, maar aan waarheid. Wij prediken niet onszelf; dat zij verre! Maar als het Woord weent, dan moet het in ons, uit ons en door ons wenen. Als het lacht, dan moet het in en uit ons lachen. Wanneer het waarschuwt of vertroost, dan moet het in en uit ons waarschuwen.

Zodra wij ons neerzetten tot de predikarbeid, dan slaan wij eerst de oorspronkelijke tekst op. Nu ik dit schrijf, zie ik daarbij npg vóór mij het lachend gezicht van een leraar in het Nederlands, aan het Gymnasium, een kerkelijk meelevend man, die jaren geleden onder de les schertsend opmerkte van de aanstaande theologische studenten : „Nu leren zij Grieks en Hebreeuws, maar later kijken zij naar de oorspronkelijke tekst niet meer om!"
   Zou het waar zijn? Zo ja, dan is het een schande voor de kerk.
   Neen, dat geloof ik toch niet. Gemakzuchtige, om niet te zeggen : luie mensen, zijn er helaas overal ; ook onder de dienaren des Woords ; maar hier te gaan generaliseren, is toch foutief.
   Waarvoor heeft men gestudeerd, wanneer men na de vestiging in de Gemeente alle studie over hoord zou werpen? Zelfs het naslaan van een tekst in de oorspronkelijke taal?
   Willen wij een goede tekstverklaring aan de Gemeente geven, dan is het nodig, dat wij de bewuste plaats in de oorspronkelijke taal «erst lezen. Dat ons de grondbetekenis der woorden en zinnen duidelijk zij.
   Wij moeten dat uit gemakzucht nu niet aan anderen overlaten. Wij zoeken dat zelf nog eens op. Wij moeten voor ons zelf, zo mogelijk, tot de overtuiging komen, welke vertaling de beste is.
   Er zijn predikanten, die al lang de Nieuwe Vertaling gebruikten van het Nieuwe Testament en daaruit van de kansel voorlazen, terwijl deze vertaling nog niet eens kerkelijk ingevoerd is. Zij voegden er dan bij : Ik geef aan de nieuwe Vertaling verre de voorkeur hoven de oude. En daarmee hadden zij dan met één handomdraaien onze Oude Statenvertaling opzij gezet.

Ik had reden om aan te nemen, dat vele van bovengenoemde predikanten niet eens tot oordelen bevoegd waren en dat zij althaqs van de Kanttekeningen van onze oude Statenvertaling evenmin op de hoogte bleken te zijn.
   Het is niet mijn bedoeling, eenzijdig te ijveren voor het oude, zo het nieuwe werkelijk beter is, maar men moet toch vooral niet iets als nieuw aandienen, wat niet nieuw is. Neem b.v. Matth. 5 vs. 9. In de Oude Vertaling staat : „Zalig zijn de vreedzamen, want zij zullen Gods kinderen genaamd worden". In de Nieuwe Vertaling lezen wij : „Zalig zijn de vredestichters, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden".
   Wij twisten er niet over of nu het woord : „vredestichter" zoveel beter en juiste is dan ., vreedzamen". Het eerste woord wijst meer op de actie en het resultaat van die actie (men sticht vrede); het laatste woord doelt alleen op de gezindheid des harten. Daarom is, volgens het Grieks, dat woord „vredestichter" inderdaad wel juister.
   Wanneer men nu maar niet meent, dat dit een nieuwe ontdekking is ; want in de Kanttekeningen van onze oude Statenvertalers lezen wij ook al : volgens anderen „vredestichters".
   Doch genoeg! Ik haalde dit maar even aan, om er op te wijzen, hoe noodzakelijk het is, dat de prediker zich niet door anderen alles laat klaar maken, maar zelf ook met kennis van zaken de dingen grondig onderzoeke.
   Wanneer men zelf de oorspronkelijke tekst voor zich neemt, wat is dan menigmaal het geval? Dan springt soms plotseling de diepe, schone gedachte van de tekst er voor ons uit op.
   De Hollandse woorden hadden ons hier nog weinig gezegd. Wij lazen er tot heden overheen. Het Griekse of Hebreeuwse woord zei hier alles.
   Dat is voor de ambtsdrager, die zich voorbereidt, een heerlijk gevoel. Hij zou dat voor nóg zoveel niet hebben willen missen. Wie dat prijs geeft, die geeft de eigenlijke schoonheid van dit werk prijs. Hier is dan eigenlijk van tweeërlei schoonheid sprake.
   De eerste is wel : de ontdekking, die wij onder de bestudering doen, voortkomend uit de openbaring Gods, die ons onder dit werk geschonken wordt.
   De tweede schoonheid is : dat wij de volgende Zondag dit aan een wachtend volk mogen mededelen.
   Natuurlijk kan het ook wel eens gebeuren, dat na grondige bestudering een tekst een heel andere betekenis voor ons krijgt, dan er naar onze gedachten altijd in gelegen had. Een tekst op de klank af, krijgt een heel andere zin, dan wanneer wij hem in 't verband bezien. Zoals dat trouwens het geval is met alles wat gesproken of geschreven wordt."
   Het aanhalen van tekstwoorden buiten alle verband om heeft al heel wat kwaad gedaan, en wannéér elke ketter in de Bijbel zijn letter allicht vindt, dan is dat mede daaraan toe te schrijven.
   Wij hebben wel eens onze „lievelingsgedachten" aangaande bepaalde tekstplaatsen en komen wij dan tot de ontnuchterende ontdekking, dat de grondtekst een heel andere betekenis heeft, dan er voor ons al jaren lang in lag, dan kunnen wij er niet meer over preken ; althans niet direct en wij geven deze preek voorlopig op.
Dat is ook beter dan de gemeenteleden iets te vertellen, wat op zich zelf heel waar en mooi kan zijn, maar wat toch niet in de tekst staat.
   Verbluffend is ook wel eens de durf van jonge predikanten, om zich speciaal op onbekende of moeilijke tekstplaatsen te werpen, al wil ik niet ontkennen, dat de jonkheid in dit opzicht ook wel eens iets beschamends kan hebben. Wanneer men ouder wordt, begint men meer en meer te voelen, dat er diepten kunnen liggen, daar, waarvan wij in onze jonge jaren nog geen verstand of weet hadden.
   Hoe langer wij in 't ambt gaan leven, Hoe meer wij voor de diepten beven.
   Zo is het mij tenminste wel eens te moede geweest.
   Om misverstand uit te sluiten, wil ik er toch nog even aan toevoegen, dat het niet zó moet worden opgevat, alsof de dienaar des Woords nu geleerd zou moeten gaan preken, in de zin, waarin dat woord menigmaal wordt opgevat. De preek moet goed in elkaar zitten, om aldus de hoorders het luisteren gemakkelijk te maken. Het moet vooral geen los zand wezen, waarin men vanaf Genesis de hele Bijbel doorhuppelt.
   Verder geven de dominees daar op de kansel geen natuurkundeles en ook geen medische les. Hoe het met het menselijk lichaam gesteld is of met bepaalde natuurwetten, dat kunnen de mensen ergens anders beter horen of lezen. Elke paar minuten, daaraan besteed, is verloren tijd voor de verkondiging van Gods Evangelie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 mei 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

EEN DOMINE VERTELT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 mei 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's